India - Spiti & Ladakh

Langs grillige bergen en hangende kloosters

 13 jul t/m 4 Augustus 2023

Inleiding

Deze  reis gaat via de Old Hindustan Tibet Road vanuit Shimla door Kinnaur, Spiti en Lahoul naar het land van de Ladakhi's. De  route volgt de loop van de rivieren de Sutlej en Spiti, dwars door de Himalaya langs de grens met Tibet.

Door iedere avond notities te maken is het mijn bedoeling een weergave van deze reis te construeren. Het is mogelijk dat namen van lokale plaatsen/mensen niet altijd correct zijn. Dit heeft te maken met de verschillende schrijfwijzen/vertalingen. Dus in veel gevallen is een fonetische weergave gebruikt.

Tijdens de reis heb ik veel gezien. Van extreme armoede tot een rijkdom die nauwelijks voor te stellen is. Ook de diversiteit van mensen is noemenswaardig. Hierbij zij de inwoners van Yangtang wel een exceptioneel positief  voorbeeld. Veel plezier met lezen en let niet te veel op mijn kennis van de Nederlandse taal.

13 juli

Met een beetje research op internet en een aantal berichten op de TV waarbij gemeld wordt dat door vakantiedrukte/wegwerkzaamheden en een eventuele staking van het veiligheid/bagage afhandelingspersoneel hebben  Erwin en ik besloten om eerder op pad te gaan naar vliegveld Frankfurt am Main

Het traject loopt voorspoedig en zonder problemen arriveren we bij het vliegveld. Tijdens de rit heeft Erwin contact opgenomen met een valet parkeer service. Concept hiervan, arriveren, uitstappen, sleutel overhandigen aan een personeel lid van het bedrijf en daarna het vliegveld betreden.

Deze methode is tijdbesparend,  relaxed en de meerkosten zijn miniem. Maar over tijd gesproken. We zijn veel eerder aangekomen dan de bedoeling was. De vluchtgegevens zijn nog niet definitief en we gaan in de hal op een bank zitten om de tijd te overbruggen.

Tijdens het wachten komt een Chinese dame bij ons zitten. Tijdens het wachten een “gesprek” met haar gevoerd. Zij spreekt geen Engels en mijn kennis van de Chinese taal is op zijn zachts gezegd “suboptimaal”. Desondanks in circa 25 minuten tijd heeft ze foto’s laten zien van haar Europareis. Met name Parijs, Pisa, London etc. Verder heeft ze haar woonplaats kunnen aangeven: Benxi Liaoyang. Benxi is een stadsprefecthuur in het oosten van de noordoostelijke provincie Liaoning, Volksrepubliek China. Rondom Benxi wordt van oudsher steenkool en ijzererts gedolven. Ze neemt afscheid om bij haar vlucht in te checken en vertrekt richting balie.

Na dus een behoorlijke wachttijd naar de incheckbalie. Alhier wordt ons visum en vluchtafspraken op voorhand gecheckt. Alles in orde en we krijgen een goedkeuringssticker op het paspoort. Bagage afleveren (19,3 kg) vliegticket in ontvangst nemen en door naar de security check.

Deze verloopt zonder problemen en dan door naar de juiste gate voor vertrek. Het is de bedoeling dat we met de bus naar het vliegtuig gebracht worden. Dit verloopt met enige vertraging zodat het vliegtuig op last van de luchtverkeersleiding pas na ruim 1 uur aan de startprocedure mag beginnen.

We vliegen met Air India. Het vliegtuig is al wat ouder. Voorzien van beperkte AV mogelijkheden, die haperend werken. Na de veiligheid instructies gaan we op weg.

Het cabine personeel is op en top. Het eten samengevat: economy class

Aan boord zijn veel nationaliteiten. Na de mensen uit India zijn de Duitsers het meest vertegenwoordigd. Tijdens de vlucht gesproken met een jonge man afkomstig uit Ongele, gesitueerd in Andhra Pradesh. Hij vertegenwoordigt een firma die tandheelkundig instrumentarium verkoopt.

14 juli

Eenmaal op het Indira Gandhi International Airport, geland gaan we door de door de visa check. Vingerafdrukken worden afgenomen voor de biometrie gegevens. Verder wordt het ingevulde formulier afgegeven met de verblijfsgegevens. Opmerking: De ambtenaar was de meest “vrolijke” persoon op het vliegveld. Indira Gandhi International Airport, oorspronkelijk Palam Airport genaamd, is een vliegveld bij New Delhi, India. De luchthaven is vernoemd naar de voormalige eerste minister Indira Gandhi. Het vliegveld is het drukste in India qua passagiers.

Na het ophalen van de bagage nog even flappentappen. Het beschikbare bedrag op de ATM is gelimiteerd. Uit eindelijk kunnen we 8000 ₹  verkrijgen. Hierna  lopen we naar een balie van Airtel om een simkaart te kopen. Deze kost 450 ₹ , en geeft ons via een dongel die Erwin meegenomen heeft, 1,5 GB per dag aan internet toegang.

We verlaten het vliegveld.  De hitte komt ons tegemoet en we begrijpen meteen wat het betekent om in juli naar India te reizen. Een korte afstand lopen en kunnen de metro betreden. Kaartjes gekocht, eenmaal overstappen en dan naar het eindstation. In dit geval Karol Bagh waarna we nog circa 750 meter naar het hotel moeten lopen. Onder het lopen ontstaat een regenbui. Het water is even warm als een douche. We zullen in de nabije toekomst hotels tegenkomen waarbij het douchewater een stuk frisser aanvoelt.

In eerste instantie arriveren we bij het verkeerde hotel. Tot ons geluk behoren beiden tot dezelfde hotelketen. De manager zorgt ervoor dat we op de juiste plek, circa 200m verwijderd, terecht komen. De Suncourt Yatri. Bij het binnengaan is de airco een genoeglijke verfrissing. We melden ons en krijgen een kaartje van Astrid overhandigt waarin ze ons welkom heet.  

Kort daarna is ze present, krijgen een algemene briefing, kamersleutel en het advies om geld bij de hotelmanager te wisselen. Dit tegen een goede koers. Zodoende voor 18000 ₹  ( circa 200 euro) aan geld omgezet. De reisbagage naar de kamer brengen, installeren, afkoelen, douchen en daarna de omgeving van het hotel verkennen.

Indrukken:

  • Druk verkeer, eeuwig de claxon gebruikend
  • Taxi’s Tuktuks, winkeleigenaren die je blijven achtervolgen om klandizie te krijgen
  • Huizen, gebouwen in een slechte bouwkundige toestand
  • Slechte wegen
  • Geen heilige koeien ?
  • Veel loslopende honden

Suncourt Yatri

  • Op het eerste gezicht een redelijk goede indruk
  • Grandeur met een matige afwerking
  • Harde matrassen
  • “Beestjes” op de badkamer
  • Stoffig serviesgoed
  • Niet al te schone handdoeken
  • Stopcontacten die niet voldoen aan de technische specificaties
  • Lekker warme douche
  • Behulpzaam/vriendelijk personeel

Nog enige toelichting omtrent mijn opmerkingen. Deze zijn bedoelt om mijn observaties weer te geven. Dit om een zo reëel beeld van de omgeving/situatie te schetsen. Dit betreft zowel de positieve als negatieve zijden van deze reis. Het is mijn keus om dit gedeelte van India te verkennen. Dit zowel van de goede als minder goede aspecten.

’S Avonds gaan we gezamenlijk naar het Suruchi, vegetarisch, restaurant. Deze ligt op korte loopafstand van het hotel. Ik bestel een Gujarati Thali. Een, volgens  Astrid, mild gekruide maaltijd. Het eten is goed. Brood, rijst, groente wordt bijgevuld tot het moment dat je aangeeft dat meer eten niet meer nodig is. Ondanks de toezegging zijn mijn smaak papillen enigszins gestrest. 

Het blussen met een Lassie ( yoghurt drank) bracht hierin soelaas.

Na het eten door de hitte, drukte, lawaai terug naar het hotel. Morgen ochtend om 6 uur moeten de koffers in de hal staan. Na een ontbijt vertrek naar Shimla alwaar de reis per bus begint.

15 juli

 

Vanochtend al vroeg op. De tassen zijn naar de receptiehal gebracht, waarna op het dak  in de lounge kunnen ontbijten. We dragen zelf onze tassen naar de busjes. Deze mogen niet tot aan het hotel rijden. Op weg naar het station wordt het verkeer/lawaai steeds chaotischer. Bij een kruising staat een jong meisje acrobatische toeren uit te halen. Dit om nog een aantal roepies binnen te halen.

We rijden door New Delhi alwaar het duidelijk is dat hier de meer gesitueerde mensen wonen en werken. We stoppen aan de achterkant van het treinstation en moeten dan naar de voorkant lopen. Een aantal medereizigers laten hun reisbagage dragen. Dit voor een bedrag van 500 roepia (2 tassen, circa 40 kg). We manoeuvreren over de parkeerplaats. Onderweg worden we langs het “openbare” toilet met bijbehorende odeur geleidt.

Op de perrons liggen de mensen, met hun reisbagage, op de vloer te slapen totdat hun vervoer arriveert. Het is een lange weg met een zware tas en een zeer warme temperatuur.

Op de juiste plek aangekomen krijgen we onze zitplaatsen toebedeeld. Stoelindeling 71-72.

Bij ons zit Clementine, een docent in ruste. Ze heeft op de hoge school het vak biotechnologie gedoceerd. Na een gesprek met haar is mij nu duidelijk dat Snickers uit Nederland niet hetzelfde is als hetzelfde product uit India. Dit heeft te maken met de samenstelling en het smeltpunt van de chocolade.

Onderweg zien we een legio aan rijstvelden en  dorpjes. In een van deze dorpjes lopen de mensen kniehoog door het water. Deze waterstand is veroorzaakt door hevige regenbuien van afgelopen weken. Aangekomen in Chandigarh moeten wij wederom door het hele station lopen om bij onze bussen te komen. Deze zijn van het merk Force Traveler. Deze zijn van Indiase makelij en het zal in de nabije toekomst blijken dat deze uitermate geschikt zijn voor het Indiase wegverkeer. We ontmoeten onze chauffeurs, Lalith Gi en Baliram. De rijwijze past bij het eerder opgemerkte weggedrag. Luid claxonnerend, inhalen voor de bocht en soms, voor ons, vreemde manoeuvres.

We zien mensen, lopend langs de weg, gekleed in oranje kleding/gewaden. Volgens de chauffeur/Astrid is dit onderdeel van de Shiva Jatra. Dit is de maand van Shiva met de bijbehorende bedevaart.

Onderweg zien we veel koeien langs de weg, regelmatig Makaken en Langoer apen. We rijden langs een militair kampement alwaar verschillende soorten oorlogsmaterieel tentoongesteld wordt. Na verloop van tijd wordt het landschap steeds heuvelachtiger. Het gebergte komt langzaam in zicht. Op veel plaatsen zijn de gevolgen van de regenval te zien. De chauffeur is steeds bezig om het puin op de weg te omzeilen. Dit heeft voor onze reistijd geen consequenties gehad.

