Rondreis Nepal Everest:Trekking over het dak van de wereld
14 maart t/m 7 april 2019
Inleiding:
Met dit reisverslag is het mijn bedoeling om de reis door Nepal weer te geven.
Gedurende het verwerken van mijn reisnotities worden veel aanvullingen gegeven. Oftewel lezen brengt herinneringen naar boven. Aan deze heb ik wel perk en paal gesteld. Dit om te voorkomen dat het reisverhaal te lang wordt.
In dit verslag is met regelmaat informatie omtrent de verschillende reisdoelen opgezocht . Deze data is vaak aan de schaarse kant en qua jaartallen en plaatsnamen zijn de meningen/inlichtingen per bron verdeeld.
14 Maart
Vanochtend om 11 uur door Erwin opgehaald. Hij heeft via de werkgever een Citroen Berlingo geregeld. De reis naar Amsterdam verloopt zonder problemen. Aldaar wordt de auto gestald bij een extern bedrijfje. We krijgen een transfer naar Ingang C op Schiphol.
Deze wordt bestuurd door een Antilliaanse/Surinaamse man. Deze geeft uitleg over de ophaal procedure. Bellen bij verlaten van de aankomsthal. 2de keer bellen indien de bagage opgehaald is, vervolgens naar uitgang C waar binnen 10 minuten een busje, met een zonnetje op de zijkant, arriveert.
Op het vliegveld aangekomen zijn wij te vroeg om ons in te checken. Geen nood aan de man, een lekker kopje koffie om de tijd te doden is altijd een goed idee.
Bij de 2de poging om in te checken ontmoeten we een aantal medereizigers. Er zijn 2 reisgroepen.
Een voor de Annapurna en een groep voor het Everest Base Camp (EBC) traject.
Bij de security controle word ik apart genomen. Schijnbaar is het aantal batterijen die ik mee wil nemen aan de ruime kant. Op vraag moet ik de tas openen en een stap terug doen. Echter alles is in orde.
De security medewerker vraagt verder of ik iets in mijn sokken vervoer. Ja natuurlijk “mijn voeten”. Meteen denk ik dat dit niet het slimste antwoordt is, maar de gestelde vraag ook niet bepaald intelligent over komt.
Het vliegtuig van Turkish Airlines (TKA) is te laat, waardoor we vertraging op lopen. Hierdoor is het niet zeker of we onze aansluiting in Istanboel wel op tijd kunnen bereiken. De vlucht verloopt zonder problemen. Het gaat hier om een ouder toestel met veel AV-mogelijkheden die allen maar matig van kwaliteit zijn. Het cabine personeel scoort voor mij daarentegen een ruime voldoende.
Aangekomen in Istanboel worden we opgewacht door een vliegveld- medewerker waarmee we in snel tempo door allerlei ruimtes lopen totdat wij in een bus stappen die ons naar het vliegtuig brengt. Ondanks dat we te laat zijn is het aantal passagiers voor Kathmandu dusdanig groot dat de vlucht uitgesteld wordt, totdat wij allen aan boord zijn. Het vliegtuig is afgeladen vol met Nederlanders/Duitsers. Veel van deze reizigers hebben dezelfde trip, als onze groep, in gedachten.
15 maart
Aankomst op Kathmandu. Het weer is prachtig. Onze reisgroep begeeft zich naar de aankomsthal om de “arrival information” in te invullen. Dit formulier verschilt van het exemplaar die door de Consulaat Generaal in Amsterdam verstrekt is. Dit nieuwe formulier vraagt om beduidend minder info. Minder info is mijns inziens altijd goed.
Door de paspoort/visum controle naar de security check. Deze heeft op Kathmandu airport een hele andere dimensie. Ik loop door een detectiepoortje waarna alle alarmen/toeters/bellen afgaan. Niemand neemt hier enige notie van. Ik loop dus gewoon door naar de bagage uitgifte. Het duurt enige tijd voordat de tassen over de loopband getransporteerd worden. Tijdens dit geheel valt de stroom uit wat schijnbaar een bekend verschijnsel in dit land is. Niemand die zich hier druk overmaakt. De bagage op het karretje plaatsen en dan verlaten we het gebouw.
Buiten worden we opgewacht door Dorien en RAM (Kamal Nepal). Deze begeleiden ons naar een busje dat ons naar het hotel brengt. Dit is onze eerste kennismaking met de verkeerssituatie in Nepal.
Officieel rijdt het verkeer aan de linkerzijde van de weg. Praktisch gezien rijden ze overal kriskras over de wegen. Vooral de 2 wielers maken zich hieraan schuldig. De wegen zijn matig/slecht en de smog is alom aanwezig. De hoeveelheid verkeersdeelnemers is aanzienlijk. Tussen dit verkeer lopen de koeien vrij rond. Gezien Nepal een overwegend Hindoeïstisch land is worden deze dieren als heilig beschouwd.
We komen aan in het Moonlight hotel, gelegen in de wijk Thamel. Thamel is een stadsdeel in Kathmandu, de hoofdstad van Nepal.
De bevolking van Thamel ( Nepali: ठमेल ) bestaat voor het grootste deel uit de etnische groep Newar. Het hotel is netjes en de faciliteiten zijn goed. De kamer is voorzien van alle gemakken. Het hotel heeft een ruim dakterras en we eten hier gezamenlijk een warme maaltijd. Het uitzicht op Kathmandu is mooi, maar enigszins vertroebeld door de aanzienlijke smog.
Voor het hotel is een pinautomaat (ATM). Je kunt maximaal 35 duizend Nepalese Roepia’s (NRS)/dag pinnen. Dit betekend dat we de volgende dag nog een keer mogen flappen tappen. Voor het hotel is een portier aanwezig. Deze houd een oogje in het zeil zodat we inderdaad veilig onze bankzaken kunnen afhandelen. Opmerking: Ik gebruik een wereldpas van de Rabobank. Deze werkt probleemloos. De mogelijkheid om van wisselkantoortjes gebruik te maken is ook aanwezig. De koers is te lezen op plakkaten die meestal buiten geplaatst zijn. Deze is ongunstiger dan bij het gebruik van de ATM.
We krijgen een briefing van Dorien en RAM. Hierbij heb geïnventariseerd wat voor de trektocht nog noodzakelijk is. Het gaat om crampons (klim/loop ijzers), gaitors (beenkappen) en een buff (multifunctionele sjaaltje dat in een handomdraai verandert in een muts ).
Nog even met Dorien van gedachten gewisseld omtrent AMS (Acute Mountain Sicknes) oftewel hoogteziekte. De informatie van Sawadee is incompleet geweest. Uit de woorden van Dorien blijkt echter dat de zaken wel op orde zijn. Hierbij benoem ik zaken zoals het aanwezig zijn van een O2-cylinder en een draagbare hyperbaar zuurstof tent.
Om circa 19 uur gaan we eten in het “Thamal House” restaurant. Het restaurant wordt verbouwd en is daardoor niet in zijn oude glorie. Dorien heeft een afspraak gemaakt dat de werkzaamheden tijdens ons bezoek gestaakt worden.
Het eten is traditioneel Nepalees, Dal-bhat-tarkari (Nepali: दाल भात तरकारी). Het recept van deze, in oorsprong Indiase, maaltijd is in variatie afhankelijk van de regio waar de maaltijd bereidt wordt. De rijst, groente, vlees, saus wordt steeds bijgevuld totdat je aangeeft dat het voldoende is.
Bij het eten worden in kleine glaasjes alcohol geschonken. Raksi of rakshi (रक्सी) is een gedestilleerde alcoholische drank die traditioneel gedronken wordt in Tibet en Nepal. Raksi wordt gewoonlijk gemaakt van rijst en kan vergeleken worden met de Japanse Rijstwijn Sake. Kosten van de maaltijd bedraagt NRS 1550 = circa 12 euro.
16 maart
Om 7 uur gaan we ontbijten op de binnenplaats van het hotel. Deze is bij de prijs inbegrepen.
Wat meteen opvalt is het groot aantal hotelbedienden die aanwezig zijn. Men vraagt naar onze kamernummer om te verifiëren of we wel hotelgasten zijn. Iedereen is bezig maar het is mij niet altijd duidelijk wat ze aan het doen zijn.
Wat is zoal verkrijgbaar:
- Gebakken eieren, omeletten, roerei etc. Dit alles op wens bij de hiervoor aangewezen “kok”.
- Wit brood, die je zelf kunt toasten in een buiten proportionele rooster
- Sauteed Cabage (Gebakken kool)
- Gebakken aardappelen
- Allerlei broodjes, met en zonder chocolade.
- Koffie, thee, jus d’orange, water, grapefruit sap
- Allerlei soorten beleg, jam maar dan zonder enige vorm van vruchten.
- Gebakken worstjes
We vertrekken richting Pashupatinaht (पशुपतिनाथ मन्दिर) tempel. Dit is een Hindoestaanse tempel gelegen naast de Bagmati ( बागमती) ) rivier. Een voor de Hindoes heilige rivier die langs Kathmandu stroomt en uiteindelijk uitmond in de Ganges.
Aan de ingang moeten we entree betalen (NRS 1000 = 8 euro). Als niet hindoe mogen wij de tempel niet betreden maar kunnen wel rond het complex lopen.
We zien een heilige koe (= stier), een enorm exemplaar. We zien de rituelen omtrent het afscheid nemen van een overleden familielid. De rituelen zijn uitgebreid en worden door de naaste familie (lees: zonen) uitgevoerd. De verbondenheid van de familie en de overledenen is duidelijk zichtbaar. Indien alle rituelen achter de rug zijn wordt het lichaam op een stapel hout verbrand. Hierna wordt de as in de Bagmati rivier gestrooid, met de bedoeling dat deze uiteindelijk in de Ganges terecht komt. Naast het complex is een crematorium aanwezig. Volgens onze gids wordt hier nauwelijks gebruik van gemaakt omdat de Hindoegelovigen vasthouden aan hun oude tradities. Naast de tempel ligt een hospice. Hier kunnen de stervenden hun laatste uren door brengen. Tevens zijn een aantal grotten zichtbaar. Volgens onze gids zijn dit plaatsen waar zowel Hindoes als Boeddhisten mediteren.
Verder zien we een aantal hardnekkige souvenir verkoopsters die het woord “No” niet willen begrijpen. We zijn door de gids gewaarschuwd voor de “namaak” brahmanen. Deze vragen geld indien je met hun op de foto wilt. Advies van de gids is om ze geen aandacht te schenken. Naast de weg zitten een aantal priesters, die door familieleden van de overledene bezocht worden. Deze priesters voeren een aantal rituelen uit om deze overledenen na hun crematie veilig in het hiernamaals te begeleiden.
We vervolgen onze weg naar Swayambhunath (Devanagari: स्वयम्भू स्तूप; Nepal Bhasa: स्वयंभू ),oftewel de “Monkey temple”. Deze is in de 5de eeuw door koning Manadeva gebouwd. Alhoewel uit geschriften blijkt dat in eerdere tijden ook al werkzaamheden plaatsgevonden hebben. Volgens de legende was de hele Kathmandu vallei een meer waarbij in het midden een Lotusbloem bloeide. Op deze plek is later de stupa gebouwd.
De naam Monkey temple is afgeleid van de heilige apen die in het noordwesten van de tempel leven.De tempel is te betreden door middel van een 365 treden tellende trap. Kamal weet een toegang met een beduidend aantal treden minder.
De grote stupa schijnt asresten van Boeddha te bevatten en wordt tot een van de belangrijkste en oudste heiligdommen gerekend.
Boven op de Tchörten zijn de ogen van boeddha geschilderd. De ogen van wijsheid en compassie. Hierboven is een 3de oog aangebracht. Deze heeft meer met kosmische eigenschappen te maken. De letter 1 in het Devanagari (Oud Brahmaans) vormt de neus van het gezicht.