Onderweg lijkt het erop dat we op de verkeerde route terecht zijn gekomen. Na telefonisch overleg blijkt het hotel enkele honderden meters verderop te liggen.

Hotel Ameera:

  • Bereikbaar via een autolift.
  • De kamer is ruim en netjes. De badkamer is ok, alleen de kraan van de douche is moeilijk te bedienen.
  • Vanaf het dak is het uitzicht indrukwekkend. Het landschap, de mistflarden, het zonlicht.
  • ’s Avonds krijgen we uitleg omtrent het eten. Het eten is aangepast zodat het niet “to spicy” is.
  • De bazin van het hotel is behulpzaam en heeft de regie strak in handen.
  • Boven in het hotel is een ruimte gereserveerd voor feestelijkheden zoals huwelijken.

Buiten is het mistig met meerdere regenbuien. Later op de dag wordt het een stuk aangenamer.

16 juli

 

Na het ontbijt gaan we op weg naar Shimla.  Shimla was ten tijden van de gurkha's een kleine onbetekenende nederzetting. In 1819 werd de locatie echter ontdekt door de Britten, die besloten er een hill station te bouwen. In 1822 werd het eerste Britse huis gebouwd en al snel volgden er meer. Vanwege de makkelijke bereikbaarheid vanuit Delhi groeide het uit tot het belangrijkste hill station in de westelijke Himalaya's. In 1864 werd Shimla daarom officieel de zomerhoofdstad van Brits-Indië. Elk jaar verhuisde de Brits-Indische regering van de drukkende hitte in Calcutta of Delhi naar de relatief koelere hoogten van Shimla. Iedere ambtenaar of bestuurder die wat wilde voorstellen wilde een tweede huis in Shimla bouwen, zodat de stad tegenwoordig nog bekend is om zijn victoriaanse villa's. Shimla is nu de hoofdstad van de provincie Himachal Pradesh. 

 

De chauffeur claxonneert bij iedere bocht. Dit als waarschuwing voor het tegemoetkomend verkeer. Lalith Gi is goed bekend met deze omgeving en door het nemen van een afkorting wordt de reistijd verkort.

In Shimla aangekomen gaan we in twee fasen met de lift naar het bovenste gedeelte van de stad. Aldaar gaan we kijken naar een hotel in koloniale stijl. Schijnbaar zijn de overnachtingen aan de prijzige kant. We lopen over de hoogstgelegen boulevard van de stad. Vanaf deze positie zijn de uitzichten over de stad mooi. De wolkenvelden komen en gaan waardoor het beeld van de stad steeds veranderd.

Aangekomen bij een theater gaan een aantal reisgenoten een rondleiding volgen. Clementine, Erwin en moi lopen nog een rondje.

Bezienswaardigheden:

  •  Gemeentehuis
  •  Anglicaanse,  Christ Church (1857),  in neo gothische stijl
  •  Gaiety Theatre of Gaiety Heritage Cultural Complex (1887)
  •  Beelden van BI-ers (bekende Indiërs)
  •  Beeld van Mahatma Ghandi
  •  Paarden voor een rondritje
  • Jakhoo oftewel Hanuman Temple

Op de afgesproken tijd keren we terug naar het theater. Na even gewacht te hebben worden wij naar binnengeroepen. We zijn getuige van een theatervoorstelling. Een one-man show met Bert in de hoofdrol. Verrassend en amusant.
Na de voorstelling gaan we gezamenlijk eten. Deze zaak wordt door Astrid aanbevolen. Het personeel loopt in traditionele kleding en zijn altijd bereidt om met iedere gast op de foto te gaan. Ik eet een Masala Dosa vergezeld door een kop koffie. Nb: De prijzen zijn exclusief belasting
De plaatselijk toeristenbureau (VVV) wordt bezocht. Voor 50 ₹ (55 eurocent) koop ik een informatieboekje betreffend de omgeving van Himachal Pradesh. Een mooi boekje voor een belachelijk lage prijs.
Na even rondgelopen te hebben gaan we richting Hanoeman tempel. Er zijn 2 mogelijkheden om deze te bereiken. Ten eerste met de lift, ten tweede te voet langs een steil pad. Een tocht van circa 45 minuten in een temperatuur van zo’n 35 graden C.

Hanoeman (Sanskriet: हनुमान्, Engels: Hanuman) is in het hindoeïsme een godheid die de gedaante heeft van een sprekende aap. Hij speelt een belangrijke rol in de Ramayana, waarin hij de god Rama helpt bij de redding van zijn vrouw Sita uit de handen van Ravana, de demonenkoning van Lanka.

Voordat het terrein betreden worden eerst alle losse voorwerpen, zoals bril, pet etc. in de rugzak stoppen. De bij de tempel aanwezige Makaken kunnen alles gebruiken en daarbij agressief reageren/bijten. (Denk aan rabiës gevaar).

Wie zoekt vindt mij.

Ik ga naar het beeld van Hanoeman.. Deze is een indrukwekkende 33m hoog. Met mijn 1.85m lengte ben ik maar een dwerg.

Terwijl ik aan het fotograferen ben wordt de bril van Astrid door een aap ontvreemd. Met enige moeite en met behulp van een hoeveelheid voer kan ze de bril terugkrijgen. Daarbij laat de aap zijn niet onaanzienlijke tanden zien. Petje (of bril?) af voor Astrid.

In dezelfde periode krijgt Erwin onverwacht een aanvaring met een aantal apen. Dit loopt met een sisser en een paar krabsporen af. Reisgenoten die deze gebeurtenis zagen waren onder de indruk. 

 

                                                       

We staan voor de tempel. Om deze te betreden moeten de schoenen uit. Arno blijft buiten zitten om ervoor te zorgen dat de apen niet met onze eigendommen aan de haal gaan. Alvorens naar binnen te gaan vragen 2 jonge dames of bereid ben om een foto van hun te maken. Dus even op een knie, daarna 3 foto’s en ze zijn happy. In de tempel worden de mensen gezegend en voorzien van een bindi. (Hindi voor druppel of stip, afgeleid van Bindu uit het Sanskriet en symboliseert het spirituele derde oog (ajna).)

Na het verlaten van de tempel sokken en schoenen aantrekken en het steile pad weer af richting boulevard. Aangekomen, drinken we een kop koffie in het Wood Street cafe. Deze wordt gerund door dames die  meer een Tibetaans uiterlijk hebben. Onderweg zitten de Langoer apen nieuwsgierig naar ons te kijken. Deze zijn aangenaam rustiger dan de Makaken die de Hanoeman tempel bevolken.

Het is tijd om terug te keren naar de verzamelplaats. In plaats van de lift lopen we via de trappen naar beneden. Dit gaat door een wirwar van steegjes/trappen en zo nu en dan zien we een rat langs flitsen. Allemaal verzameld, dan weer met de bus terug naar het hotel. Even onder de douche, wat na al die hitte, heerlijk verfrissend is. Bij het eten, kennis gemaakt met Angelina (“drama” lerares ) en Saskia (instrumenterende operatieassistente).

17 juli

 

Op weg naar Rampur, om vervolgens door te reizen naar Sarahan. Het zal een lange reisdag worden. Onderweg is het wegdek vaak slecht en op sommige punten totaal afwezig. We rijden een behoorlijke afstand langs de Sutlej rivier. Onderweg komen we een behoorlijk aantal koeien tegen die comfortabel op het wegdek liggen. Aan de rivier vinden veel werkzaamheden plaats Deze zijn ten behoeve van waterkracht centrales.

We rijden langs een Hanoeman beeld om niet lang daarna een sanitaire stop in te lassen. Deal met de eigenaar is het kopen van een kop thee als betaling voor het gebruik maken van het toilet. Buiten op straat loopt een vliegend hert. Deze krijgt voor een korte periode alle aandacht. De lokale bevolking observeert, met enige vermaak, onze interesse in dit beestje. Na enige tijd wordt het diertje op een veilige plek achtergelaten. Vanuit het terras is het uitzicht bewonderingswaardig. Ook hier wordt vol van genoten. Op niet al te grote afstand wordt gestopt om iets te eten. Voor mij is dit een bord noedels soep. Zoals verder op de reis zal blijken is deze op vegetarische basis bereidt.

Na de maaltijd door naar Rampur. Hier stoppen wij om het paleis van de Maharadja te bezichtigen. Aangezien gedeelten van dit gebouw nog wordt bewoond mogen wij alleen buiten onze ogen te goed doen. De maharadja van Rampur is sinds 1918 geen staatshoofd meer. Volgens onze reisleidster heeft de maharadja sindsdien een vaste plek in het parlement.

Padam Palace (1925 by Bir Ghand Shukal, state engineer

Onderweg naar het hotel zien we veel militairen op de straat lopen. Deze dragen allen een nummer. Blijkbaar zijn dit rekruten die bezig zijn met hun basisopleiding. Het blijkt dat zij ook nieuwsgierig zijn naar die westerlingen die hier plotsklaps verschijnen. Dit blijkt uit het feit dat we regelmatig gefotografeerd worden. We verblijven in Hotel “Snow flakes”. Een basic hotel waar het personeel zijn best doet. Onze reistassen worden naar de kamer gebracht waarna we de Shri Bhimakali tempel gaan bezoeken. De BhimaKali-tempel is een tempel in Sarahan in Himachal Pradesh in India, gewijd aan de moedergodin Bhimakali, godheid van de heersers van de voormalige staat Bushahr. De Bhimakali-tempel is het beste voorbeeld van een tempel in torenstijl, gelegen / gebouwd met hout en steen in de Himalaya. Het tempelcomplex van Sarahan ligt tegen de ongelooflijk mooie achtergrond van hoge bergketens en beboste hellingen.

Het Bhimakali-tempelcomplex werd gebouwd door de Bushahr-dynastie, die vóór de onafhankelijkheid regeerde vanuit Sarahan. . De tempel is ongeveer 800
jaar oud, is gewijd aan deze grote vrouwelijke kracht die er was genaamd Bhimakali en is een van de vertegenwoordigers van 51 Shakti Peeths (heiligdommen). De tempel heeft invloed van hindoeïstische en Chinese bouwstijl. Het heeft schuine leistenen daken, gouden torens, pagode(n) en bewerkte zilveren deuren.

 

Details van een deur reliëf

Buiten mogen wij vrij rondlopen, fotograferen is hier ook geen probleem. Voor het betreden moeten wij onze tassen, telefoon, camera en lederen voorwerpen in een afsluitbaar kastje plaatsen. Indien het hoofd onbedekt is krijg je een muts. De schoenen gaan uit en je bent klaar om de tempel te betreden.  Baliram, een van beide chauffeurs, loopt mee naar binnen. Hijzelf is een hindoe die bij ieder geloof respectvol is. Bij de godin aangekomen krijg ik van Baliram een bindi, rode merkteken, op mijn voorhoofd. Dit is voor hem vanzelfsprekend.