In 2015 heeft dit complex aardbevingsschade opgelopen. Grotendeels is deze gerepareerd en alleen kleine bouw/restauratie projecten zijn nog zichtbaar. Vanaf de rand van dit tempelcomplex is het uitzicht op Kathmandu indrukwekkend.
Boven de entree hangen honderden, misschien wel duizenden gekleurde vlaggetjes. In deze tempel zijn talrijke winkeltjes aanwezig. Een Nepalees is met een Chinees aan het onderhandelen. Ik blijf meeluisteren om erachter te komen wie uiteindelijk het meeste succes boekt.
Ik ga ervan uit dat de Chinees de beste deal weet te onderhandelen. En ja, de Nepalees geeft uiteindelijk toe aan het bod. Dit met enig zichtbare frustratie.
Verder staat een enorme Vajra (Devanagari: वज्र), bliksem scepter) naast de stupa. De Vajra vernietigt alle soorten onwetendheid. Dit symbool heeft zowel voor het boeddhisme als hindoeïsme een belangrijke betekenis. Dit laatste geeft ook weer dat deze tempel voor beide geloven belangrijk is.
Een aantal rituelen zijn zichtbaar vermengd geraakt en bij navraag bevestigt Ram (Kamal) dit ook.
We krijgen nog even de tijd om wat rond te kijken. Een aantal jonge nonnen lopen door het complex.
Het ziet er naar uit dat ze zich goed amuseren. Verder nog gezocht naar de heilige apen maar deze zijn niet in al te grote getalen aanwezig. Bij het verlaten van de tempel lopen we langs “Kathmandu Model Hospital School of Nursing”. Op dit tijdstip is hier, jammer genoeg, geen bedrijvigheid te bekennen.
We gaan met de bus naar Durbar square (काठमाडौं दरबार क्षेत्र ). Een Durbar-plein in Nepal is de algemene naam gebruikt om pleinen en zones te beschrijven tegenover de oude koninklijke paleizen van Nepal. Op zo'n pleinen bevinden zich tempels, godenbeelden, fonteinen. Deze pleinen zijn de meest prominente overblijfsels van die oude Newah koninkrijken in Nepal. Newah of Newa (Sanskriet: नेवा) is de inheemse bevolking, afkomstig uit de Kathmandu-vallei in Nepal.
De Newah is een linguïstische gemeenschap met de Tibeto-Burmaanse etniciteit, ras en geloof, met elkaar verbonden door een gemeenschappelijke taal. De term Newah geldt als een benoeming voor de afstammelingen van de burgers van het middeleeuwse Nepal. Door de aardbeving van 25 april 2015 heeft grote delen van Kathmandu bouwkundige schade opgelopen. Nog steeds worden veel gebouwen gestut en zijn bouwvakkers bezig met de restauratie.
Op het Durbar plein is het volgende te bezichtigen:
- De Vishnu- en de Indrapur-tempel.
- Hanuman Dhoka Palace Complex, de koninklijke residentie tot de 19de eeuw. Met voor de west ingang van het paleis het standbeeld van Hanuman, de
beroemde apengeneraal uit het Ramayana epos.
- De Kasthamandap- en de Taleju-tempel
- Het huis van de Kumari, de levende godin.
De Kumari is een verschijningsvorm van de Hindoegod Taleju/Durga die woont in het lichaam van een jong meisje. Het meisje is afkomstig uit de Newar Shakya kaste, de kaste van de goudsmeden.
De Kumari woont in het lichaam van dit meisje, dit meisje is dus de Kumari, tot het meisje bloedt. Dat kan zijn door een verwonding, maar ten laatste door haar eerste menstruatie. En dan kan ze geen Kumari meer zijn, er komt dan een nieuwe godin.
Aangezien de Kumari alleen bij bepaalde festiviteiten gefotografeerd mag worden en ik niet zo lang kan wachten hierbij een afbeelding door Sujata Dulal van pintarest.
We gaan eten in het “Everest Tea House” Vanuit hier hebben we een mooi uitzicht op de Basantpur Dabali (वसन्तपुर डबली ), Durbar square.
17 maart
s’ Ochtend vroeg uit de veren (5:30 uur), ontbijten en om 7 uur richting vliegveld.
Hier aangekomen is het even dringen om binnen te komen. Veel reizigers vinden het niet nodig om beleefd om hun beurt te wachten. Gelukkig ben ik iets groter dan de gemiddelde Nepalees.Door de security check. Deze wordt strikt uitgevoerd door mijn persoon te fouilleren. Men voelt van alles zoals de telefoon, beurs, etc. Maar zonder uitleg mag je gewoon je weg vervolgen.
Daarna richting check in. Al onze bagage wordt gewogen en we gaan niet over de limiet van 15 kg/persoon heen. Nu gaan we richting wachtkamer waarvoor we eerst onze handbagage door de röntgen controle moeten loodsen. Het lijkt erop dat geen enkele veiligheid beambte zijn best doet om zijn werk te doen. Dit lijkt voort te duren totdat de bagage van Pascal aan de beurt is. Het schijnt dat hij 2 messen in de rugzak heeft. Hij wordt terzijde genomen voor nader onderzoek. Ram zorgt ervoor dat er verder geen consequenties zijn. Op een later tijdstip krijgt Pascal zijn messen weer terug. Ram heeft schijnbaar toch hier en daar zijn connecties.
In de wachtruimte kom ik nog een aantal Duitsers tegen. Met deze heb ik reeds in het vliegtuig kennis gemaakt. Deze gaan ook naar EBC maar niet via Gokyo of de Cho La pas. Deze heren komen we onderweg nog vaker tegen.
Terwijl we wachten vragen we aan de medewerker van de vliegmaatschappij of we buiten de bus een foto mogen nemen. We krijgen toestemming om 1 persoon uit te laten stappen. Al snel staan we met meerdere personen buiten de bus. Hier wordt niet moeilijk over gedaan (Nepali way).
We stappen in en ik kan een plekje aan de linkerzijde van het vliegtuig bemachtigen. Dit is de zijde met het mooiste uitzicht op de bergen. Ik zit bij de nooddeur waardoor ik instructie krijg van de stewardess om tijdens het vliegen niet aan de rode hendel te komen.
Vlak na het opstijgen is een wrak van een vliegtuig te zien. De vlucht zelf verloopt rustig met maar een moment van turbulentie tussen 2 bergtoppen. Tijdens de vlucht krijgen we een lunch (snoepje) aangeboden en een dotje watten om het geluid te dempen.
We naderen het Tenzing-Hillary vliegveld in Lukla. De landing verloopt zeer soepel en we kunnen het vliegtuig al na korte tijd verlaten. We worden gedelegeerd door een vliegveld medewerker die al blazend op zijn fluitje aanwijzingen uitdeelt. De meeste van ons reisgezelschap nemen in alle rust een aantal foto’s waarbij het “fluitje” zo goed als genegeerd wordt.
Op het vliegveld staan de hulpgidsen en de dragers op ons te wachten. Zij zullen ons de komende 17 dagen op onze tocht begeleiden. We lopen langs het vliegveld en nemen ons de tijd om een aantal foto’s van het vliegverkeer te nemen. Tevens een aantal plaatjes van één van de beruchtste vliegvelden ter wereld. Op de foto het zicht over Lukla met op de achtergrond de berg Nupla (5885 meter).
We gaan naar de Mera Lodge in Lukla. Aldaar worden de hulpgidsen en dragers aan ons voorgesteld en vice versa. Het woord namaste wordt hierbij veel gebruikt. Een van de dragers is niet enthousiast om zich kenbaar te maken. Deze jonge man oogt een stuk moderner dan de rest en gedraagt zich ook als dusdanig. Ondanks zijn ietwat stugge introductie blijkt hij tijdens onze tocht wel in orde te zijn.
Na gegeten te hebben lopen we richting Phakding. Dit is een daling naar 2652 meter. Dit naar het principe “walking high, sleeping low”.
We lopen richting noorden en dalen af naar een riviertje genaamd “Dudh Kosi” oftewel “Melk rivier”.
Onderweg krijgen we van Ram te horen dat we bij iedere Stupa die we tegen komen links, dus kloks gewijs, moeten passeren. Een Stupa, ook wel Tchörten, genoemd is in de grote Larousse encyclopedie beschreven met de volgende definitie: ‘grafmonument of herdenkingsmonument in de vorm van een volle koepel, opgericht boven de overblijfselen van de Boeddha of van eminente geestelijken’.
Het lopen op deze hoogte valt mee, alleen bij het nemen van de trappen is sprake van enige inspanning .
Aangekomen in Phakding krijgen we een voorproefje van de lodges die we de komende 17 dagen gaan bezoeken. Om het kort te omschrijven: Basic qua voorzieningen, gehorig, een eenvoudige keuken die toch lekker eten op tafel brengt.
18 maart
Om 6 uur is de “wake up” call. De big bag inpakken en voor de kamerdeur plaatsen alwaar de dragers de last onderling verdelen. Om 6.30 uur gaan we ontbijten en om 7 uur is het de bedoeling om te vertrekken.
Vandaag gaan we naar Namche-Bazaar (3450 meter), de laatste “grote” plaats en het administratieve centrum van het Khumbu gebied, aleer we verder richting EBC lopen. Deze tocht betekent een hoogte verschil van circa 700 meter. In praktijk betekent dit dat het omhooglopen een meervoud hiervan is. Onderweg zullen we regelmatig gedeeltes via trappen omhoog/omlaag lopen.
Deze trappen zijn “Nepali stijl”. Dit wil zeggen dat het geen mooie treden zijn zoals we thuis gewend zijn, maar een zeer ongelijk pad waarop geen enkele stap/trede gelijk aan elkaar is.
Het is bewolkt maar voorlopig is het droog. We lopen over verschillende, niet al te hoge loopbruggen over de Dudh Kosi, soms vergezeld van de transporteurs van deze regio. Deze bestaan uit ezels, kruising Yak met koe en dragers. Volgens Ram transporteren de dragers tot circa 120 kg aan goederen op hun rug naar boven. Honorering vindt plaats per kg gedragen gewicht. Hij legt uit dat het beleefd is om deze dragers onderweg voorrang geven.
Onderweg lopen we langs meerdere Tchörten. Genieten we van de mooie vergezichten en de bergen die te zien zijn.
Wij kopen in Monjo onze tickets waarna we bij Jorsale (2805 meter) het Sagarmatha Nationaal Park inlopen. Deze behoort bij het Khumbu PasangLhamu ( खुम्बु पासाङल्हामु गाउँपालिका) Rural Municipality. Dit is een gemeente behorend bij het Solukhumbu District. Het laatste genoemde bestaat uit 2 woorden. “Solu” en “Khumbu”. Solu betekent laag gedeelte, terwijl Khumbu het hoge gedeelte van het Solukhumbu District aangeeft.
PasangLhamu is afgeleid van Pasang Lhamu Sherpa. Zij is de eerste vrouw die de Mount Everest heeft beklommen.
Vanaf Jorsale slaan de sporadische sneeuwbuien om in constante neerslag. We lopen een groot aantal treden naar beneden om vervolgens in een lodge te lunchen. Alvorens we verder gaan passen we onze kleding aan. Het ziet er naar uit dat het sneeuwen nog wel even aanhoudt. Vanaf dit moment gebruik ik mijn wandelstokken.
De wegen zijn door de neerslag modderig en glad geworden. Dit zal Elaine onderweg aan den lijve ondervinden. Vlak voordat we de hangbrug (circa 125 meter hoog, 140 meter lang) overgaan moeten we eerst een modderige, gladde helling omhoog lopen. Elaine maakt van de gelegenheid gebruik om hier uit te glijden. Ram komt met haar aanrennen en ik denk in eerste instantie dat er iets ernstig mis is, maar hij amuseert zich met het feit dat ze i.p.v. groene kleding nu met een flinke dosis modder bedekt is.
Na het oversteken van de hangbrug krijgen we meteen een forse stijging door middel van “trappen”. Onderweg krijg ik last van mijn rechterheup. Dit terwijl we nog steeds een aantal uren lopen moeten. Ram loopt met mij mee. Hierbij draagt hij ook een tijdje mijn rugzak. Dit maakt het voor mij een stuk gemakkelijker.
Aangekomen in Namche lopen we door een soort toegangspoort. Een stupa staat opvallend op een soort plein, samen met een monument voor Late Pemba Doma Sherpa. Deze was de eerste vrouw die de Mount Everest via de noordwand heeft beklommen. Verder heeft ze de Cho Oyu vanaf de Tibetaanse zijde beklommen. Op 22 mei 2007 heeft ze de Lhotse bedwongen maar is tijdens de afdaling op een hoogte van 8 km omlaag gestort en overleden.
Verder zijn een aantal fonteinen in de vorm van een Lotus te zien en tevens een kunstmatige waterstroom met de bedoeling dat een aantal gebedsmolens hierdoor aangedreven worden.
Ons hotel: de Kala Pathar Lodge:
- Basic, zoals overal op ons traject.
- Netjes opgeruimd
- Op de kamer is het koud. Het licht is defect.
- Alle extra’s zoals een warme douche, opladen van apparatuur wordt tegen een meerprijs aangeboden.
- De kosten voor een overnachting bedraagt 4 euro/nacht. De winst wordt gemaakt doordat de gasten hun maaltijden in het hotel nuttigen. Indien je elders eet
worden de verblijfkosten duurder.
Op de kamer eerst maar eens een waslijn opgehangen. Door de sneeuw zijn de kleren aan een droogbeurt toe. Hierna gaan we naar de enige warme ruimte in het hotel. Hier hebben we met het reisgezelschap nog rond de kachel/stoof gezeten. Daarna gezamenlijk aan het avondmaal en een briefing ontvangen over de komende dag in Namche. We verblijven een hele dag in deze plaats om een gedeelte te acclimatiseren.
19 maart
Om te wennen aan de hoogte gaan we een tocht maken in de omgeving van Namche. Tijdens het verlaten van deze plaats komen we langs een basisschool. De kinderen staan buiten en zingen gezamenlijk het Nepalees volkslied. Hierna gaan ze naar binnen om aan hun lessen te beginnen.
We lopen door naar een gedeelte van het Sagarmatha Nationaal Park, Namche Solukhumbu op 3550m hoogte. Hier is een gedenkteken voor Tensing Norgay die samen met Edmund Hillary op 29 mei 1953 de top van Mount Everest (Nepalees: Sagarmatha, Tibetaans: Chomolungma) bereikte.
Detail: Op het gedenkteken staat “Do not climb”. Het is goed dat Tensing Norgay dit niet gelezen heeft, anders had hij de top van Mount Everest nooit bereikt. De laatstgenoemde is jammer genoeg voor het overgrote deel bedekt met wolken. Voor een korte tijd is de Everest te zien. Niet iedereen heeft opgelet.
De Thamserku (6623 m) heeft een prominente plaats. De top is te herkennen door zijn M-vormige top. Verder zijn de Khumbi Yul Lha , Ama Dablam, Lhotse en sporadisch mount Everest zichtbaar.
We gaan het museum binnen. Het is klein van omvang en bevat foto’s, kleding van de lokale bewoners. Tevens zijn een aantal kunstvoorwerpen her en der verspreid aan de muur gehangen. Een tweetal dames vragen om een gastenboek te tekenen. Zij schijnen de aanwezigheid van Chantal en mijzelf wel amusant te vinden. Kort samengevat zijn zij een stel vrolijke giecheltantes. Buiten zit een monnik te mediteren. Dit in het aangezicht van Thamserku. Terug lopend naar Namche komen we langs de heli haven. Vanaf dit punt hebben we een prachtig zicht op deze nederzetting.
Op weg naar het hotel lopen we door de winkelstraten van Namche. Dit is tevens de laatste mogelijkheid om nog evt. kleding, schoeisel of andere benodigdheden voor de trip te kopen.
Vandaag eet ik Dal Bhat. Hierbij wordt, zoals eerder beschreven, rijst, groente, vlees, saus voortdurend bijgevuld. Bij Europese gerechten is dit niet het geval. Dus bij een gezonde honger kies Dal Bhat! Na het eten krijgen we nog uitleg over hoogteziekte. Hierbij worden de verschijnselen benoemd. We verblijven op 3340 meter hoogte. In theorie wordt beschreven dat op een hoogte van circa 5 km, meer dan 90% verschijnselen van AMS heeft.
Na het eten zijn Erwin en mijzelf nog de lokale “Kalverstraat” ingelopen. Nog wat voorraden inkopen en een aantal postkaarten om naar huis te sturen. Ik ben ervan overtuigd dat wij al geruime tijd in Nederland/België zijn aleer de kaarten arriveren. Dat is een correcte inschatting, op 24 april ligt de kaart in de brievenbus.
20 maart
Vandaag richting Phortse Thanga (3680 meter. Er zijn 2 routes namelijk via Khunde en Kumjung, de hoge route, of via een lagere route. Ik kies voor de zekerheid de lagere route. Maar gedurende de tocht komen we erachter dat we minder steil klimmen maar wel meer afstand moeten overbruggen.
Deze keuze houdt wel in dat ik geen bezoek kan brengen aan het Tensing- Hillary school of het hoogst gelegen vliegveld ter wereld.
Onze route begint met een klim van circa drie kwartier over een route met alleen trappen voorzien van de bekende Nepalese treden. Daarna volgen lange periodes die goed te lopen zijn afgewisseld met vermoeiende klimpartijen.
Onderweg zien we het volgende:
- De Everest en Lhotse in volle glorie.
- Adelaars, Lammergieren in volle vlucht.
- Prachtige Stupa’s.
- veel wandelaars van diverse nationaliteiten, waarvan de meeste wel bereidt zijn om even een praatje te maken.
We eten in de “Snowland View Lodge” , te Mong-La, op 3973 meter hoogte. Onze groep is als eerste aangekomen. Degene die via Kumjung gelopen zijn, zullen later arriveren. Ik besluit in tegenstelling tot de anderen om op deze groep te wachten.
Samen lopen we naar Phortse Thenga. Onderweg komen we een Yak tegen. Deze staat als het ware voor ons te poseren. Dus een pracht gelegenheid om deze dame of heer op de foto te vereeuwigen.
We overnachten in de Phortse Thanga Guest House. Deze lodge, op 3680 meter hoogte, is alleen in het seizoen open. In de winter woont de eigenaar, Kami Sherpa, in Kathmandu en laat het beheer over aan enkele lokale bewoners. Detail: Onze wasgelegenheid is buiten.
We staan dus onze tanden te poetsen, terwijl de sneeuwvlokjes om ons heen dwarrelen.
Vanavond eet ik een pizza met paddenstoelen. Ram heeft ons aangeraden om na Namche Bazaar geen vlees meer te eten. Dit i.v.m. de lange aanvoertijd van de goederen naar de lodges. Dus vanaf nu ben ik een vegetariër. Echter die avond, vegetariër of niet, word ik misselijk en het eten gaat over de vloer. Alhoewel ik er van uit ga dat ze dit verslag nooit zullen lezen. Bedankt Ram en Nish voor de hulp.
21 maart
Volgens de gids is de loopduur naar Dhole (4110 meter) van niet al te lange duur. Tijdens het lopen zien we rododendrons en berken, begroeid met baardmossen. Hoe hoger we komen hoe spaarzamer de begroeiing wordt. Aan de bergwanden zijn bevroren watervallen zichtbaar. Deze zijn nu aan het smelten en je hoort het ijswater naar beneden kletteren. Ram legt uit dat hier cursussen, ijsklimmen gegeven worden. Nu, in maart, zijn deze cursussen voorbij.
Aangekomen in de Dhole verblijven wij in de Alpine Cottage Lodge. Eerst maken we van de gelegenheid gebruik om lekker in de zon te zitten en een kop thee te drinken. Een gedeelte van onze groep gaat nog een stuk klimmen. Dit om te “acclimatiseren”.
’s Avonds krijgen wij een instructie omtrent het gebruik van de hyperbaar kamer, mummie.
Uitleg door Ram, Nish en Surya. In de kamer wordt de m.b.v. een voetpomp een situatie gecreëerd die overeenkomt met een hoogte daling van 1500-2500 meter.
Om de 5 tellen moet lucht in de kamer gepompt worden. Hierdoor zorg je niet alleen voor constante druk, maar ook voor een hoge partiële zuurstof druk en een lage partiële koolstofdioxidedruk, waarmee je een koolstofdioxide vergiftiging voorkomt. Verder krijgen we nog een aantal praktische zaken te horen.
(Foto Chantal)
22 maart
We gaan naar Machhermo (4470 meter). Dit is een middelzware tocht met veel open vlaktes. Onderweg komen we een jonge dame tegen. Die is op deze hoogte aan het joggen. Verder zien we verschillende soorten vogels zoals kraaien, Lammergieren, zwaluwen en ook Tibetan Snowcocks of te wel de Tetrogallus Tibetanus.
Tijdens de wandeling en vanuit de lodge is een prachtig uitzicht op de
Kyajo Ri oftewel Machhermo peak met een hoogte van 6186 meter.
In Machhermo is een artsenpost aanwezig (International Porter Protection Group). Deze bestaat uit vrijwilligers die ervoor zorg dragen dat de dragers gratis medische zorg en onderdak krijgen. Het verhaal dat we horen is dat van een 20 jarige drager die last kreeg van hoogte ziekte. I.p.v. van medische hulp werd de jongeman uitbetaald en vervolgens naar beneden gestuurd. Het schijnt lang te hebben geduurd, onder onmenselijke omstandig- heden, voordat hij overleed en daarbij een vrouw en kinderen achterlatend.
Na deze intro volgt een lezing over AMS. De aanwezige artsen zijn een huisarts (family doctor) uit India, een basis arts in opleiding tot SEH arts, en een co-, semi arts. Deze laatste is de jonge dame die we onderweg al joggend zijn tegengekomen. Er zijn verschillende reizigers aanwezig. Tevens zijn een aantal militairen aanwezig, die de bergen intrekken om op oefening te gaan. Hun bevelhebbend officier volgt deze lezing om zijn kennis uit te breiden. De lezing is interessant, maar de inhoud is reeds bekend. Na de lezing bezoeken een aantal van mijn medereizigers het spreekuur.
Saillante details: De huisarts vertelt met overtuiging dat iedereen, ook de inheemse bevolking, AMS krijgen kan. En dat de Fransen pas na de lezing komen opdagen. De Duitsers, reeds eerder ontmoet, ook aanwezig zijn.
Resultaat:
- Een persoon met een luchtweg infectie, behandelbaar met antibiotica.
- Een persoon met HAPE, High Altitude Pulmonary Edema oftewel longoedeem.
- Een persoon met een luchtweg infectie en toenemende, echter pre-existente, evenwichtsstoornissen.
De laatste twee worden, op aanraden van de arts, met de rescue helikopter geëvacueerd. Het transport wordt snel georganiseerd omdat het daglicht niet lang meer duurt. De heli’s vliegen op zicht zodat in het donker niet gevlogen kan worden.
Omdat de helikopter maximaal twee passagiers vervoeren kan is het voor Maarten niet mogelijk om met zijn vrouw mee te vliegen.
23 maart
We starten al vroeg aan onze tocht richting Gokyo. Een zware tocht beginnend met een flinke reeks trappen. Na dit vermoeiende stuk gaan we over vlakkere gedeelten. Onderweg komen we een gedenkteken tegen. Op deze plaquette staan de namen van de expeditie leden, zowel in de Japanse , Nepalese als in de Engels taal. Verder staat een ode aan de deelnemers beschreven.