Terug naar het hotel lopend is een mooie zonsondergang te zien. Een van de vele momenten met een prachtig uitzicht.

18 juli

Om 8:30 uur vertrekken wij richting Kalpa. We stoppen in Reckong Peo. Om verder te reizen hebben wij een permit nodig. Dit i.v.m. het feit dat we de Tibetaanse/Chinese grens naderen. Aangezien de relatie met China niet al te best is zijn de controles streng.

 

De procedure is als volgt. De permits kunnen alleen verkregen worden door een tussenpersoon. Deze maakt kopieën van ons paspoort. Daarna gaan we , via een bouwconstructie plaats, naar het volgende kantoor. Een voor een moeten wij naar binnen. De gegevens worden gecontroleerd waarna via een webcam een foto wordt gemaakt.

De tussenpersoon verzekert ons dat binnen 20 minuten alles geregeld is. Na flinke poos wachten krijgen we de mededeling dat de verantwoordelijke officier, die de permits moet ondertekenen, andere werkzaamheden belangrijker vindt. Dit betekend dat morgenvroeg de papieren opgehaald worden.

We rijden door naar ons hotel. Dit gaat via steile wegen en wederom bewijzen onze chauffeurs hun stuurmanskunsten. We rijden door Kalpa heen naar ons hotel. De “Kinner Villa”,  een indrukwekkend hotel. Zeker voor deze regio.

Tegen de avond vindt een mooie zonsondergang plaats. Een golden hour op de Kinnaur Kailash. Schijnbaar is dit verschijnsel op dit tijdstip van het jaar nogal ongewoon. Samengevat: Een bijzonder schouwspel.

’s Avonds na het eten voel ik mij niet lekker. Mijn darmen zijn erg onrustig en bij controle, 38,6 graden koorts. Dit is niet bepaald een goed vooruitzicht voor het vervolgen van de reis. Ik besluit om een 3 daagse AB-kuur te starten in combinatie met Loperamide. Na een goede nachtrust voel ik mij volgend ochtend al veel beter.

19 juli

 

Te voet richting Kalpa.

Bezienswaardigheden:

  • Lotsawa tempel: Bestaande uit een stupa en een kleine kora.
  • Narayan Nagini tempel Deze pagode-achtige structuur is een prachtig voorbeeld van de Tibetaanse pagodestijl, een van de vele bouwstijlen die in Tibet worden gebruikt. Ambachten gemaakt met Kinnauri ornamenten sieren ook het interieur van het Narayan-Nagini-heiligdom. De tempel, die te vinden is op het hoogste punt van het gehucht Chini en op een heuvel ligt, is de meest populaire bestemming in de gemeenschap.
  • Devi Chandika fort

Na de sightseeing gaan we door naar Reckong Peo om de permits op te halen. Nadien gaan we langs de Sutlej rivier richting Nako.  We rijden bij de splitsing Sutlej en de Spiti rivier over de brug om daarna de laatstgenoemde te volgen. In Nako aangekomen rijden de chauffeurs door smalle steegjes richting hotel. Soms zijn links en rechts van het busje maar enkele cm manoeuvreer ruimte. Ons hotel heet “Zambala”. Een basic hotel liggend aan het Nako meer(tje). Op verkenning door het dorpje. Lopend door kleine modderige steegjes, bukkend bij een boogconstructie, langs kalveren manoeuvrerend. Mensen groeten met Namastee of Julee.

Merkbaar is dat we nu toch in gebieden komen met een meer boeddhistische inslag. Voor vandaag is het genoeg geweest. Wederom lopend door de smalle steegjes gaan we terug naar het hotel. Morgen gaan we verder de omgeving verkennen.

20 Juli

 

Vanochtend gaan we aan de wandel. Dit om aan de hoogte te wennen. We lopen gezamenlijk naar een gebedsmolen die niet al te hoog boven Nako ligt. Baliram maakt een groepsfoto. Lalith Gi maakt individuele foto’s met Nako op de achtergrond. Dit doet hij met veel plezier. Het schijnt dat hij, voor zijn werkzaamheden als chauffeur een opleiding als fotograaf heeft gevolgd.

We kunnen even rondkijken en krijgen dan de keus. We kunnen een aantal stupa’s bezoeken of richting bergpas klimmen. Deze bergpas ligt op de hikingroute naar Khab. Deze hebben wij reeds, via de daar liggende brug, gepasseerd  De groep splitst zich in tweeën.  Mijn keuze is het beklimmen van de bergpas.

Een stevige tocht om uiteindelijk een hoogte van circa 3900 meter te bereiken. Het is warm en de hoogte heeft merkbaar invloed op mijn prestatie vermogen. Onder weg is een aardverschuiving geweest. Deze moeten we omhoogklimmen. Onderweg komen we een oude, rijkelijk versierde stupa tegen. Je kunt onder een poort/gewelf lopen en zo de tekeningen bekijken

Met enig doorzettingsvermogen uiteindelijk het eindpunt bereikt Het uitzicht is mooi en uitgestrekt. Astrid heeft gebedsvlaggetjes meegenomen.

Bij het passeren van een bergpas wil ze deze plaatsen, hierbij het volgende  reciterend: “Ki ki so so lha gyal lo” . Dit is het gebed dat een Tibetaan/boeddhist  opzegt op de top van een bergpas. Het kan worden vertaald als "overwinning aan de goden". De Tibetanen geloven dat het bij deze hoge bergpassen is dat de goede goden vechten met de boze goden en dat de longteer (gekleurd papier bedrukt met gebeden) en het gebed een offer zijn aan de goede goden. Het opzeggen van deze gebeden bij bergpassen is bijzonder gunstig omdat men gelooft dat de harde wind van nut zal zijn bij het dragen van de gebeden.

“Ki ki so so lha gyal lo”

Foto Erwin

Op de bergpas loopt een paard rond. Deze heeft een gemene wond in de halsstreek. Ik vraag me af of dit paard deze verwonding gaat overleven.

Het wordt weer tijd om af te dalen. Dit verloopt minder inspannend dan het klimgedeelte. Terug in het hotel gaan we een hapje eten. Beslist geen culinair hoogstandje. Onze reisleidster heeft voor een eventuele volgende reisgroep reeds een ander hotel als optie.

Ik ga samen met Kathleen en Carlos op pad om Nako verder te verkennen. Dit echtpaar heeft een draaiboek van alle, te bezoeken, bezienswaardigheden. Van te voren heeft Kathleen al uitgebreid informatie verzameld en deze op papier samengevat. Hier zal ik ook mijn voordeel uit halen.

Vlakbij het hotel staan we voor een afgesloten gebouw. Een oudere dame ziet ons en maakt de deur open. Samen met Baliram gaan we naar binnen alwaar een grote gebedsmolen te bezichtigen valt. Na instructies van de dame, en vertaling van Baliram, kunnen wij de molen, met behulp van een touw, in beweging brengen. Eerst Baliram, daarna Carlos en uiteindelijk mag ik ook een poging wagen. Er volgt wel een waarschuwing namelijk : “slow”. Ik moet de gebedsmolen schijnbaar niet zien als fitnessapparatuur. De dame krijgt van Kathleen 100 ₹. De dame kijkt verbaast alsof dit niet gebruikelijk is.

Onderweg naar de gompa zien we een jongetje van circa 5 a 6 jaar. Zijn moeder is bezig om keien tot kiezelstenen te hakken. Hij amuseert zich als een belhamel terwijl zijn moeder met haar werk bezig is.

Een oud baasje zit op de veranda voor zijn huis. Kathleen vraagt hem of hij op de foto wil. Hij stemt toe. Zijn vrouw echter geeft duidelijk te kennen hiervoor geen interesse in te hebben. Aangekomen bij de gompa zijn een behoorlijk aantal westerlingen aanwezig. Bij navraag zijn deze afkomstig uit de Verenigde Staten. Het gezelschap bestaat uit physician assistants, verpleegkundigen, artsen (in opleiding) die samen een tijdelijke huisartsenpost bemannen.

Rondlopend in het gebouw worden aan verscheidene tafels de patiënten gezien. Het aantal aanwezige brillen geven de indruk dat hier veel behoefte aan is.

Verderop liggen de, jammer genoeg afgesloten, gebedsruimten. Nadat Saskia, Angelina en Tanja ook arriveren komt een jonge, behoorlijk goed Engels sprekende, monnik naar buiten en opent de deuren. Hij en een medemonnik zorgen voor de Poedja (Pudja).

Een poedja is een ceremonie waarbij offergaven worden aangeboden en gebeden worden gereciteerd en gezongen. De gebeden hebben, zeker als ze samen worden gedaan, een krachtige energie en zijn weldadig voor de geest. Offergaven als bloemen en voedsel worden aangeboden als beoefening in vrijgevigheid. Op aanraden van Lama Zopa Rinpoche vinden er maandelijks (op vaste dagen in de Tibetaanse kalender) een aantal vaste poedja's plaats; de Goeroe poedja, de Tara poedja en de Medicijnboeddha poedja. Iedereen kan deelnemen aan poedja’s. Je kunt zelf desgewenst offergaven meebrengen.

Hij vertelt dat deze gompa volgens overlevering in slechts 1 dag gebouwd is. Echter de staat van de gebouwen is nu dusdanig dat renovatie noodzakelijk is.

Hij en zijn medemonnik zijn tevens verantwoordelijk voor het onderhoud van het complex. Achter een gordijn zijn de beschermdemonen verstopt. Het binnengaan is alleen, met toestemming van hun leraar, toegestaan. Buitenstaanders is dit strikt verboden. Dit om te voorkomen dat wij aan verschrikkingen worden blootgesteld.  Na het bezichtigen van een tweede gebedsruimte gaan we door met onze wandeltocht. Het is duidelijk dat het pittoreske karakter aan het verdwijnen is.  De modderige steegjes en de orginele bouwstijl worden vervangen door hotels, zonder enige charme.  Uit vorige reizen, door gesprekken met de lokale inwoners, is dit meestal het begin van het veranderen van hun orginele levenswijze. Dit zowel in het alledaagse leven maar vooral ook in hun spiritueel bestaan.

’s Avond is wederom een prachtige zonsondergang. Het lijkt een vast patroon te worden. Iets wat ik absoluut kan waarderen.

21 juli

 

Berichten geven aan dat de weg naar Tabo versperd is. We gaan toch op weg wetende dat een wachttijd eminent is. Onderweg komen we aan bij een gedeelte van de weg die nodig aan reparatie toe is. Een honderd meter verderop heeft een aardverschuiving plaats gevonden zodat  Lalith gi  eens gaat kijken wat de actuele situatie is.