Love of mountains did them unite
a rush of snow
brought death in white
An early end but one final grace
Eternal rest
In this mountain place
Deze lofrede van Brian Williams is geëtst op de stenen plaquette die is opgericht ter nagedachtenis aan 13 Japanse trekkers en 12 gidsen en dragers in een kleine plaats genaamd Phanga (Pangkha), op de terugweg van de Gokyo-meren op 4.790 meter. Met zijn glooiende hellingen en laaggelegen struiken lijkt Phanga niet in staat om iemand onder de sneeuw te begraven, maar op 10 november 1995, in een van de ergste sneeuwstormen, na een cycloon in de Golf van Bengalen, kwamen deze Japanse trekkers, en hun Nepalese begeleiders, om toen de lodge waar ze kampeerden vast kwam te zitten onder zes voet (1,80 meter) sneeuw. Van alle ingezetene overleefde een 17-jarige keukenjongen die na 40 uur uit de ruïne werd gered.
Gelukkig viel de storm samen met de Mani Rimdu-festival in het Tengboche-klooster, dat meer dan 1.000 reizigers en hun gidsen/dragers trok. Maar de relatief lage ligging van Tengboche (3900 m) zorgde er voor dat de sneeuwophoping niet buitensporig was. Als de storm een paar dagen voor of na het festival had plaatsgevonden, zouden honderden extra mensen op grotere hoogte zijn geweest en hierdoor blootgesteld zijn aan het lawinegevaar.
Bron: Khatmandu Post, Richard Kattelmann(Sierra Nevada Aquatic Research Lab), en Tomomi Yamada (1nstitute of Low Temperature Science, Hokkaido University)
Onderweg komen we langs de Gokyo meren. De eerste is niet bevroren en een aantal eenden zijn de bewoners van dit stukje water. Deze soort is de Brahminy duck (Tadorna ferruginea) ook wel de roest gans genoemd. Vanaf hier lopen we over een ijsvlakte, soms met en vaker zonder pad. Met regelmaat zak ik tot mijn knieën in de sneeuw. Dit maakt het niet makkelijker en heeft een duidelijk vertragend effect.
Na een rustperiode in de Gokyo Resort gaan we nog een stuk klimmen. We ”raken” hierbij bijna de 5000 meter, op weg naar de grootste gletsjer van Nepal. De Ngozumpa glacier, gelegen onder de Cho Oyu (8201 meter). Dit is de op 5 na hoogste berg ter wereld. Verder zijn de Taboche (6367 meter) en de Cholatse (6335 meter) zichtbaar.
De gletsjer is 36 km lang, maar is langzaam door de globale opwarming aan het krimpen. Hierdoor is een meer ontstaan van 6 km lengte en 1 km breedte met een diepte van circa 100 meter. Dit meer wordt, in de toekomst, als potentieel gevaar voor de lager gelegen nederzettingen gezien.
24 maart
In eerste instantie was het de bedoeling om met een aantal reisgenoten de Gokyo Ri (5357 meter) beklimmen. Dit is een flinke klim met de bedoeling om de bergmeren, Mt Everest, Lhotse, Makalu en Cho Oyu te zien.
Al vroeg opgestaan en, op de weersomstandigheden voorbereid, aangekleed. Maar Erwin is al sinds meerdere dagen ziek. Hij gebruikt antibiotica maar blijft zich ellendig voelen. Hij geeft aan dat het zo niet verder kan. Hij is bereidt om de handdoek in de ring te werpen.
Na overleg met Dorien en Ram is voor de optie gekozen om terug te gaan naar Machhermo en aldaar de artsenpost te bezoeken. Deze beslissing heeft de als gevolg:
- We vertrekken eerder dan gepland uit Gokyo
- Degene die naar Machhermo mee gaan volgen dus de alternatieve route naar Lobuche Dus niet via Gokyo Ri en de Cho La pas.
Voor de reis hebben Erwin en ik aan onze echtgenotes moeten beloven om op elkaar te letten. Dit houdt op dit moment in dat ik samen met hem voor de lage route kies. Dus geen bergmeren en Cho La pas. Ik moet eerlijk toegeven dat de lagere route, ook zonder dit voorval, de betere keus is.
We lopen dezelfde route terug zoals we gekomen zijn. Dus langs de sneeuwvelden en de roestganzen richting Machhermo.
De “family” doctor neemt een medische anamnese af en ausculteert de longen van Erwin. Hierna wordt nog een ECG gemaakt. Naderhand hoor ik dat het maken hiervan niet helemaal vlekkeloos verliep. Conclusie: Geen luchtweginfectie, geen ECG afwijkingen, geen AME. Wel, een waarschijnlijke virusinfectie, een te verwachte verbetering in de algehele toestand door het afdalen. Nu terug naar de lodge en de volgende dag naar ons volgende reisdoel.
25 maart
Vandaag lopen we via Dhole naar Phortse. We beginnen met een lange afdaling die voorspoedig verloopt. Tijdens onze tocht naar Dhole komt een rescue helikopter laag overvliegen. Geruime tijd later komt de co-assistente van de medische post achter ons aan gerend. De jonge dame vertelt dat de family doctor plots last van hoogte ziekte kreeg en degene in de helikopter was. Hij is zijn telefoon vergeten en ze vraagt of wij richting Namche lopen en eventueel bereidt zijn om zijn GSM mee te nemen. Wij moeten haar jammer genoeg teleurstellen. Wij gaan een andere plaats bezoeken. Het blijft een prestatie hoe deze jonge dame op deze hoogten kan rondrennen zonder extreem benauwd te worden.
Na Dhole lopen we een stuk van de route richting Namche. Op een gegeven moment moeten we een stijl stuk afdalen. We gaan richting rivier, steken de brug over en gaan dan richting Phortse. Dit is een Sherpa dorp en we horen van Dorien dat de eigenaar van de Lodge al frequent de Mt Everest beklommen heeft en dat we hem misschien wel kunnen ontmoeten.
We lopen door het dorp naar de “Thamserku view lodge”. Deze word gerund door een sherpa familie. De heer des huizes is Karma Rita Sherpa. Op de oorkondes aan de muur is af te lezen dat hij acht maal op de top van Mt Everest heeft gestaan. Verder is te lezen dat hij prijzen gewonnen heeft door het rennen van marathons. Benieuwd naar de looptijd? Die bedraagt 4 uur en 34 minuten en dat op deze hoogte en vaak moeilijk begaanbare paden.
De Sherpa's zijn een van oorsprong Tibetaans volk. Sinds lange tijd leven zij ten zuiden van de Grote Himalaya, in de bergdalen van Nepal. De Sherpa's zijn bekend vanwege hun verdiensten voor het alpinisme als klimmer, drager en berggids. Ze kwamen oorspronkelijk uit Kham, het oosten van Tibet, en zijn nauw verwant aan de Khampa's, de bewoners van dat gebied. De taal van de Sherpa's, het Sherpa, is een Tibetaans dialect dat wordt geschreven in het Tibetaanse alfabet. Ongeveer 500 jaar geleden trokken de Sherpa's over de Himalaya naar het Khumbu gebied. Ze leefden daar, vóór de opkomst van het alpinisme en massatoerisme, van de veeteelt, de landbouw en de zout-voor-graanhandel tussen Tibet en de Gangesvlakte.
De naam Sherpa betekent 'mens komende uit het oosten'. De naam slaat terug op het feit dat de Sherpa's uit Tibet kwamen en zich vestigden langs de Nepalese kant van het Himalayagebergte. De Sherpa's zijn in kleine meerderheid aanhangers van het Tibetaans boeddhisme. De lama vervult een belangrijke rol in het dagelijks leven. De belangrijkste lama in de Khumbu is het hoofd van het klooster van Tengboche, die de titel rinpoche, "dierbare", draagt. Hij wordt beschouwd als de reïncarnatie van de eerste lama van het klooster. De totale Sherpa-populatie wordt geschat op circa 250.000 mensen.
De lodge is zeer netjes. De centrale leefruimte is voorzien van comfortabele banken waar kleine tafels voor staan. Het valt op dat de inwonende familie deze ruimte, in tegenstelling tot andere lodges en hun bewoners, als familieruimte beschouwen. Oma bekommert zich om haar kleinkind en wordt alleen voor het eten geven afgewisseld door de moeder. De kleine is op dit gebied wel een beetje “westers”. Tijdens het eten kijkt ze via de telefoon naar tekenfilmpjes. Dit bevalt haar wel. De schoonzoon lijkt mij verantwoordelijk voor de praktische zaken van deze lodge en informeert regelmatig of alles naar wens is.
In de avond gaat het onweren, bliksemen. Dit gaat gepaard met een behoorlijke portie sneeuwval. We zullen volgende ochtend wel zien wat het eindresultaat van deze neerslag is. Voor het slapen nog een gesprek gehad met een Canadees en zijn zoon. Deze zijn al op de terugweg van EBC. Maarten is bezig om met Thea te "appen". Ze is in het ziekenhuis te Kathmandu opgenomen en voelt zich nog steeds maar matig. Voor beiden een vervelende wending in wat een mooie vakantie had kunnen worden.
26 maart
Phortse ’s Ochtend is het nog steeds aan het sneeuwen. Dorien heeft contact met het Sawadee kantoor. Voorlopig kunnen wij veiligheidshalve niet vertrekken. Om circa 10 uur stopt de neerslag en gaat Surya in begeleiding van een aantal dragers de route verkennen. Deze schijnt op een glad/ijzig gedeelte na veilig te zijn. Onze groep krijgt groen licht maar moeten voor de zekerheid gebruik maken van crampons (spikes) en voor het gemak onze gaitors (beenhoezen).
De eigenaar van de lodge is behulpzaam met zijn adviezen. Als hij de crampons van Maarten ziet vraagt hij of het de bedoeling is om naar Everest te lopen of om deze te beklimmen. Maarten heeft stijgijzers meegenomen doordat de gegeven informatie niet specifiek genoeg was. Deze zijn echter dusdanig ongeschikt dat de Sherpa duidelijk is in zijn mening dat hij hiermee niet op pad kan/mag.
Hij biedt wel een vervangend paar aan. Deze zijn wel geschikt om over de besneeuwde paden te lopen. Aangekomen op het gladde gedeelte lopen Surya en de dragers vooruit. Ze laten hun bagage achter en komen terug om degene te helpen die moeite met dit stukje van de route hebben. Het lopen gaat verder een stuk eenvoudiger.
We zien aan de overkant van de vallei het klooster van Tengboche liggen. De reisplanning geeft aan dat we deze nog op de terugweg zullen bezoeken. We lopen over een smal modderig pad en het is duidelijk dat Iet het steeds moeilijker krijgt. Ze heeft last van haar luchtwegen en het lopen gaat steeds langzamer.
Lopend over smalle paadjes zien we onderweg een soort klimgeit. De Tahr (Hemitragus jemlahicus) is een grote evenhoevige hoefdier afkomstig uit de Himalaya in Zuid-Tibet, Noord-India, West-Bhutan en Nepal.Het wordt vermeld als bijna bedreigd op de rode lijst van de IUCN, omdat de populatie afneemt als gevolg van jacht en verlies van leefgebied
Onderweg zijn we gestopt in Pangboche. Alhier kunnen we iets eten en een sanitaire stop maken. In dit dorpje ligt Pangboche Gompa. Een klein klooster met als bekend persoon de Meh-Teh Lama, een Tibetaanse Yeti die volgens overlevering in de elfde eeuw door een monnik tot het Boeddhisme werd bekeert. Opmerking: Volgens Erwin is in dit dorp het smerigste toilet van deze reis.
We gaan door naar Orsho. Dit is geen dorpje/nederzetting maar een eenzaam gebouw (Sunrise Lodge) midden op de sneeuwvlakte. Dit is zonder enige twijfel het meest eenvoudige onderkomen die we op onze reis zullen tegenkomen. De centrale ruimte is klein, lekker warm en zeer druk bezocht. Een aantal Engelse reizigers zijn bezig met quiz. Leuk spel, niet al te slimme deelnemers. Na de briefing, gegeven door Surya, de fles met warm water laten vullen om dan richting slaapruimte te gaan. Dorien bespreekt met Iet hoe haar gezondheidstoestand zich ontwikkeld. Conclusie van het gesprek: Iet kan op dit moment niet verder reizen en gaat per helikopter terug naar Namche. Dorien gaat als begeleiding met haar mee. Dit betekend dat onze hulpgids Surya verder met ons op pad mag.
27 maart
We beginnen aan een zwaar deel van onze route. Dit houdt in dat we 8 a 9 uur gaan lopen, met een hoogte verschil van circa 900m. We vertrekken vroeg en de eerste uren tot aan Pheriche waait een koude wind die een flinke dosis stuifsneeuw tegen ons aan blaast.
We nemen een pauze in een lodge. Deze was tiptop in orde en de dame die de zaak runde sprak uitmuntend Engels. Aldaar waren ook twee Canadezen aanwezig die vroegen welk route wij liepen. Na ons antwoordt gaf hij duidelijk te kennen dat het te overbruggen hoogte verschil tegen de regels inging en dus onverantwoord was.
De volgende stop is Dukla (Thukla, Dughla). Ondanks dat mijn eetlust op deze hoogte niet optimaal is begin ik toch aan een vegetable noodle soep. De eetruimte is gevuld met mensen van Indiase/Pakistaanse afkomst en m.i. Koreanen.
Op onze verdere reis komen we via de Thoklapass bij de “Memorials for Alpinists and Mountaineers”, ook wel Chukpi Lhara genoemd. Hier zijn multipele gedenktekens voor bergbeklimmers die tijdens het beklimmen of afdalen van de Mt Everest zijn omgekomen. Deze omgeving is indrukwekkend en tevens ook wel bedroevend. Op enkele gedenktekens staat een korte boodschap waarbij leeftijd en achterblijvers benoemd worden. Wat opvalt is dat er ook legio mensen zijn die perse met een stift allerlei onzinnige boodschappen achterlaten.
We lopen door richting Lobuche ( लोबुचे ) met een geleidelijk steile stijging. Surya vertelt ons welke bergpieken wij onderweg tegen komen/zien. Bergen zoals Nuptse, Lobuche, Cholatse, Taboche. We dalen weer af naar de vlakte. Een aantal honden komen ons blaffend tegenmoet. Dit zijn ruige, goed verzorgde beesten die op een fictieve prooi lijken te jagen.
We lopen al een tijdje en het lijkt erop dat we niet dichterbij komen. Dit gevoel ontstaat doordat Lobuche lange tijd niet zichtbaar is. Aldaar aangekomen ontmoeten we weer onze medereizigers. Samen zullen we onze weg naar EBC vervolgen.
In Lobuche komen alle paden voor de EBC reizigers bijeen. Al het verkeer komt nu samen op een route met maar een beperkte ruimte om dit op te vangen. Files?? Ondanks de drukte ontstaan door dragers, touristen, transportkaravanen bestaande uit Yaks, valt dit reuze mee.
We krijgen van Ram te horen dat de Nuptse (7861 meter) bij ondergaande zon prachtig uitziet. Het is maar korte tijd mogelijk om een foto te maken. Dus op mijn crocs naar buiten en van de gelegenheid gebruik maken. Ram waarschuwt ons om niet op het ijs/sneeuw uit te glijden.
28 maart
Richting Gorak Shep lopen we door een moraine (morene) met een aantal steile klimmomenten onderweg. Een morene is een landvorm gevormd door een gletsjer of ijskap. We lopen goed op schema.
Het begin gaat moeizaam, maar na enkele uren gaat het steeds makkelijker. Maar ik loop wel mijn eigen tempo
Aangekomen in Gorak Shep gaan we eerst wat eten. Voor mij is dit een Sherpa Stew. Een soort dikke groente soep, “oftewel een dwars door de tuin recept”. Na deze pauze gaan we door naar het Everest Base Camp, een tocht van circa 4 uur. Onderweg is het wel duidelijk hoeveel mensen, yaks, ezels, paarden deze route lopen. Het lijkt wel een autosnelweg met beide richtingen op een rijbaan. En zie het schijnt toch allemaal zonder problemen te lukken. Na 3 uur lopen bereiken we het basiskamp. Hierbij lopen we geruime tijd langs de op een na grootste gletsjer van Nepal
De Khumbu-gletsjer ligt in de Khumbu-regio in het noordoosten van Nepal, tussen de Mount Everest en Lhotse-Nuptse. Met een hoogte van 4.900 m aan het eindpunt tot 7.600 m aan de bron, is het 's werelds hoogste gletsjer.
Het is een hele drukte op deze verzamelplaats en het kost enige moeite om hier ongestoord een foto te maken. We worden aangesproken door een Engelsman of we interesse hebben in een glas whisky. Het advies van Ram is om geen alcohol te nuttigen boven Namche. Dus geen Whisky voor ons.
Het alternatief echter is des te beter. Onze crew van gidsen, hulp gidsen en dragers hebben thee en koekjes voor ons meegenomen. Dit is een leuke verrassing en word door ons geapprecieerd.
Tijdens ons verblijf wil een lid van ons reis gezelschap haar naam met een vilstift op een steen schrijven. Ram grijpt meteen in met de woorden “This is not the Nepali way”. En gelijk heeft hij. Wij houden ook niet van graffiti op de voordeur van ons huis.
We nemen ons nog de tijd om wat foto’s te nemen alvorens terug te keren naar Gorak Shep of Gorakshep. Dit is het hoogst gelegen lodge van deze regio, gelegen op 5180 meter.
29 maart
Een gedeelte van ons reisgezelschap is reeds om 5:15 uur opgestaan om de Kala Patthar te beklimmen. Kala Patthar betekent zowel in Hindoestaans als Nepalees: “zwarte rots”. Over de hoogte bestaat enige discussie en wordt tussen de 5545m en de 5600m geschat. Gisteren zagen we een corpulente Koreaan te paard naar EBC gebracht worden. Gezien de moeilijk begaanbare route en het gewicht van de Koreaan had ik medelijden met het paard. ’s Ochtend land een helikopter nabij de lodge. De Koreaan stapt in en vliegt terug naar Lukla.
Bij terugkomst gaat de tocht naar Dingboche. We krijgen te horen dat het woord “boche”, settlement of te wel nederzetting betekend. Het eerste gedeelte gaat, zoals we al gewoon zijn over hobbelige, met rotsen bezaaide, paden. We volgen dezelfde weg terug richting de herdenking monumenten voor de omgekomen bergbeklimmers. We eten een kleinigheid in Dhukla en gaan vervolgens verder.
e laatste kilometers lopen we over uitgebreide vlakten alwaar we op een flink tempo kunnen doorlopen. We kunnen naar beneden kijken en zien de route die we vanuit Phortse gegaan zijn. Nagenoeg aan het einde van onze tocht zien we een richel opdoemen. We worden begroet door een Stupa alvorens we Dingboche bereiken.
Dingboche is centraal gelegen en daarom een populaire plaats voor trekkers en klimmers.
Vanavond eet ik vegetarische momo. Deze is erg lekker maar zo pittig dat mijn lippen branden. Deze hadden door de weersomstandigheden al flink te lijden.
Die avond heb ik een gesprek met een Amerikaans echtpaar. Dit gesprek begint meteen met de opmerking dat zij uit het progressieve gedeelte van de VS komen. M.a.w. de huidige president behoort niet tot hun favorieten. Hij is gepensioneerd en werkt nu alleen om hun reizen te bekostigen. Hij had enige fietswinkels maar installeert nu energiezuinige lichtbronnen voor badkamers. Nog een tijdje over allerlei onderwerpen met hun gesproken alvorens ik het laat genoeg vond.
30 maart
Na het ontbijt nog even gesproken met een aantal “Duitstaligen”. Normaliter kan ik aan hun uitspraak horen uit welk streek ze komen. Nu lukt mij dat niet dus vraag ik ze ernaar. Ze schijnen uit Zuid-Tirol te komen. Officieel Italiaans maar nog altijd met een Duits hart.
Volgende stop is Tengboche. We lopen weer een gedeelte van de oude route tot aan Orsho. Overdag ziet het heel anders uit. De meeste van ons herkennen deze plek niet meteen. De rest van de route kunnen we de weg naar Phortse zien liggen. Nu beseffen we pas welke afstand wij eerder gelopen hebben. Door de Dingboche vallei stroomt de Imja Kohla (Nepali: इम्जा खोला ) rivier, die smeltwater van de Imja gletsjer transporteert. Bij Tengboche stroomt deze rivier in de Dudh Kosi.
Onderweg zien we kolonnes met Yaks, dragers met zware lasten, helikopters richting klooster.
We gaan over een laatste loopbrug alvorens we het laatste stuk gaan lopen. Afwisselend komen we mani-muren en Stupa’s tegen.
Een mani-steen is een steen met ingekerfde of geschilderde mantra's of afbeeldingen. De meest voorkomende mantra op een mani-muur is Om mani padme hum( Sanskriet: ॐ मणि पद्मे हूँ ), de meest voorkomende afbeelding is die van een Boeddha, maar ook andere heiligen zoals Chenrezig komen erop voor. Letterlijk betekent Om Mani Padme Hum: ‘’Ik eer de parel in de lotus’. De mantra is gericht tot de bodhisatva Avalokitesvara, aan wie om raad en troost wordt gevraagd. Deze is ook de bezitter van het juweel (de wijsheid) in de lotus. Avalokiteshvara is een Boeddha, die zich vaak als een heilige openbaart. De Boeddha symboliseert een grote kracht van mededogen. Zonder onderscheid en zonder partijdigheid wordt deze Boeddha aan alle voelende wezens geschonken.
Mani-muren ontstaan doordat pelgrims stenen met afbeeldingen op elkaar stapelen nabij een heiligdom of klooster. Ook op een goede nachtplaats voor pelgrims in Tibet en op een bergpas kunnen mani-muren ontstaan.
Het laatste stuk van de weg gaat steil omhoog en bestaat voor 90% uit modder. Dit is tevens het zwaarste gedeelte van onze dagtrip. Even over het terrein rondgelopen en dan een warme chocolade melk gevolgd door een noedels soep.
Na het eten gaan we een boeddhistische gebedsdienst bij wonen. Op de vloer liggen een aantal rubberen matjes. De ruimte is koud en we zitten op de grond. De eerste monnik komt luid hoestend de ruimte binnen. Hij slaat een mantel/deken om zich heen. Hij heeft het tenminste warm. Na een tijdje komen meer monniken binnen lopen. Deze volgen hetzelfde ritueel. Een van hen heeft een thermoskan met thee bij zich. Iedere “collega” wordt hiervan voorzien.
De dienst is voor ons onbegrijpelijk en we krijgen het steeds kouder. Erwin ligt naast mij te slapen. Ram maakt stilletjes een foto. Hij vindt het amusant omdat Erwin hem eerder ook al slapend heeft aangetroffen. Trouwens is slapen gelijk aan mediteren? Het ligt eraan wie je vraagt.
Ram vraagt of wij genoeg gezien hebben. Het lijkt erop dat hij zijn interesse verloren heeft. In eerste instantie blijven we zitten, maar Ram gebruikt de eerste gelegenheid om de ruimte te verlaten.
Na een tijdje ben ik verkleumd van de kou en vindt het ook wel welletjes. Terug naar het gasthuis en genieten van een pizza.