31,905867 Noorderbreedte, 78,634298 Oosterlengte

Een "kleine" knal en de rotsen zijn op een paar kleine brokken na, verdwenen

Tijdens het wachten heeft  Bert C. deze timelaps opname geproduceerd. Dus aan hem alle credits voor dit moois

De keien/brokstukken moeten met behulp van dynamiet verwijderd worden. We rijden een eind terug zodat de veiligheid gewaarborgd wordt. Tevens hebben we een beter zicht op de werkzaamheden en de ontploffing die gaat plaats vinden.

Vlak voor de aardverschuiving vindt een kleinere versie hiervan plaats. Deze wordt meteen aangepakt en is snel verwijderd. Tijdens het wachten nog met een Indiase man gesproken. Deze is vanuit het zuiden van India, op de motor naar Spiti gereden. Van beroep is hij medewerker bij een krant, momenteel op sabbatical. Hij wacht een tijdje en besluit dan om te keren. Ik wens hem een veilige reis toe.

Het moment suprême. Met de camera in de aanslag wachtend op de ontploffing. Een harde knal, waarvan ik toch behoorlijk schrik, een rookwolk en het puin kan verwijderd worden. Onze chauffeur laat ons instappen en rijdt snel naar de voormalige wegversperring. Hij is geenszins van plan om het tegemoetkomend verkeer voorrang te geven. Na een klein stukje rijden moeten we toch wachten. Een shovel moet van een vrachtauto afrijden. De voorwielen van de auto komen zeker 1,5 m van de grond.

Bij deze maak ik een intermezzo naar de mensen die iedere dag werken om deze wegen begaanbaar te houden. Deze werken onder de  Border Roads Organization (BRO). Dit  is een wettelijk orgaan onder eigendom van het Ministerie van Defensie van de Indiase regering. BRO ontwikkelt en onderhoudt wegennetwerken in de grensgebieden van India en bevriende buurlanden. Dit omvat infrastructuuroperaties in 19 staten en drie uniegebieden (waaronder de Andamanen en Nicobaren) en buurlanden zoals Afghanistan, Bhutan, Myanmar, Tadzjikistan en Sri Lanka. In 2022 had BRO meer dan 55.000 kilometer (34.000 mijl) wegen aangelegd, meer dan 450 permanente bruggen met een totale lengte van meer dan 44.000 meter (27 mijl) en 19 vliegvelden op strategische locaties. BRO is ook belast met het onderhoud van deze infrastructuur, inclusief operaties zoals sneeuwruimen. Dit is het officiële verhaal.

Onderweg zien we de werkers. Degene die de zware machines bedienen maar ook degene die met de handen het moeizame werk verrichten. Vele van hen slapen, met familie, langs de weg. Hun onderkomen bestaat uit niet meer dan een zeil om de nacht droog door te brengen. Op verschillende gelegenheden zien we “in the middle of nowhere” een solitair persoon die bezig is om met een primitieve bezem de weg te vegen. Ik kan alleen maar zeggen dat werk, “werk” is en dat ook hiermee eten op de tafel komt. Een gebrek aan arbeid is voor deze mensen onbekend. Ondanks het steeds verbeteren en repareren van het wegennet is het ook zeker dat door aardverschuivingen, vooral in de moesson tijd, dit een oneindig karwei is. Het schijnt dat deze mensen, voor Indiase begrippen, een acceptabel loon verdienen.

         Logo van BRO

Tijdens onze reis staan borden met spreuken langs de weg. Deze geven op een speciale manier te kennen dat veilig reizen een noodzaak is.  (ps: Deze spreuken zijn de letterlijke tekst zoals op de borden weergegeven is)

  • This is not a rally, enjoy the vally
  • Please go slow unless you have a urgent meeting with god
  • Don't gossip let him drive
  • You may be only someone, but to someone you may be the world
  • Life is10 % what yoy make it and 90% how to take it
  • Enjoy the beauty of nature
  • Driving risky after whisky
  • Better to be mister late than late mister
  • Don't be gamma in the land of Lama.
    • Dit gezegde is gebaseerd op een oud Pahadi-verhaal. Een jongen genaamd Gama was erg ondeugend. Hij woonde in de bergen en wandelen was heel gemakkelijk voor hem. Tegen de tijd dat hij opgroeide, kreeg hij te veel vertrouwen in zijn vaardigheden en begon hij de leringen van mensen over veiligheid te vermijden. Hij begon vaste paden te vermijden en begon ook paden te beschadigen door er grote stenen in te laten glijden. Deze manier van doen stoorde ook andere mensen. Op een dag ging hij de stad uit en ging een berg op, maar toen hij de berg beklom, gleed hij op de een of andere manier uit en viel op de rotsen die eerder door hem waren verplaatst om het pad te vervormen. Zijn been en hand werden op brute wijze gebroken. Maar op de een of andere manier hebben mensen hem levend gevonden. Hij raakte volledig gehandicapt door zijn eigen overmoedigheid. Daarom werd het gezegde populair: ‘Wees geen Gama in het land van Lama.’  Bron: Kuldeep Meena M.Sc University of Rajasthan

We kunnen nu doorrijden naar Tabo alwaar we verblijven in het Hotel Maitreya Regency. Aldaar gaan we lunchen om vervolgens het Tabo klooster te bezichtigen. Het oudste gedeelte is volgens legenden in het jaar 996 gebouwd en gemaakt van Leem. De Dalai Lama heeft , als wens, aangegeven om hier zijn laatste dagen door  te brengen. Bij het betreden van de ruimtes is het wennen aan de duisternis. Heel langzaam beginnen de contouren van de wandschilderingen vorm te krijgen. Een gids geeft, met summier Engels,  tekst en uitleg. Een souvenir winkeltje, om het fotografie verbod te compenseren, is aanwezig. De prijzen zijn aangenaam laag, zodat ik een mini gebedsmolen en een pakketje ansicht kaarten koop.

Deze afbeeldingen zijn van het binnenste deel van het klooster alwaar een fotografie verbod geld. Dit i.v.m. het onder invloed van het flitslicht aftakelen van de originele schilderingen. In het nieuwe gedeelte van het klooster vind een poedja plaats.

Hier was duidelijk de rolverdeling te observeren.

  • Vooraanstaande monniken zitten in het midden. De abt maakte gebruik van verschillende ceremoniële voorwerpen. 2 monniken zijn degene die via een microfoon hun mantra’s opzeggen. Een van hen telt het geld dat aan het klooster gedoneerd wordt. Later blijkt dat dit geld ook gedeeltelijk weer weggegeven wordt.
  • In de periferie zitten de jongere monniken en de bezoekers/toeschouwers
  • Terwijl de ceremonie plaats vindt loopt een leraar/controleur langs de jonge monniken. Hij disciplineert een van hen op een schokkend brutale wijze. Reden hiertoe: ??  Verder instrueert hij de jongeren en deelt geschriften uit.

Hotel Matreya Regency:

  • Eten is lekker
  • Kamer is ruim en goed schoon
  • Badkamer is goed
  • Wifi is beperkt. Dit is een begrijpelijk fenomeen gezien de geografische ligging van Tabo.

22-juli

 

We rijden naar het Dhankar klooster, Deze gebouwen hangen als zwaluwnesten langs de rotswand. De dames hebben behoefte aan een sanitaire stop. Astrid doet een “kwaliteit controle” van de voorzieningen. Met een alleszeggende blik faalt deze. Het klooster zelf is oud met lage plafonds. Met het bordje “mind your head” achter de deurpost (auw!). In het klooster, op enkele ruimtes na, is fotograferen toegestaan.

In een ruimte zijn 5 monniken bezig met hun mantra’s. Een van hen leest de tekst van zijn telefoon af. Ook hier heeft de moderne wereld zijn intrede gedaan. Boven het trapgat  hangt een opgezette bok. Leuk detail om te zien maar de betekenis ontgaat mij.

Na de bezichtiging drinken we een kop thee. Afspraak tussen Astrid en de eigenaar is als volgt: “Wij drinken bij hem een kop thee en hij zorgt ervoor dat het toilet acceptabel schoon is”.  Daarna via een kortere, meer uitdagende,  route naar Kaza. We lunchen in het “Sol café”. Deze wordt door vrijwilligers, zonder winstbejag, uitgebaat, met oog voor de sociale samenleving. Een van de dames heeft in Nederland gestudeerd. Zij is verlegen en vindt dat haar kennis van de Engelse taal gelimiteerd is. Ik geef aan dat haar kennis, van de Engelse taal, vele malen beter is dan mijn kennis van het Hindi.

Opmerking: Onze reisbegeleidster heeft op bepaalde trajecten van onze reis wel enige affiniteit t.a.v. personen of doelstellingen zoals het Sol café. Wanneer dit blijkt is het ook duidelijk waarom dit zo is. Ik neem genoegen met een Bombay sandwich en een black tea.  Verder koop ik een T-shirt met de opdruk van Spiti. Kosten in totaal slechts 700₹. Na het bezoek aan het Sol-café lopen Erwin en ik naar het Boeddha beeld die boven de stad uittorent. Op weg naar boven staan een aantal mensen een aardverschuiving op te ruimen. We mogen verder lopen en bereiken al snel het Boeddha beeld.

Vanaf dit punt kan je Kaza van bovenaf bezichtigen. Onder het beeld ligt de Gompa. Erwin ziet een trap die hier naar toe leidt.  Onder aangekomen gaat hij terug naar het hotel (Dedhen retreat) terwijl ik de Gompa ga bezichtigen. Het is toegestaan, om zonder flitslicht, om foto’s te maken. En natuurlijk loopt dat  bij mij mis. Een bezoekster, m.i. een Chinese/Taiwanese dame, attendeert mij vriendelijk edoch ook dringend om dit na te laten.

Terug in het hotel blijkt Tanja door een hond, in het been gebeten. Het ziekenhuis ligt naast het hotel zodat hulp vlug geboden kan worden. Resultaat: 2 hechtingen, Tetanus, Rabiës vaccinatie en een Amoxicilline kuur. Na overleg met Nederland kan verdere behandeling tot 7 dagen worden uitgesteld.

23 Juli

Vanuit Kaza gaan we verschillende oorden bezoeken. Ten eerste naar Key. Hier bezoeken we het Key-klooster. We worden rondgeleid door een monnik. Kathleen heeft zijn telefoonnummer van een reeds eerder bezoek aan dit klooster

 Na een tocht door smalle, lage gangetjes worden we uitgenodigd om de “oude keuken” te bezichtigen. Aldaar worden wij getrakteerd op een beker thee en een biscuit. Een Indiase dame vraagt waar wij van origine vandaan komen. Even informatie uitgewisseld en dan wordt onze groep opgeroepen om de gids te volgen. Ondertussen is een jongere monnik bij ons aangesloten.  Een korte blik in de “nieuwe keuken” waarna een gebedsruimte betreden wordt. Hier is een oude stupa geplaatst omgeven door edelstenen die uit Tibet meegenomen zijn. Deze stenen zijn tegenwoordig niet meer te verkrijgen/vinden. Dit maakt ze volgens de monnik onbetaalbaar. Op de binnenplaats aangekomen laat de monnik foto’s zien van een festival waaraan hij al jaren heeft deelgenomen. De kostuums zijn kleurrijk en geven een indicatie over wat ons bij het Thaktok festival te wachten staat. Het kostuum en masker zijn nogal aan de zware kant. Volgens de monnik weegt het masker al 7 kg.  Hij neemt op 42 jarige leeftijd niet meer deel als danser. Hij is van mening dat de jongere monniken aan de beurt zijn om deze rol op zich te nemen. Op de treden van het klooster wordt een groepsfotogemaakt waarna we langzaam ons transport lopen. De monnik neemt afscheid, stapt op zijn motor, en gaat zijn eigen weg.