Voor het vertrek vraagt Ram of hij mijn pulsoxymeter lenen mag. Wat mij betreft geen probleem. Het blijkt dat een reiziger behorende bij een andere groep zich onwel voelde. De gidsen helpen elkaar onderling. Dit is geruststellend om te weten. Tegen de avond gaat het bliksemen, gepaard met regen, hagel en sneeuw. Dat belooft voor morgenvroeg.
Op naar Namche. Door het vele stijgen en dalen is dit een vermoeiende etappe. Aangekomen ben ik behoorlijk moe maar voel mij goed. Op deze plek wacht Iet op ons en kan opgeknapt en wel weer aansluiting vinden voor de rest van onze reis. Tegen de namiddag gaat Ish de kachel aansteken. Hierin is hij niet bijzonder bedreven. Alhoewel hij door een jonge dame wordt aangesproken op zijn inadequaat handelen blijft hij op zijn manier doorgaan. Binnen korte tijd is de kamer behoorlijk met rook gevuld. Vanaf dat moment voel ik mij belabberd. Ik verlaat de ruimte en ga naar mijn kamer. Dorien komt kijken hoe het met mij gaat. Ze vraagt of ik niet nog een poging doe om gezamenlijk te eten. Ik spreek met haar af dat ik iets later kom maar bestel wel alvast een maaltijd.
Na een uurtje ga ik naar mijn reisgenoten. Het eten krijg ik niet naar binnen gewerkt en ik voel me steeds beroerder. Nu toch maar weer terug naar mijn kamer. Ram loopt met mij mee. Op weg naar boven wordt ik duizelig, misselijk en voel mijn hart flink te keer gaan. Mijn gedachten over dit gebeuren: Slecht slapen, niet al te best eten, een luchtweg infectie en de vermoeiende dagen hebben hun tol geëist. (Naderhand kom ik hierop nog eens terug, of niet). Ik houd deze dag kort. Dat doe je als het een keer niet goed met je gaat.
1 april.
Onderweg naar Phakding geniet ik van de omgeving. In tegenstelling tot het begin van de reis is het een zeer mooie dag. In de tussentijd zijn de Magnolia’s en de kersenbloesem tot ontluiken gekomen. De luchten zijn helderblauw en de zon schijnt aangenaam. We dalen vandaag weer circa 700 meter.
Dit betekend echter in Nepal dat je een veelvoud hiervan loopt. Dit zowel omhoog als omlaag. In Phakding verblijven we weer in dezelfde lodge.
Een T-shirt met onze namen en een aantal opmerkingen wordt aan de muur gehangen.
- Gaan met die banaan.
- Nee, nee, nee, nee, nee
- 5 minutes to rock en roll
- Mooi, mooi, super mooi
- Sorry 4 interrupt
- Think positive
- Jam jam
- Nee nee nee nee nee nee nee nee
Voor degene die niet weten waarover dit gaat. Mijn reisgenoten herkennen dit zonder meer.
2 april
De laatste dag lopen in dit bergachtig gedeelte van Nepal. Ik heb mijn trouwe begeleiders bij mij Erwin, Ram en Ish. Erwin loopt rond met een verstuikte enkel en had gisterenavond enige tegenzin om de schoen uit te trekken, bang voor een eventuele zwelling van de voet. Dit is gelukkig meegevallen en vandaag schijnt het weer een stuk beter te gaan.
De tocht duurt niet al te lang en voordat je het weet sta je weer bij de National Luminary Pasang Lhamu Memorial Gate, toegang tot Lukla, oftewel ons startpunt van de EBC trip.
Nu we nog wat tijd overhebben gaan Erwin en ik richting vliegveld. Het is gemakkelijk om alle vliegbewegingen goed te volgen. De veiligheid eisen zijn niet te vergelijken met Internationale normen maar geven ons wel de gelegenheid om ongestoord foto’s te nemen.
In de namiddag verblijven we op het terras van ons gasthuis. De zon schijnt en we nemen ons de tijd om hier van te genieten. Voor de nacht hebben wij de luxe kamers, met eigen douche (niet functionerend) en toilet.
Dit is de laatste dag in de bergen. Van deze gelegenheid maken wij gebruik om afscheid te nemen van onze hulpgidsen en dragers. Gedurende onze reis zijn zij allen een steun en toeverlaat geweest.
In moeilijke momenten zijn zij altijd degene geweest die ons /mij geholpen hebben om verder te kunnen gaan.
Voor iedereen is eten besteld. De jongens krijgen een maaltijd met een steak. Dit is voor hun andere kost dan in hun dagelijks leven. Gewend om met hun handen te eten is het gebruik van mes en vork niet helemaal hun “ding”. Ook nadat enkelen van ons aangeven dat met de handen eten ook in orde is gaan ze enthousiast door met hun pogingen. Tijdens het eten komen we erachter dat de enkele dragers en gidsen ook familiaire banden hebben (schoonbroers).
Na het eten krijgt iedere gids/drager een enveloppe met een fooi. De hoogte van het bedrag is met Dorien en Ram afgesproken. Als afsluiting neemt Ish een trommel op zijn schoot en de rest van het gezelschap begint een lied te zingen. Nu ben ik niet zo goed in het onthouden van de tekst, maar de woorden “I am a donkey and you are a monkey” komt herhaaldelijk naar voren.
Onze gidsen/dragers: Kamal, Surya, Ishwar, Lov Hari, Tej, Binda, Chet, Santosh, Nima, Dhau.
3 april.
Al het binnenlandse vliegverkeer naar Tribhuvan International Airport, Kathmandu, is stil gelegd i.v.m. werkzaamheden. Dit betekend dat onze vlucht moet uitwijken naar Ramechhap (Manthali) airport, waarna we nog circa 5 uur met een busje richting Kathmandu moeten rijden.
Op het Tensing-Hillary airport gaan we weer door de gebruikelijke rituelen maar dan wel op Nepalese wijze. De tassen worden, na het wegen, op een tafel geplaatst. Enkele willekeurige tassen worden geopend, oppervlakkig gecontroleerd en zonder problemen gelabeld. Goede tip: Leg je vuile was boven in de tas. Dan wordt het enthousiasme van het veiligheidspersoneel nog meer getemperd.
Nu door de persoonlijke security check. Paspoort en vliegticket worden getoond, de rugzak wordt in een soort doos geplaatst. Er zijn twee checkpoints aanwezig, een voor dames en een voor heren. Alleen bij de “vrouwenzijde” is iemand aanwezig dus gaat iedereen hier in de rij staan. Een enkele vraag wordt gesteld: “Do you have alcohol, knives or guns?”. Als het antwoord neen is , dan krijg je zonder problemen de security sticker.
We kunnen richting wachtruimte lopen, alwaar we een vijftien tal minuten wachten. Op weg naar het vliegtuig worden we door een vliegveld medewerker begeleidt. Deze maakt enthousiast gebruik van zijn “fluitje”. We krijgen een plek toegewezen om te wachten. Ondertussen wordt het vliegtuig voor vertrek in orde gemaakt.
Aan boord worden we door de stewardess ontvangen. Deze dame is mij reeds van de heenreis bekend. Het opstijgen verloopt vlekkeloos en we gaan richting Ramechhap Airport. De vliegtijd is kort dus we dalen in een rap tempo van 2860 meter naar 474 meter. Door het verschil in luchtdruk gaan mijn oren “dicht” zitten. Ik krijg adviezen van de stewardess maar deze geven allen geen verlichting. Wat wel helpt. Knijp je neus dicht en blaas lucht hierin. Dit geeft onmiddellijk verlichting en dus letterlijk een opluchting.
Ramechhap (Manthali) Airport is geopend in 1979 en ligt in de Tama Koshi vallei. Oorspronkelijk is de start-, landingsbaan van gras en klei. Pas in 2015 is de baan vervangen door beton. In 2019 is tijdelijk al het vliegverkeer van en naar Lukla via dit vliegveld omgeleid. Rond het vliegtuigveld wordt flink gebouwd. Het is niet duidelijk zichtbaar waar het officiële vliegveld eindigt en de civiele gebouwen beginnen.
We lopen met onze reisgroep naar de hoofdweg. Een busje komt aanrijden op ons op te pikken, waarna we richting Kathmandu rijden. Onderweg moeten we via de Khurkot Manthali road een groot gedeelte van de Tama Koshi vallei omcirkelen om dan onze weg te vervolgen via de BP highway naar Khurkot. (Koshi = rivier). De rivier staat vrijwel geheel droog en vrachtwagens, tractoren transporteren grint uit de rivierbedding.
Het rijgedrag van het verkeer heeft dezelfde kenmerken als in Kathmandu. Onze chauffeur daar en tegen rijdt beheerst en veilig. Onderweg stoppen we een aantal malen om even iets te eten of te drinken. De prijs van een fles water is beduidend lager dan in de bergen, namelijk 50 roepia’s voor twee flessen.
Onderweg zien we verscheidene kinderen die buitengewoon netjes gekleed zijn.
We zien ook een armoedig meisje met een grote zak op de rug. Deze is gevuld met lege plastic flessen. Het ziet er naar uit dat zij op deze manier probeert om een paar roepia’s te verdienen. Contrasten tussen arm en rijk zijn in dit land frequent en goed zichtbaar.
Via de Araniko Highway rijden we door het plaatsje Sanga, ongeveer 20 kilometer van Kathmandu wijst Erwin naar een immens groot standbeeld. Met enige moeite lukt het om een foto hiervan te maken. Kailashnath Mahadev Beeld ( Nepali: कैलाशनाथ महादेव ) is toegewijd aan de hindoegod Shiva ( Sanskriet: शिव ).
De bouw hiervan heeft tussen 2003 en 2010 plaatsgevonden. Het beeld is bijna 44 meter hoog en geconstrueerd van koper, zink, beton en staal.
Het duurt niet lang of we zitten weer in het drukke verkeer van Kathmandu op weg naar het Moonlight hotel. We checken in, eten een hapje en dan eindelijk naar 17 dagen gaat mijn baard met enige moeite eraf. Het douchen is naar al die tijd in het gebergte heerlijk verfrissend.
Op advies van Ram hebben Erwin en ik een afspraak gemaakt bij een massage salon. Dit voor een “Ayurvedic massage therapy” a raison van 2000 roepia (excl. Taxes) die 1 uur in beslag gaat nemen. Na deze opknap beurt gaan we naar het “K-Too Beer & Steakhouse”. Deze is door “Lonely Planet”, een onder reizigers bekende Australische reisgids, uitgeroepen tot de beste in zijn soort, te Kathmandu.
Het is in Nepal verboden om koeien of ossen te slachten. In plaats hiervan wordt ons waterbuffel voorgeschoteld. De eigenaar van dit steakhouse is overtuigd van de kwaliteit van zijn producten. Mijn keuze valt op een big sizzling steak, vergezeld met een “Everest” biertje of twee.
Het eten is heerlijk en de eigenaar van dit restaurant mag terecht trots zijn op het gene wat hij serveert. Samengevat: Een aanrader.
4 april
We verlaten het Moonlight- en nemen intrek in het Boudha hotel. Deze is kwalitatief te vergelijken met onze vorige verblijfplaats, maar het dakterras is subliem.
We gaan via een op de wereld erfgoed staande gedeelte van Kathmandu richting Bodnath. Alvorens toegang te krijgen moeten we als buitenlander weer eens een ruime entree betalen voor een ticket die 1 dag geldig is. Rondom om de stupa lopen veel pelgrims waarbij Boeddhistische monniken ruim vertegenwoordigt zijn. Deze plek heef ook een aantrekkingskracht op Hindoes. Ook deze zijn in grote getalen aanwezig.