 

Op weg naar Kibber.

Bij de Kibara-Gompa is net een samenkomst afgelopen. Het ziet ernaar uit dat dit gepaard gaat met een soort marktje. Lopend door het dorpje worden we continue begeleid door een aantal honden. Sinds het voorval met Tanja voel ik enigszins onprettig met deze escorte. Terug bij onze busjes heeft Astrid voor iedereen een kleinigheid te eten.

In het plaatsje Langza staat een beeld van circa 35 foot (circa 10 meter) hoog. Om deze te bezoeken wordt een entree van 30 ₹ gevraagd.

Chau Chau Kang Nilda, Hoogte: 6303 m, Coördinaten: 32° 31' N, 78° 15' E

Ook bekend als Guan Nelda, dat wil zeggen 'Blauwe maan aan de hemel' of letterlijke vertaling als 'Chau' prinses betekent, 'Kang' betekent met sneeuw bedekte berg en 'Ni' is Sun & 'Da ' is Maan, vandaar 'Een prinsessensneeuwberg waar zon en maan schijnen'.

Komic monestary (Tangyud-klooster). Het is op een hoogte van 4.520 meter, een van de hoogste gelegen gompa's (kloosters) in India,aan de rand van een diepe kloof. Het is een van de slechts twee kloosters die behoren tot deSakya  sekte  die nog in Spiti zijn achtergebleven.

De Sakya (Tibetaans: ས་སྐྱ་,  'bleke aarde') school is een van de vier grote scholen van het Tibetaanse Boeddisme, de anderen zijn de Nyingma, Kagyu, en Gelug. Het is een van de Roodkap sekten samen met de Nyingma en Kagyu.

 

Het oude gedeelte mogen wij niet betreden. Bezichtigen is alleen toegestaan vanuit de deuropening. Als alternatief is in het naastgelegen gebouw een tentoonstelling waarin gebruiksvoorwerpen, kleding, tanka’s  achter glas te bezichtigen is. In deze ruimte zie ik de Chinese/Taiwanese dame die mij eerder in Kaza op mijn fotografeer gedrag heeft aangesproken.

Foto Angelina

Na een theepauze, op weg naar een nieuwer gedeelte van het klooster. Een groep Aziatische mensen zijn aanwezig en ik vraag hen of ze van Taiwan afkomstig zijn. Dit wordt met een positief antwoordt bevestigt. Om een verder gesprek op gang te brengen zeg ik tegen hun “The good China”. Dit gaat als een lopend vuurtje door de hele groep en binnen een korte tijd komen zij bij mij staan. Na een gesprekje vertellen zij dat hun aanwezigheid in India bedoeld was om  medisch/verpleegkundig zorg aan de lokale bevolking te verlenen.

Samenstelling van de groep: Twee verpleegkundigen, 1 arts en een hele groep vrijwilligers (-sters).  Dat ik ook in een ziekenhuis, als verpleegkundige, werk geeft hen nog meer reden tot enthousiasme.  Het duurt niet lang of ze willen met ons op de foto. De Taiwanese delegatie met Arno, Ingrid, Erwin en mezelf. De monniken zijn aangetrokken door het het hele gebeuren en bieden zich aan als fotograaf.

Na deze sessie terug naar onze reisgroep om onze trip te vervolgen. Lalith Gi weet een afkorting. Dit betekent meestal dat de weg hobbeliger/uitdagender is. We komen langs het hoogste postkantoor ter wereld (gesloten) om vervolgens onderaan de weg langs de postbus, van flinke proporties, te rijden.

24 juli

Doordat de weg naar Keylong onbegaanbaar is worden we gedwongen om een behoorlijke omweg te maken. Dit houdt in dat we van Kaza terug moeten naar Rampur. Verschillende aardverschuivingen vertragen ons. Op een plek is de weg volledig verdwenen (weg=weg) zodat een alternatieve route begaan moet worden. Na een aantal rust/sanitaire pauzes naderen we vlak voor Rampur bij een indrukwekkende wegverzakking. En dan te bedenken dat we onlangs ook via deze route, echter zonder deze sores, gereden zijn.

Khab Sangam Bridge

Over de highway NH 505 komen we over de Khab Sangam-brug waar een aantal jongelui aan het dansen zijn. Het duurt niet lang  aleer Kathleen op hen af loopt om te vragen wat voor dans dit is. Het schijnt een traditionele dans te zijn. Deze brug ligt op de plek waar de samenvloeiing van de rivieren Satlej en Spiti plaats vindt. Sangam, afgeleid van het Sanskriet  Sangama, vertaalt als  'samenvloeiing". In dit geval refererend naar rivierstromingen.

We overnachten in hotel Shangri La. We worden begroet met een Khata. Een khata (Tibetaans) is een traditionele ceremoniële sjaal die gebruikt wordt in Tibet. Het symboliseert goede wil, gunst en compassie. Tibetaanse khata's zijn meestal wit waarmee het het pure hart van de gever symboliseert.

Gezien de lange reisdag rest ons geen tijd om nog op avontuur te gaan. Slapen en weer vroeg opstaan om verder te reizen.

25 juli

 

Vroeg op pad om naar Manali te geraken. Het is moesson tijd waardoor veel regen uit de lucht gevallen is . Dit veroorzaakt over de hele route een groot aantal ernstige/minder ernstige aardverschuivingen.

Jalori pas (3291 meter)

                         Mahakali tempel

Voor het bereiken van de Jalori pas is de weg om die reden afgesloten. De omleiding is smal, geplaveid met hobbelige stenen. Al het verkeer moet over deze “weg” rijden. Vooral het tegemoetkomend zorgt voor uitdagingen. Deze route heeft in mijn gedachte dan ook de naam “Adventure road” . Boven op de pas pauzeren wij een korte periode om van het uitzicht te genieten. Het volgende traject is over langere afstand met een behoorlijke helling, naar lagere oorden.

Tijdens deze afdaling rijden we langs een behoorlijke  grote groep pelgrims. Deze lopen met een relikwie naar de plaats van bestemming. Waarschijnlijk de Mahakali tempel boven aan de Jalori pas. Mahakali, vaak aangeduid als de Grote Kali, is een formidabele en vereerde godheid in het hindoeïsme. Ze is de godin van tijd, verandering, macht, schepping, behoud en vernietiging. Mahakali is een manifestatie van de godin Parvati, de echtgenote van Heer Shiva.

 

We naderen het plaatsje Jibhi. Aldaar een noodgedwongen pauze i.v.m. een verhit remsysteem. In plaats van de motor te gebruiken om vaart te minderen werden de remmen overbelast. Met de inzittende van de eerste bus dus, onder genot van een kopje thee wachten tot de problemen opgelost zijn. Lalith gi rijdt terug om eventueel assistentie aan zijn collega te geven. Uiteindelijk is het probleem opgelost nadat de remschijven weer afgekoeld zijn.

Kort erna wederom een omleiding via Banjar. Deze omleidingen kosten steeds veel tijd. Echter doordat de tunnel van Banjar open is kunnen we iets van deze tijd weer goed maken. De aanleg van deze tunnel werd door, de Times of India, in 2015 aangekondigd als verbetering van de verbinding tussen Shimla en Kulliu. De tunnel is mijns inziens nog niet lang passeer baar, het is nog steeds niet verlicht en het water druit langs de wanden en plafond . Lalith gi maakt de “feest”verlichting aan. In de wagen is het licht blauw, rood en brand het sein “Do not smoke”. Gezellig bijna disco achtig.

Aangekomen in Kullu rijden we naar her  Regional Hospital. Dit i.v.m. de rabiës injecties voor Tanja. Volgens de hindoeïstische mythologie wordt de vallei beschouwd als de bakermat van de hele mensheid. Gedurende het onze aanwezigheid krijgt de rest van het gezelschap de tijd om eens rond te kijken. Wandelend door het park tegenover het hospitaal zijn mensen te zien die een spel spelen. Paarden met hun veulens die al grazend rondlopen.

Langs de winkels dwalend zien we een steeg met een behoorlijk aantal mensen. Even poolshoogte nemen om te zien wat hier gaande is. Het gaat schijnbaar om het gerechtsgebouw. Meerdere advocaten/notarissen zitten buiten aan een tafel alwaar je tegen betaling juridisch advies kan inwinnen. Even verder op is de wachtkamer, die ook in de buitenlucht gesitueerd is. Aan het begin van het straatje is het mogelijk om correspondentie op papier te laten zetten. Dit gebeurt met behulp van  een typemachine waarvan de fabrikant volgens mij al heel wat jaren geleden uit business is gegaan. (Foto's: Erwin)

Na dit intermezzo rijden we door. De Beas rivier heeft door de moessonregens en de hierbij behorende watermassa een flinke schade aan het wegennet veroorzaakt. De Kullu highway  met meerdere bruggen zijn compleet verdwenen. Via allerlei omwegen bereiken wij Manali. Vanaf de parkeerplaats lopen wij door het oude gedeelte van dit plaatsje. In mijn gedachte vraag ik mij af waar dit naar toe gaat leiden.

Onze bagage wordt met de scooter opgehaald. Deze worden volledig afgeladen en rijden dan via een kleine helling de binnenplaats op. Een zwarte labrador loopt rond, vrolijk kwispelend, maar resoluut waakzaam indien een vreemde hond haar territorium wil betreden.

We gaan overnachten in het gasthuis “Tiger eye”. Gastvrij ontvangst op een charmante binnenplaats.

 Dit gasthuis is van de vriend van Astrid. Zijn zoon neemt de honneurs waar en treedt op als gastheer. We eten op de binnenplaats, een gezellige afwisseling t.a.v. de vorige hotels.  Ik maak niet vlug reclame maar indien in de buurt dan hierbij het emailadres: tigereyeindia@yahoo.com

Astrid geeft ons het advies om morgenvroeg eens rond te lopen. Er zijn in dit gedeelte van Manali nog zeer oude huizen te zien.

Op de binnenplaats staat een oude Yamaha motorfiets in uitstekende toestand. Een jonge man vertelt trots dat deze voorheen van zijn vader is geweest. Hij trapt meerdere malen op de Kickstarter waarna deze grommend tot leven komt. Hij draait meerdere malen  aan de gashendel om dit geluid te accentueren.