De eerste Boudhanath stupa is circa 600 AD, ter gelegenheid van zijn bekering tot het boeddhisme, door de Tibetaanse koning Songtsen Gampo gebouwd. Volgens de legende is de koning, als boetedoening voor de onvrijwillige moord op zijn vader, begonnen met deze constructie. De eerste stupa is in de veertiende eeuw door Mongoolse indringers verwoest, zodat de huidige Tchörten van recentere datum is. De symbolische constructie dient in wezen als een drie dimensionale herinnering aan Boeddha’s pad naar de verlichting .
De basis representeert de aarde, De Kumbha (koepel) is water, de Harmika (vierkante toren) is vuur, de conische piramide is lucht, en de paraplu aan de top is de leegte of de regionen boven de wolken. De 13 niveaus van de conische piramide geven de stappen weer die een mens moet passeren aleer Nirwana bereikt wordt.
Stupa’s werden oorspronkelijk gebouwd om heilige relikwieën te huisvesten. Sommigen beweren dat Boudhanath de relikwieën van de Boeddha van het verleden, Kashyapa bevatten. Anderen claimen dat een gedeelte van het skelet van Siddhartha Gautama , de oorspronkelijke Boeddha in de stupa bewaard worden.
Rond de basis van de Tchörten zijn 108 kleine afbeeldingen van de Dhyani Buddha Amitabha . Dit zijn geen historische figuren, zoals Gautama Boeddha, maar transcendente wezens die de universele goddelijke principes of krachten symboliseren. De Dhyani Boeddha’s vertegenwoordigen verschillende aspecten van het verlichte bewustzijn en zijn grote genezers van de geest en de ziel. Zij zijn onze gidsen voor spirituele transformatie. Nummer 108 wordt, in de Tibetaanse cultuur, gezien als een geluksgetal. Rond de basis is tevens een ring van gebedsmolens, verdeeld in groepen van vier of vijf, geplaatst in 147 nissen. Om de bovenste gedeelte van de basis te bereiken loop je door de noordelijke toegang langs een kleine tempel toegewijd aan Hariti (Ajima), godin van de pokken. De basis is tussen 5 uur in de ochtend tot 18 uur in de avond. Deze plek geeft een goed zicht op de stromen pelgrims die rond de stupa lopen. Verder zie je aan de oost kant van de stupa verschillende pelgrims prosterneren of te wel “buikschuiven, neerwerpen”.
Rondom het plein zijn veel winkeltjes aanwezig. We krijgen een rondleiding in een school die de kunst van het mandala schilderen centraal heeft staan.
De mandala (Sanskriet: मण्डल voor cirkel) is een generieke term uit de Tibetaanse kunst en het Tibetaans boeddhisme voor een plan, kaart of geometrisch patroon dat metafysisch of symbolisch de kosmos uitbeeldt.
Een goed Engels sprekende jonge man geeft duidelijk ons uitleg omtrent het maken van deze vorm van kunst. Enkele aspecten van deze uitleg:
- Het maken van mandala’s zijn aan strenge regels verbonden. In wezen is de inhoud/ontwerp altijd hetzelfde .
- Het laatste goed gekeurde ontwerp stamt uit 1954.
- De kleuren die gebruikt worden zijn allen afkomstig uit natuurlijke bronnen. Dit garandeert een kleuren echtheid van tientallen jaren.
- Goud wordt alleen gebruikt door een meester. Een persoon in het lokaal maakt hier gebruik van.
Aan het einde van de rondleiding krijgen we natuurlijk de gelegenheid om een mandala te kopen. Erwin wil voor zijn vrouw een afbeelding van de vier vrienden aanschaffen. Dit is een afbeelding uit een legende die respect en samenwerking met ouderen weerspiegelt.
Dit is in de westerse wereld te vergelijken met het vertellen van een parabel. Nu wordt net als in elke winkel onderhandeld. Openingsbod is 9000 roepia’s. Eindresultaat is 6000 roepia’s (circa 50 euro). De tekening wordt opgerold en in een stevige kartonnen koker verpakt.
Na het verlaten van de school ga ik op zoek naar een kleinigheidje voor het thuisfront. Hierbij denk ik aan een turquoise armbandje voor de dames. Deze zijn na enig onderhandelen voor 300 roepia’s per stuk mijn eigendom geworden.
Na enige tijd rondgelopen te hebben gaan we richting van de “Boudha Stupa, View Guest House”. Hier nemen we plaats op het dakterras die een prachtig uitzicht biedt op, zoals al reeds in de naam beschreven staat, Boudhanath.
Het reeds na 18 uur en de stupa is niet meer toegankelijk voor pelgrim gangers/toeristen. Alleen in een klein tempeltje is nog luidruchtige bedrijvigheid waar te nemen. Terwijl het daglicht langzaam ten einde gaat geniet ons gezelschap van een warme maaltijd.
Om de dag af te sluiten nemen we plaats op het dakterras van het Boudha hotel. Dit is een gezellige avond waarbij menig biertje gedronken wordt. Jammer dat onze reis ten einde loopt. Een avond als deze is zeer zeker voor herhaling vatbaar.
5 april
De dag begint met flinke regenbuien. De stoffige straten van Kathmandu veranderen al snel in modderpoelen. Het verkeer is druk en het duurt wel even voordat we ongestoord naar ons reisdoel kunnen rijden. Het geeft ons wel de gelegenheid om onze omgeving en mensen eens rustig te observeren. Na een trip van circa 1 uur komen we aan in Bhaktapur.
Bhaktapur, ook Bhadgaon of Khwopa genoemd, (Sanskriet: भक्तपुर जिल्ला) is een grote stad in het centrum van Nepal, en tevens de hoofdstad van het gelijknamige district Bhaktapur.
Gezien het feit dat Bhaktapur een voormalige koningsstad is, is natuurlijk ook een Durbar square aanwezig. Onderweg hebben we onze gids voor de dag opgehaald. Dit is een jonge man, welbespraakt en met een gezonde dosis humor in zijn verhalen/opmerkingen. Aan de gebouwen op Durbar square is duidelijk nog de schade te zien, aangericht door de aardbeving in 2015. Veel van deze gebouwen worden gestut of staan in de steigers. Ondanks dit alles moet ik eerlijkheidshalve zeggen dat dit plein mooier is dan die in Kathmandu.
We komen langs een eeuwen oude boom. Volgens onze gids wilden de mensen deze boom beschermen. De oplossing die gekozen werd is in principe eenvoudig maar effectief. Maak van deze boom een tempel en de toekomst is verzekerd.
Op het plein staan beeltenissen van goden en demonen. Bij een van deze beelden krijgen wij het volgende verhaal te horen.
Hiranyakasipu is een Asura (god/demon) en koning van de daitya's (reusachtige Asura's) uit de Puranische geschriften van het Hindoeïsme. Zijn naam vertaalt zich letterlijk naar "gekleed in goud", iemand voorstellend die gek is op rijkdom. Hiranyakashipu's jongere broer Hiranyaksha werd gedood door Varaha-avatar van Heer Vishnu.
Doordat hij de gunsten van Brahma wist te bemachtigen werd hij onsterfelijk.
Het was niet mogelijk om hem te doden:
- Niet in de nacht, niet overdag
- Niet binnen, niet buiten
- Noch door mensen, dieren of goden.
- Noch op aarde of hemel
- Niet door de levenden of levenloze
Narasimha (vierde avatar (incarnatie) van Vishnu )
Door zijn onaantastbare positie wilde hij door iedereen als heer van het universum aanbeden worden. Zijn zoon, Prahlada, echter aanbad Vishnu als alom aanwezige godheid.
Door zijn haat voor Vishnu en de afwijzing van zijn zoon onderneemt Hiranyakasipu verschillende pogingen om Prahlada te vermoorden. Iedere poging om dit te bereiken wordt door Vishnu verijdelt. Een van de pogingen om zijn zoon te vermoorden is om hem samen met zijn zuster Holika op de brandstapel te plaatsen. Holika had de gave om niet aangetast te worden door vuur. Prahlada riep Vishnu aan en tijdens de strijd tussen goed en kwaad verbrande Holika maar bleef Prahlada ongedeerd. Het verbranden van Holika wordt gevierd door het Holi-festival.
Om dit alles een halt toe te roepen nam Vishnu de verschijningsvorm van Narasimha (mensleeuw) aan.
Om de zegen van Brahma te ontlopen zorgde ervoor hij dat de ontmoeting met Hiranyakasipu als volgt plaatsvond:
- Bij dage raad, dus niet in de nacht of overdag
- Op de drempel van het paleis, dus niet binnen of buiten
- Narasimha is een verschijningsvorm van Vishnu. Dus geen mens, dier of godheid.
- Hij tilt hem op zijn schoot (zie foto). Dus niet op aarde of hemel
- Door gebruik te maken van zijn nagels, noch levend of levenloos, verscheurt hij Hiranyakasipu
Onze gids geeft te kennen dat we niet elk complex mogen betreden en dat fotograferen ook niet overal toegestaan is. Een aantal Gurkha ’s houden de wacht bewapend met geweer, pistool en kukri (groot Nepalees hakmes). De Gurkha of de Gorkha zijn een volk uit Nepal en het noorden van de Indiase staat West-Bengalen. Zij ontlenen hun naam aan de regerende dynastie. De Gurkha zijn vooral bekend geworden door hun rol als soldaten in dienst van het Britse leger, de Gurkha brigade.
We gaan via de "Lun Dhwākhā", Devanagari:( लुँ ध्वाखा ), (The Golden Gate)" naar de eerst binnenplaats. Deze poort is een schitterend voorbeeld van de bouwkunst uit de Newah of Newa (Sanskriet: नेवा) periode. Op deze poort zijn beeltenissen aangebracht van de godin “Kali”, de mythische vogel “Garoeda”, nimfen en demonen.Op deze binnenplaats liggen veel beelden die na de aardbeving gered zijn.
We lopen de 2de binnenplaats binnen waar een diep water bassin gelegen is. Slangenbeelden, Nāga’s, zijn ruim vertegenwoordigt. Nāga (Sanskriet:नाग) is het Sanskriet woord voor een klasse van bovennatuurlijke wezens in het boeddhisme en het hindoeïsme die vaak de verschijning van een slang of draak aannemen. 'Nāga’s nemen vaak de functie van bewaker op zich. Gezien dit waterbassin als badplaats door adellijke dames gebruikt werd is de aanwezigheid van deze beelden wel begrijpelijk.
We lopen richting Taumadhi Square. Hier vallen twee bezienswaardigheden meteen op namelijk de Nyatapola tempel en een grote houten wagen die tijdens het naderende nieuwjaar door Bhaktapur gereden wordt. De Nepalees jaartelling loopt 56 jaar, 8 maanden en 16 dagen voor op de westerse jaartelling.
De vermaarde vijf etages hoge Nyatapola tempel is de belangrijkste tempel de van Bhaktapur. De tempel is met 30 meter de hoogste pagodetempel van het land. De tempel werd in het jaar 1702 gebouwd op advies van de koning Bhupatindra Malla om een einde te maken aan een periode van slechte oogsten.
De tempel is opgedragen aan de godin Siddhi Laxmi. De trap die naar de ingang leidt, wordt op de eerste verdieping geflankeerd door worstelaars Jaya Malla en Patta Malla, die over bovenmenselijke krachten zouden beschikken.
Op de tweede verdieping door olifanten, op de derde verdieping door leeuwen, op de vierde verdieping door griffioenen en op de vijfde verdieping staan de goden Simhini & Vyangini.
Per verdieping wordt de kracht vertienvoudigd. De godin Siddhi Laxmi is zo krachtig dat alleen een priester haar ’s nachts kan bezoeken om een puja ( Hindoeïstische gebedsdienst) te doen. Een normaal mens zou bij de aanblik van de godin onmiddellijk sterven. Toen de bouw van de Nyatapola tempel klaar was keerden voorspoed en gezondheid terug in de vallei.