 26-juli

 

Vroeg op gestaan om inderdaad eens rond te lopen. Inderdaad staan nog een aantal authentieke woningen te zien. Sommige hiervan zijn echter in een dusdanige toestand dat bewoning onwaarschijnlijk lijkt.  We bezoeken de Manu tempel.

De Manu-tempel is opgedragen aan koning Vaivasvata Manu, van wie wordt aangenomen dat hij de schepper van het menselijk ras is. Hij wordt ook wel de Sanatan Hindu Wetgever genoemd. De oude geschriften hebben vermeldingen van de wijze met de naam Manu Alaya, wat zich vertaalt in de verblijfplaats van Manu.

Manu tempel

Na deze rondgang gaan we op de binnenplaats ontbijten. Op de tafel staat geitenkaas, uit Nederland. Deze  was meegebracht door een jonge man als geschenk voor de inwonende alhier. Echter de smaaksensatie van de Nederlanders is toch beduidend anders. Geen probleem voor ons. De geitenkaas had geen lang leven meer. Noemenswaardig is de plaatselijk confituren , rijk van vruchten voorzien. Heel iets anders dan de gelei die we in andere plaatsen voorgeschoteld kregen.

 We reizen via Paldan, Solang via de Atal tunnel naar Keylong. De Atal Tunnel (ook bekend als Rohtang Tunnel), genoemd naar de voormalige premier van India, Atal Bihari Vajpayee, is een snelwegtunnel gebouwd onder de Rohtangpas in het oostelijke Pir Panjal-gebergte van de Himalaya aan de National Highway 3 in Himachal Pradesh, India

Met een lengte van 9,02 km is het de hoogste snelwegtunnel met één buis boven 3.048 meter ter wereld. Het werd op 3 oktober 2020 ingehuldigd door premier Narendra Modi. De kosten van het hele project bedragen ₹ 3.200 miljoen (US $ 438 miljoen). De tunnel is voltooid door de Grenswegen Organisatie (BRO) onder Ministerie van Defensie. 

Deze tunnel zorgt voor een reductie van de reistijd met circa 4 uur tussen Manali en Keylong

 32° 24′ 4.57″ N77° 8′ 54.01″ E

In het plaatsje Tandi wordt een pauze ingelast. Hierbij de chauffeurs de gelegenheid gevend om de dieseltank te vullen en voor ons om te eten, en eventueel versnaperingen te kopen. Dit is tevens de laatste mogelijkheid tot aan Leh om de auto’s van brandstof te voorzien.

Een noemenswaardige  plek is Zing Zing Bar. Dit is het een ruig doorvoerpunt op grote hoogte op de Manali-Leh Highway, zittend op een hoogte van ongeveer 4.270 meter. Zing Zing  Bar ligt tussen Jispa en Baralacha La en is de laatste grote stop voordat je begint aan de beklimming van een van de hoogste bergpassen op de route. Het is meer een basiskamp dan een bestemming, gebruikt door reizigers, vrachtwagenchauffeurs, fietsers en zelfs het Indiase leger om te rusten, bij te tanken of te acclimatiseren.

Hiernaast het gezelschap tijdens het eten.  Dit beestje had een duidelijk interesse om over de schoen van mijn reisgenoot rond te kruipen

Omgeving van Zing Zing Bar

 

Onderweg komen we weer, in Darcha,  langs een politie checkpoint. Astrid en Lalith Gi gaan met de lijst naar de aanwezige agent. Deze wil als steekproef een paspoort van een inzittende. Gezien ik het snelste aan mijn identiteit papieren kan komen ben ik dus degene die gestoken (of geproefd?) wordt. Alles in orde en we zijn snel weer op weg. Een aantal meertjes voorbijgaand komen we over de BaraLacha La pas ( 4883m) . De Baralacha La is een bergpas in de Indiase Himalaya, in de deelstaat Himachal Pradesh. De pas verbindt drie dalen met elkaar: het Chandradal naar het oosten, het Bhagudal naar het zuiden en het dal naar Sarchu en Zanskar in het noorden. De pas is onderdeel van de Leh-Manali Highway die het achter de Himalaya gelegen Ladakh met de rest van India verbindt. Van deze pas is het nog zo’n 260 km naar Sarchu.

Himachal Pradesh. De pas verbindt drie dalen met elkaar: het Chandradal naar het oosten, het Bhagudal naar het zuiden en het dal naar Sarchu en Zanskar in het noorden. De pas is onderdeel van de Leh-Manali Highway die het achter de Himalaya gelegen Ladakh met de rest van India verbindt. Van deze pas is het nog zo’n 260 km naar Sarchu

In Sarchu (32.89°N 77.53°E) aangekomen worden we begroet door de manager van het tentenkamp. Goldrop kamp bestaat uit meerdere tenten voorzien van een eenvoudige slaapgelegenheid en een sanitair gedeelte. Deze laatstgenoemde is verbazingwekkend ingericht. Eenvoudig maar m.i. voor deze omstandigheden meer dan toereikend.

Een centrale tent wordt gebruikt om onze reisgroep inlichtingen te geven en gezamenlijk te eten. Buitenom het kampement staan verschillende verblijfplaatsen voor herders en familie. Verschillende kudden schapen lopen over de grasvlakte rond.

We nemen de gelegenheid om de vlakte te verkennen. De schapen lopen om ons heen terwijl de zonsondergang een steeds mooier beeld van de omliggende bergen geeft. We kijken in een uitgesleten rivierbedding. Deze is van buitengewone proporties.

Tsarap rivier

 Khampa-nomaden 

De nacht is fris en door het harde matras is mijn nachtrust beperkt. Voor de nacht krijgen wij een warm waterkruik aangeboden. Deze is van harte welkom gezien het feit dat dit de koudste nacht van de hele reis zal worden .

Wegbord met de  Route van Manali naar Leh

27 juli

 

Onderweg  weer  twee politiecontroles dan via de Gata loops richting Tanglang pas (5326m). Gata Loops is de naam van de scherp kronkelende, 10 km lange en steile klim in een steile en smalle zigzagweg genesteld in de westelijke Himalaya in de Ladakh-regio van de Indiase deelstaat Jammu en Kasjmir. Het is een van de beroemdste haarspeldwegen ter wereld. Terwijl je op de snelweg Manali-Leh reist, zul je getuige zijn van enkele mooie  bezienswaardigheden en schoonheid van de natuur. Omringd door bergen, zijn de  landschappen een prachtig vergezicht .

 Als je bij het passeren van de 19de  bocht een enorme hoeveelheid mineraalwaterflessen en sigarettenpakjes ziet, is dit een gedenkteken.

Het verhaal gaat terug tot 1999 toen er een vrachtwagen deze kant op kwam. Het was een koud winterseizoen en de winters op deze locaties zijn ondraaglijk met sneeuwval en extreme kou. Tijdens het rijden op de Gata Loops kreeg de bestuurder problemen met het voertuig vanwege hevige sneeuwval en oneffen wegen. De helper begon zich zelfs misselijk te voelen, maar helaas was er behalve de vrachtwagenchauffeur niemand om hem te redden. In de 19e bocht probeerden ze allebei het voertuig te repareren om de reis voort te zetten, echter tevergeefs.

Zonder enig teken van hulp liet de vrachtwagenchauffeur de vrachtwagen onderweg achter en begon naar een dorp te lopen om een monteur te pakken te krijgen. Ondertussen bleef de helper binnen omdat hij zich niet lekker voelde. De chauffeur bereikte Sarchu om een automonteur te vinden, maar kon helaas niet terugkeren naar Gata Loops vanwege de enorme sneeuwval. Het duurde een paar dagen voordat het weer normaal werd en daarna begon de chauffeur terug te lopen naar de vrachtwagen en de helper. Helaas keerde hij terug naar het lijk van zijn helper en de vrachtwagen. Hij stierf door honger, dorst en de ondraaglijke kou. En toen besloten de lokale bevolking het lichaam te begraven in die 19e bocht van Gata Loops.

Na dit ongelukkige geval merkten reizigers in die bocht al snel een man op die om hulp en water vroeg. Al snel beseften ze dat het niemand anders is dan de geest van de vrachtwagenhelper. Dus bouwde de lokale bevolking een kleine tempel om hem te plezieren. En dit is de reden waarom je bij de 19e bocht waterflessen en pakjes sigaretten op de weg vindt liggen.

Na de Gata loops rijden we richting Tanglang La pas. De Taglang La of Tanglang La is een bergpas in de Indiase Himalaya. De pas is een deel van de Leh-Manali Highway en verbindt het Indusdal met de Moreyhoogvlakte bij Pang. De pas werd in 1989 geopend voor buitenlanders. Deze is met een hoogte van 5328 meter (17480 feet) de hoogste plek die we tijdens onze reis zullen bereiken. Dit is het gebied van de Khampa nomaden. De Ladakhi zijn van Tibetaanse oorsprong en stammen oorspronkelijk af van deze Khampa-nomaden,  die met hun kuddes over de hoogplateau’s rondtrokken. 

Deze pas is van medio september tot juni gesloten i.v.m. de hevige sneeuwval. Tijdens ons verblijf is het koud en de sneeuw valt om ons neer. Ik heb voor mijn reis, als grap, tegen een collega, die fervent Roda JC fan is, verteld dat ik een clubshirt zal meenemen. Deze zal ik dragen en dan een foto via whatsapp doorsturen. Zo gezegd zo gedaan. Sta ik hier op deze hoogte, in de sneeuw kou met een shirt aan. Gelukkig maar voor even. Het verhaal achter dit shirt: Gezien mijn werk als IC-verpleegkundige was het jaar 2020 een hectisch jaar. Dit zoals iedereen weet, en een aantal mensen ontkennen, het toppunt van de COVID pandemie. Als dank voor onze inspanningen kregen wij dit shirt van onze lokale voetbalclub.

Enige impressies tijdens de route

Verder via Sansoma en Upshi Checkpoint rijden we naar Leh. Het Lha Ri Mo hotel zal ons verblijfplaats zijn. Deze is gebouwd in Tibetaanse stijl. Ook hier worden wij met een Khata ontvangen. Onze bagage naar de kamer brengen. Even rondkijken en dan verzamelen we ons op de binnenplaats.

34°09'46.5"N 77°34'45.3"E

We nemen afscheid van onze chauffeurs. Na een uitgebreide ceremonie gaat ieder hun eigen weg. Goodbye Lalith Gi en Baliram.

We installeren ons spullen op de hotelkamer en gaan dan eten bij een restaurant (Bon Appetit) die gespecialiseerd is om buitenlandse gasten te ontvangen. Bij een steegje hangt een bordje die ons de richting  wijst. Het restaurant ligt afgelegen en de geluiden van het uitgangsleven wordt steeds minder. Het is inderdaad een internationaal restaurant. Aan de tafeltjes naast ons zitten Amerikanen, Fransen, Duitsers, Japanners etc.

Mijn maaltijd bestaat uit “fish en chips”. Ik moet eerlijker wijs zeggen dat deze eenvoudige maaltijd uitstekend bereid is. Complimenten aan de keuken.

Na het eten lopen Erwin en ik door een van de winkelstraten. Aldaar nog zorgen voor Pepsi Max, Dieet Coke of hoe het hier ook genoemd wordt. Water om de volgende dag mee te nemen en enige versnaperingen. Het uitgangsleven is druk. Claxonnerende voertuigen, heldere verlichting, veel winkels. De eigenaar zit voor de deur en vraagt hoe het met je gaat. Vervolgens informeert hij of er interesse bestaat om bij hem te winkelen. Bij een afwijzend antwoord krijg je als reponse “Maybe next time”. Dit is in schril contrast met de methodes die in Delhi gebruikt worden.

Hierna terug naar het hotel.

  • Slapen goed
  • Kamer goed
  • TV niet aanwezig. Dit is ook het laatste wat onze interesse wekt.
  • Personeel beleefd/behulpzaam

28 juli

 

Vandaag staat een vrije dag op de planning. We zijn voornemens om een aantal plaatsen in Leh te bezichtigen. Leh Palace, ook bekend als Lachen Palkar Palace, is een voormalig koninklijk paleis met uitzicht op de stad Leh in Ladakh, India. Het werd rond 1600 gebouwd door Sengge Namgyal. Het paleis werd verlaten toen Dogra-troepen halverwege de 19e eeuw de controle over Ladakh overnamen en de koninklijke familie dwongen naar Stok Palace te verhuizen

Leh palace

Het is negen verdiepingen hoog; de bovenste verdiepingen huisvestten de koninklijke familie, terwijl de onderste verdiepingen stallen en opslagruimten bevatten.  Het Palace Museum heeft een rijke collectie sieraden, ornamenten, ceremoniële jurken en kronen. Tibetaanse thangka of schilderijen, die meer dan 450 jaar oud zijn, met ingewikkelde ontwerpen behouden nog steeds de heldere kleuren die zijn afgeleid van gemalen en verpulverde edelstenen en stenen. Structuren rond de basis van het paleis zijn onder andere de prominente Namgyal Stupa (Tibetaans: གཙུག་གཏོར་རྣམ་རྒྱལ་མ།, Sanskriet: Uṣṇīṣavijayā), de kleurrijke Chandazik Gompa. (Tibetaans: སྤྱན་རས་གཟིགས།,Sanskriet: अवलोकितेश्वर/ Avalokiteśvara) en de 1430 Chamba Lhakhang (Tibetaans: བ ྱམས་པ་མགོན་པོ། Sanskriet: मैत्रेय/ Maitreya Boeddha) met middeleeuwse muurfragmenten tussen de binnen- en buitenmuren .

Het paleis wordt gerestaureerd door de Archaeological Survey of India. Het paleis is open voor het publiek en het dak biedt een panoramisch uitzicht over Leh en de omliggende gebieden. Op weg hiernaartoe is de weg door een wirwar van smalle steegjes. De lokale bevolking is zo behulpzaam om de juiste weg te kiezen. Onderweg lopen we langs het “lakruk house”. Een traditioneel Tibetaans huis dat door een gift van het Prins Claus Fonds gerestaureerd is.

Na het bezoek gaan we door naar Tsemo fort/gompa Deze toornt boven de stad. Het is een flinke klim  via steile paadjes die Leh Palace en Tsemo gompa verbinden. Vanwege de warmte is dit een niet al te lange maar wel vermoeiende manier om op de bestemming te komen.

Namgyal Tsemo-klooster of Namgyal Tsemo Gompa is een boeddhistisch klooster in de stad Leh in het district Leh, Ladakh, Noord-India. Opgericht door koning Tashi Namgyal (1555-1575) van Ladakh, heeft het een drie verdiepingen hoog gouden beeld van Maitreya Boeddha en oude manuscripten en fresco's. Het ligt in de buurt van het Tsemo-kasteel.

Gezien vanaf Leh palace

Gezien vanaf Shanti stupa ( met flinke zoom)

Over deze gompa kan ik weinig/niets berichten. De deuren zijn gesloten en schijnbaar niemand verder in de buurt om deze te openen.

Het Tsemo Fort ligt op de Tsemo-heuvel, het hoogste punt van Leh en is een belangrijk herkenningspunt dat vrijwel overal in Leh zichtbaar is. Gebouwd in de 15e eeuw door koning van Ladakh, Tashi Namgyal, een toegewijde boeddhistische volgeling. Aan de ingang van het fort ligt een jonge dame slapend over een tafel gebogen. Ze wordt wakker en ik betaal de entree (20₹) en loop vervolgens naar boven. Aldaar ontmoet ik een man met zijn zoon. Deze zijn van oorsprong Amdo-Tibetanen. Deze streek behoort tot China. Een van de drie Tibetaanse regio’s.

Hun familie is gevlucht en hij is pas onlangs in staat geweest om zijn familie, in die streek , te bezoeken. In 2017 ben ik ook in deze regio geweest en uiteindelijk met het benoemen van het Labrang klooster is het duidelijk dat in die omgeving hun  wortels liggen. Het was een aangenaam gesprek met vriendelijke mensen. Voordat hij gaat vraagt hij hoe we naar boven zijn gekomen. Na mijn uitleg wijst hij een lange trap aan. Hun manier om naar boven te komen en onze manier om dadelijk weer af te dalen. Op het hoogste punt van Tsemo castle is een ruimte met een stupa die natuurlijk ook bezichtigt word. Vanuit deze plek is het uitzicht uitzonderlijk. Hiervan uitgebreid genoten.

Van Het fort lopen we het  makkelijke pad naar beneden. Dit is een goede test voor de knieën. De gekozen route naar de Shanti stupa is in wezen een omweg, maar wel duidelijk te volgen. Shanti Stupa is een boeddhistische witte koepel Stupa (chorten) op een heuveltop in Chanspa, district Leh, Ladakh, in Noord-India. Het werd in 1991 gebouwd door de Japanse boeddhistische Bhikshu, Gyomyo Nakamura. De Shanti Stupa bevat de relikwieën van de Boeddha aan de basis, vastgelegd door de 14e Dalai Lama. De Stupa is een toeristische attractie geworden, niet alleen vanwege zijn religieuze betekenis, maar ook vanwege de ligging die een panoramisch uitzicht op het omringende landschap biedt.

Shanti stupa

 Voor we de ingang bereiken is nog even een pittige klimmetje noodzakelijk. Bij de ingang staat een bordje voor een bijdrage van 30₹. Dit moet niet gezien worden als entreegeld maar om ervoor te zorgen dat de omgeving van de stupa goed onderhouden blijft. De monnik en zijn compagnon die achter het loket zitten vragen waar we vandaan komen. Belgium and the Netherlands was ons antwoord. Nog wat woorden gewisseld en dan doorlopen naar de hoofd attractie. Vanuit dit punt zien we tegenovergestelde uitzicht dan vanaf Tsemo castle.

Bij het verlaten van dit oord lopen wij wederom een lange trap naar beneden en gaan via een kortere route richting hoofdstraat. Al met al zijn wij bijna 5 uur onderweg geweest. Met al het klimmen en onder een stralende zon is het een vermoeiende dag geweest.

’s Avonds eten bij de “Tibetan kitchen”. In wezen zijn alle tafels gereserveerd, echter pas om 20.30 uur en wij arriveren om 19 uur. Na een korte interventie van Astrid wordt het bordje “gereserveerd” verwijderd en kunnen wij onze bestelling plaatsen. Voor mij wordt het een “mutton momo steamed” en een cola.

29 juli

 

Takthok (betekent, rots overdekte grot in de Ladakhi-taal) is een dorp in de buurt van Chemrey, tussen Leh en het Pangong-meer.

Het Takthok-klooster (Breedtegraad: 33.9006° N, Lengtegraad: 77.4375° O) is uniek in zijn soort, het enige Nyingma-klooster (de oudste spirituele lijn van het Tibetaans boeddhisme, rood kap-sekte.) in Ladakh. Guru Padmasambhava, de grondlegger van de Nyingma-orde, bracht de traditie van de kloosterdans in het Tibetaans boeddhisme. Hij danste om obstakels en demonen in Tibet te bedwingen tijdens het bewind van koning Trisong Detsen. Takthok Tsechu wordt gevierd op de 10e en 11e van de zesde maand van de Tibetaanse maankalender. Tijdens dit festival voeren de monniken een speciale Cham uit genaamd 'Guru Tsengyat Cham' - de acht manifestaties van Guru Padmasambhava. De gemaskerde dans en de aanwezigheid van deze iconen moet je uit de eerste hand ervaren om ze te waarderen.

 

Het klooster werd rond het midden van de 16e eeuw gesticht tijdens het bewind van Tsewang Namgyal I (1575-1595) op een berghelling rond een grot waarin Padmasambhava zou hebben gemediteerd in de 8e eeuw.

 

Wij arriveren met onze reisgroep op de parkeerplaats van het festival. Langs de weg staan kraampjes met o.a. gokspelen, kinderspeelgoed, eten en drinken, religieuze voorwerpen zoals mala’s , collectanten voor goede doelen, bedelaars etc.

Op het festival zijn stoelen te reserveren. Op de eerste rij kosten deze 2000₹, op de 2de rij 1000₹, vanaf de 3de rij zijn de kosten 500₹. De mensen staan/zitten op de trappen rondom een binnenplaats. De opening vindt plaats door twee monniken die midden op het plein op Radongs oftewel  Dungchen blazen.

Een gedeelte is gereserveerd voor de oudere monniken, een plek voor de muziekkanten en op een centrale plaats staat een stoel m.i. bedoeld voor  hun Guru Padmasambhava. Als in alle kloosters is een stoel gereserveerd voor de stichter van  het klooster of eventueel voor de Dalai Lama.

Het masker links wordt beschreven als: 

Shinje Chögyal  (Gshin rje chos rgyal) is:

  • De Heer van de Dood, maar geen demon

  • De rechter van karma: hij weegt daden, niet personen

  • Een bevrijdende figuur: vernietigt onwetendheid en ego, niet het bewustzijn

Tijdens de Cham (Festival):

  • verschijnt hij na voorbereidende beschermers

  • markeert hij het moment waarop illusie wordt doorbroken

  • confronteert het publiek expliciet met vergankelijkheid

De eerste periode lopen monniken op het plein rondjes al spelend op diverse muziek instrumenten. Ze lopen de trap omhoog en gaan naar binnen. Daarna verschijnen de eerste dansers. Deze zijn eenvoudig met gekleurde kledij en een soort doodshoofdmasker uitgedost. Gedurende het vorderen van de dansscenes komt een patroon naar voren. De “leaddanser” doet de eerste minuten een solo. Vervolgens komt de rest  in duo’s op het plein totdat de kring 9 deelnemers rond is.