We gaan via Potter’s Square naar een restaurant. De mannen maken de aardewerken potten, vrouwen versieren ze. In een zijstraatje staan de ovens gemaakt van klei. Het restaurant heeft een gezellige binnenplaats. Even de tijd nemen voor een drankje en/of een hapje.
Na deze tussenstop krijgen we een uur de tijd om op eigen gelegenheid door de straten van Bhaktapur te lopen. Zoals al eerder beschreven is de stad nog steeds beschadigt door de aardbeving van 2015. Veel gebouwen zijn gestut. Werklieden zijn bezig met reparaties. In een steegje valt een baksteen naar beneden. Deze komt akelig dichtbij terecht. Ook hier is men niet bezig met de veiligheid van de bouwvakkers en passanten.
Erwin en ik lopen beide nog een rondje door verschillende straten om dan langzaam richting restaurant te lopen. Onderweg horen we een groep kinderen die meerdere malen het woord “Hale, Hale” scanderen. Bij het naderen van de kinderen zien we een tweetal verklede dansers die achter hun aan lopen. Dit tot grote hilariteit en gelach van de kinderen die in aantal steeds meer worden.
Het Navadurga-festival is een maskerdansceremonie van negen Durga's, de verschillende demonische voorstellingen van manifestaties van Parvati, de shakti van Shiva in de tantrische traditie. Het Navadurga-festival is inheems in Bhaktapur en wordt uitgevoerd in en rond de stad Bhaktapur en nabijgelegen plaatsen. Vier groepen Navadurga-dansers die deze godinnen belichamen, bestaan in de vallei (Bhaktapur, Kathmandu, Thecho en Kirtipur).
De bovenstaande danses representeren Sima en Duma. Beiden worden gezien als lijfwachten van Shiva en beschouwd als boodschappers van de dood.
Nadat iedereen weer, van hun uitstapje, terug is gaan we verder. We lopen door “verborgen gangen”, die inderdaad moeilijk te vinden zijn, naar binnenplaatsjes waarvan de vloer door de aanwezigheid van mos nogal glibberig aan doen. We zien antieke waterputten die nog steeds bruikbaar zijn.
Deze lage gangen verlatend komen we weer op een volgend plein. Alhier staat de Dattatreya Tempel. De tempel bestaande uit drie lagen is in pagode stijl gebouwd en bevat beelden van de Hindoe drie-eenheid: Brahma de schepper, Vishnu de beschermer, en Shiva de vernietiger.
De tempel is tijdens de regeer periode van koning Yaksha Malla (1428 A.D. – 1482 A.D.) gebouwd. Echter pas na zijn dood werd deze tempel voor iedereen opengesteld. De exacte datum van de bouw van deze tempel is niet bekend. Volgens een populaire overlevering is deze tempel uit één enkel stuk hout, uit één boom gebouwd. Bij de ingang staan beelden van dezelfde worstelaars als de Nyatapola tempel. Op het plein voor de tempel staat , op een pilaar, een vergulde, metalen beeld van een Garoeda. Deze staat met het gelaat naar de tempel gericht.
In 1548 AD is deze tempel gerenoveerd door koning Vishwa Malla. Zoals de foto laat zien is heden ten dagen ook wat “love and tender care” noodzakelijk.
Naast de tempel ligt een gebouw met exquisiet uitgesneden pauwen ramen (peacock windows).
Deze zijn tijdens de regering van koning Vishwa Malla geproduceerd. Onze gids leidt ons naar het enig nog volledig intacte exemplaar.
Na de rondleiding door Bhaktapur brengen we onze gids weer met de bus terug naar het 1ste ontmoetingspunt. Hier staat zijn motor geparkeerd. Hiermee kun je, volgens hem, op de snelste manier door de stad reizen. We nemen afscheid en gaan weer door het drukke verkeer terug naar het hotel.
Deze avond hebben we een afscheid etentje. Dit op het reeds vooraf beschreven dakterras van het Boudha hotel. Het is reeds duister aan het worden zodat de rode lamp, bevestigt aan de reling, steeds duidelijker te zien is. De lichtjes van Kathmandu beginnen ook steeds mooiere vormen aan te nemen.
Ram maakt van de gelegenheid gebruik om ons een kaart van het Himalaya gebied te geven waarop de plekken gemarkeerd zijn die we bezocht hebben. Ram en Dorien krijgen beiden een enveloppe aangeboden voor een onvergetelijke reis. De oorspronkelijke planning van deze reis heeft meerdere malen onder druk gestaan, maar steeds is een passende oplossing voor eventuele problemen gevonden.
6 april
’s Ochtend nemen we afscheid van Ram. Een ieder van ons krijgt een sjaal om gehangen en we krijgen de beste wensen mee voor een veilige terugreis. We rijden naar Tribhuvan airport en moeten weer door de security check. Deze is nog steeds even efficiënt als de dag van aankomst.
Het inchecken is een grote chaos. De oorzaak van dit alles: In Istanbul is een nieuw vliegveld ( Istanbul Havalimanı ) geopend en dit is het weekend dat alles van oud naar nieuw wordt verhuisd. Eerst was deze overgang voorzien in de nacht van 30 november op 1 december 2018, toen werd naar 1 maart 2019 vooruitgeschoven, uiteindelijk werd het 6 april 2019 tussen 2 uur 's nachts en 14 uur 's middags, een venster van 12 uur waarin beide betrokken luchthavens gesloten waren.
Deze transitie is rommelig georganiseerd. Reisgroepen worden uit elkaar gehaald. Anderen krijgen geen vlucht naar Amsterdam maar worden naar Parijs omgeleid en weten daarna niet wat de bedoeling is. De wachttijd is lang maar intussen neem ik mij de gelegenheid om met reizigers uit verschillende landen een gesprek te voeren. Dit maakt het lange wachten een stuk aangenamer.
Nadat de boarding problemen met Lonneke opgelost zijn kan ons reisgezelschap gezamenlijk naar Istanbul reizen. Het is nu wel duidelijk dat aldaar geen directe aansluiting naar Schiphol voor handen is. Dit ondanks het online reserveren van de zitplaatsen de avond tevoren.
De vlucht naar Istanbul duurt langer dan in normale omstandigheden. De spanningen tussen Pakistan en India zijn toegenomen nadat militaire vijandelijke schermutselingen tussen beiden uitgewisseld zijn. Al jaren zijn beide landen het oneens over de landgrenzen in het Kasjmir territoria. Nu vliegen we een traject om dit onveilige gebied te vermijden.
Aangekomen op Istanbul Airport:
- Een enorme grote, lege, aankomsthal
- Nagenoeg geen aanspreekbaar personeel
- Niemand die onze vragen kan beantwoorden
- Niets functioneert. Computers, printers, allemaal offline
- Wetende van de problemen en onze aankomst uit Kathmandu wordt door TKA absoluut niet proactief gereageerd.
- Geen ondersteuning van de reis organisatie
Uiteindelijk krijgen wij het advies om het vliegveld te verlaten en ons te melden bij het “TKA-hotel”. Dit is echter zonder inreisvisum niet mogelijk. Bij een loket 25 euro dokken voor dit visum en dan door de douanecontrole naar buiten. Het hotel echter is hier niet aanwezig. Bij navraag aan een jonge dame, gekleed in een blauw T-shirt met de tekst “ask me”, worden we naar een loket van de vliegmaatschappij geleidt. De aanwezige man zucht eens diep en vraagt om onze boarding passen. We mogen plaatsnemen in een soort wachtruimte, samen met een flink aantal reizigers met hetzelfde probleem.
Na een tijdje worden onze namen omgeroepen. De uitspraak is zo nu en dan hilarisch en de reizigers hebben moeite met het ontcijferen van hun eigen naam. Vervolgens per bus van Istanbul Airport naar het hotel. We rijden over de Bosporus, gelegen tussen de Zee van Marmara en de Zwarte Zee. Onderweg stopt de chauffeur frequent om de weg te vragen. Hierbij rijden wij soms door smalle steegjes met sobere gebouwen. Ik vraag me af welk soort hotel door TKA ter beschikking gesteld wordt.
7 april
Eindelijk bereiken we om 0.10 uur het hotel. We melden ons aan de incheck balie en ik krijg een twee persoons kamer voor mijzelf toegewezen. In tegenstelling tot mijn eerdere gedachten is dit hotel wel erg mooi en luxe ingericht.
Al mijn bagage is nog op het vliegveld. Het is dus behelpen met hetgeen dat in mijn rugzak nog voorradig is. Gezien het late, oftewel vroeg, tijdstip ga ik al snel naar de kamer, douchen en slapen. Vanaf 6 uur ’s ochtend is het ontbijt beschikbaar en om 10 uur wordt de bus naar het vliegveld verwacht.
’s Ochtend op tijd ontbijten en daarna met enige vertraging richting Istanbul Havalimanı.
Op het vliegveld gaan we door de gebruikelijke procedures. Nu de vertrekdatum op het visum aangebracht is kan ik officieel beweren dat ik ook in Turkije geweest ben. Terwijl we wachten om te boarden hebben we een aantal uren om het nieuwe vliegveld te verkennen. De verdere reis naar Nederland verloopt voorspoedig.
Aangekomen op Schiphol bellen we, volgens afspraak, het parkeerbedrijfje. Na circa 20 minuten arriveert het busje met het “zonnetje” op de zijkant. Erwin en ik zijn niet de enige passagiers. Een jong stel is ook terug van hun vakantie bestemming. De chauffeur kan op het kantoor de autosleutel niet vinden zodat uiteindelijk de eigenaar ingeschakeld wordt. Nu is alles snel geregeld en kunnen we onze thuisreis voortzetten.
Na enkele uren wordt ik door Erwin voor mijn huisdeur deur gebracht. We nemen snel afscheid, omdat hij nog uurtje onderweg naar huis is. Nu kan ik beweren dat de reis voorbij is en het alledaagse weer op me wacht.
De complete reisgroep, met enige vertraging, veilig op Schiphol aangekomen.
Einde, of niet?
Terug gekomen in Nederland komen regelmatig WhatsApp berichten binnen, waarvan er één meteen een behoorlijke indruk achterlaat. Tijdens de startprocedure is een vliegtuig van Summit air , Identificatienummer 9N-AMH, de heliport ingereden. Hierbij zijn 3 doden en vijf gewonden te betreuren. Dit vliegtuig is het toestel waarmee ons reisgezelschap exact 1 week van te voren naar Ramechhap gevlogen is. Voor geinteresserden: Het Aircraft Accident Investigation rapport is met de volgende link in te zien.
Tips en Tricks:
- Ga zelf je visum bij het Nepalese consulaat halen. De procedure aldaar is binnen 10 minuten afgehandeld.
- Zorg voor enige basis kennis omtrent hoogte ziekte. Dit kan veel ellende voorkomen.
- Ga je met de trein kijk dan eens bij de NS voordeelwinkel. Dit scheelt behoorlijk in de kostprijs.
- Koop je wandelschoenen alhier. Deze moeten voldoende ingelopen worden.
- Rugzak, Crampons, buff, wandelkleren zijn in grote getale in Kathmandu en Namche Bazaar te koop. Evenals alle “kleine” grut. Vraag eventueel je gids voor een goed adres. De prijzen zijn een stuk aangenamer.
- Luister naar de adviezen van je gids! Hij en alle hulpgidsen en dragers zorgen voor je veiligheid en welbevinden.
- Vanaf Namche Bazaar is het raadzaam om geen alcohol en vlees meer te nuttigen.
- Geef de dragers voorrang tijdens je tocht. Deze dragen flinke lasten met zich mee.
- Loop links de Stupa’s (Tchörten) voorbij, respecteer de lokale religie.
- Geef geen geld aan bedelaars, kinderen. Vooral kinderen vinden “de snelle ”verdiensten” al vlug een makkelijk alternatief om niet meer naar school te gaan.
Maak jouw eigen website met JouwWeb