Onder het dansen schenken traditioneel geklede dames thee aan de toeschouwers. Tenminste indien je een beker kan presenteren. Ondertussen is een jongeman vlijtig bezig om toeschouwers te corrigeren op hun soms hinderlijk gedrag. Met name een man die continue, met zijn fotografie, bezig is met het verstoren van delen van het festival. Deze wordt ook door de jongeman op zijn gedrag aangesproken, dit tot zijn groot ongenoegen. Het blijkt dat deze, schijnbaar vermogende, fotograaf speciaal voor dit festival hier naar toe gevlogen is. Hij denkt dat hieraan speciale rechten ontleent kunnen worden.

De jonge man is persisterend en de zakenman trekt aan het kortste eind. De gedragen kostuums zijn prachtig van uitvoering. De toeschouwers zijn uit alle leeftijdslagen waarbij echter alleen de ouderen gebruik maken van een hand gebedsmolen. Een gebedsmolen is een cilindervormige molen die om een verticale as draait. Ze komen voor in allerlei soorten en maten. Op de buitenzijde staat altijd een mantra geschreven. Binnen in de gebedsmolen vind je op dun papier de mantra: Om Mani Padme Hum. Het is de zes lettergrepige mantra van de Avalokiteshvara, bodhissattva van mededogen. Het betekent: groet aan de juweel in de lotus. De Tibetaanse gebedsmolens worden van bovenaf gezien, met de klok meegedraaid. Zo kunnen de teksten namelijk worden gelezen. Door het ronddraaien wordt de mantra versterkt en worden de zegeningen de wereld ingezonden.  Het is een lust voor het oog om de ouderen die op het festival aanwezig te bekijken. Hun kleding, gebedsmolens, de door ouderdom en verweerde gezichten. Het dansen gaat de hele ochtend door totdat ’s middags een pauze ingelast wordt.

Dit is voor de meesten van ons het teken om onze trip te vervolgen naar het Thiksey klooster

Thiksey-klooster of Thiksey Gompa (ook getranscribeerd uit Ladakhi als Thikse, Thiksay of Tikse) is een boeddhistisch klooster dat is aangesloten bij de Gelug-school van het Tibetaans boeddhisme. Het is gelegen op de top van een heuvel in Thiksey, ongeveer 19 kilometer  ten oosten van Leh, in de regio Ladakh. Het staat bekend om zijn gelijkenis met het Potala-paleis in Lhasa, Tibet, en is het grootste klooster in centraal Ladakh, met met name een aparte reeks gebouwen voor vrouwelijke verzakers, die de bron zijn geweest van belangrijke recente gebouwen en reorganisaties.  

Het klooster ligt op een hoogte van 3.600 meter in de Indusvallei. Het is een complex van twaalf verdiepingen en herbergt vele boeddhistische kunstvoorwerpen, zoals stoepa's, beelden, thangka's, muurschilderingen en zwaarden. Een van de belangrijkste bezienswaardigheden is de Maitreya-tempel die is geïnstalleerd ter herdenking van het bezoek van de 14e Dalai Lama aan dit klooster in 1970; het bevat een 15 meter hoog standbeeld van Maitreya, het grootste standbeeld in Ladakh, dat twee verdiepingen van het gebouw beslaat.

In dit klooster is het geoorloofd om overal foto’s te maken. Dit is even onwennig gezien het beleid in andere gompa’s. Bij de ingang meteen links de trappen omhooglopen naar de Maitreya tempel. Voor het betreden netjes de schoenen uit en doorlopen naar het immense beeld. Rechts van de ingang zit een monnik die in geschriften leest maar ondertussen de ruimte goed in de gaten houdt. Rondom het beeld zijn de schilderingen geplaatst die, natuurlijk kloksgewijs, bekeken worden. Uit nieuwsgierigheid  even over de balustrade kijken om te zien hoe groot het beeld in werkelijkheid is. En inderdaad het voldoet volledig aan de beschrijving. Het is duidelijk te zien dat deze Boeddha op een moderne manier gestalte heeft gekregen.

Om niet steeds schoenen aan en uit te trekken laat ik deze op het binnenplein achter. Wel oppassen dat ik niet met mijn sokken in een plas water ga staan. Op de binnenplaats zijn de muren versierd met fresco’s

Muurschildering van Vaishravana, Kubera. Volgens boeddhistische leringen waken de vier hemelse koningen, vier grote koningen en vier beschermkoningen over de vier richtingen. Schilderijen van alle vier zijn vaak te zien in tempel- en kloosteringangen. Vaishravana, Kubera waakt over het noorden. Hij is geel. Zijn symbolen zijn een overwinningsvaandel in zijn rechterhand en een mangoest die parels braakt in zijn linkerhand. Hij wordt bijgewoond door yaksha's, natuurgeesten.

De monniken zijn bezig met een Poedja, gebedsdienst. Het is toegestaan om tussen de monniken door te lopen met in achtneming van de geldende fatsoensregels. Bij de binnenkomst zit op een centrale plaats de Dalai Lama(!).  Dat lijkt in eerste instantie maar bij iets nader onderzoek is dit een levensgrote foto van deze man. Leuk gedaan en de illusie werkt in eerste instantie. Netjes linksom lopend kunnen we achterin een ruimte met nog meer beelden betreden. Cave: gladde vloer!!

In een van de ruimtes staan beschermdemonen. Het hoofdgezicht is met een doek bedekt. In de boeddhistische traditie is het aanzien hiervan, voor buitenstaanders, verboden.

Ik loop langs een mandala deze is in een glazen vitrinekast geplaatst. Ik word door een monnik hierop gewezen. Schijnbaar is een festiviteit aan de gang waarbij iedere dag een nieuwe mandala van gekleurd zand gemaakt wordt. Deze vervangt het voorgaande exemplaar. Voor de vitrinekast staan  offergaven bestaande uit water en etenswaar.

De poedja gaat zijn gang ondanks de vele bezoekers/toeristen die continue in en uitlopen.Op het dak van het klooster is mogelijk om de wijde omgeving te zien.  Een groene oase in een anders dorre omgeving. Nog een paar buitenfoto’s maken en dan langzaam richting de uitgang. Vlakbij het klooster is een restaurant alwaar gegeten wordt alvorens naar het hotel terug te keren.

 

s' Avonds gaan we op advies van onze reisleidster gaan we naar "Bon Appetit". Dit is een restaurant wat veel door buitenlandse touristen bezocht. Hun aanbod is dan ook op deze clientèle  gebaseerd. Het wel een behoorlijke zoektocht, totdat een bord verschijnt met de naam en de richting van het restaurant. In het semidonker door een steegje lopend komen Erwin en ik bij een poort die toegang geeft tot het terras van "Bon Appetit".

Zittend tussen Amerikanen, Fransen, Duitsers, een tweetal Japanse dames bestellen we voor het eerst tijdens de reis niet een typisch Indiase maaltijd.

Voor mij is dit een chicken peppersteak met chips en vegetables. Kort samen gevat: Goed eten in een plek met voldoende ambiance om de avond door te brengen. Kosten van eten en drinken bedraagt net over de 700 ₹. Dit komt overeen met circa 7 euro

 

30 juli

 

Clementine, Dirk en Tanja gaan naar de Nubra vallei. De Nubra Vallei is een vallei in het noorden van Jammu en Kasjmir. De vallei is opgesplitst in twee gebieden, het grootste deel valt onder de regio Ladakh en heeft een Indiaas bestuur. De vallei is in de volksmond bekend als Idumra, ofwel de vallei van bloemen. De diep uitgesneden Shayok en Siachen rivieren stromen door Nubra. Het landschap bestaat uit groene oasedorpen omgeven door steile hellingen, rotsgebieden en ruige bergen. In het noorden ligt de grens met Tibet en in het westen ligt de Siachen-gletsjer.

Dit heeft onze reisgroep dus niet gezien!! (Foto Dirk)

Ook deze trip had ik graag willen maken maar er is slechts keuze om een van beiden te volbrengen. De lezer begrijpt natuurlijk dat de rest van het gezelschap elders naar toe gaat namelijk een driedaagse trekking te maken in het gebied rond Likir en Hemis Shukpachan.

We rijden met een nieuwe chauffeur en busje over de Shrinagar-Leh Higway die gedeeltelijk langs de Indus rivier loopt. We stoppen bij het Zanskar-Indus joint viewpoint. De naam is wel duidelijk dus verder uitleg is overbodig.

We verlaten de highway en naar de plek waarvan onze groep, door de Sham Valley, naar Yangthang gaat lopen. Het is warm en we beginnen met een steile afdaling. Vervolgens over bredere en smalle paden. Tijdens een afdaling is maar een losse steen nodig en ik beland in een glijpartij die uiteindelijk resulteert in een blauwe plek op mijn bilspier. De gids is snel bij me maar verder alles in orde. De wandeling gaat door een droge stoffige omgeving met zo nu en dan een groene oase. In een van die plekken nemen we een pauze om kort te rusten, eten en drinken. Na een fikse wandeling zien we in de verte onze eindbestemming opdagen. Hier splitst zich de groep. Het grootste gedeelte loopt via de weg naar Yangthang, Erwin en Ingrid lopen de meer avontuurlijke route. Ruim van te voren horen we trommelgeroffel. Feestje?? We lopen langs een smal pad het dorp in. Kleine stroompjes water begeleiden ons, eenvoudig maar ingenieus  in vertakkingen geleid om zo optimaal mogelijk gebruik te maken van dit schaarse goed.

Aangekomen in het dorp rusten wij bij een gebedsmolen. De wandeling op hoogte en de warmte zijn vermoeiend geweest. Een oudere dame loopt ons voorbij en ik begrijp dat zij aangeeft dat er feest is en ons hierbij uitnodigt. Niemand reageert dus ik ben de enige die met haar meeloopt. Door een klein poortje over een waterstroompje richting een feesttent met mooie, felle kleuren.

De verwelkoming is hartelijk en meteen wordt Chang(?) aangeboden. Met enige uitleg blijkt dit eigengemaakt, regionaal,  bier te zijn. Bier rond het middag uur is niet meteen mijn gewoonte, dus ik vraag of een beker melkthee ook mogelijk is. Geen probleem waarna ik bij de dames plaats neem.

Iets later is het duidelijk dat de rol van mannen en vrouwen duidelijk afgebakend is. Mannen drinken bier en zitten apart van de vrouwen.  Toch iets anders mijn werkelijkheid van dat moment. Even later komt de rest van ons reisgezelschap. Iedereen wordt hartelijk ontvangen. Krijgen een zitplaats en drinken aangeboden. Bij het binnenkomen zitten de vrouwen aan de linkerzijde. De mannen en een monnik zitten rechtsachter en helemaal rechts zitten de trommellaars .

Een kleine jongen is ondeugend, speels bezig met een poging om ook gebruik te maken van het slagwerk. De ouderen zijn geduldig en geven deze jongeman educatie wat betreft de drum activiteiten. Mooi om te zien/ mee te maken!

In de tussentijd is de gelegenheid om gebruik te maken van pijl en boog. Deze zijn opmerkelijk primitief en het is al een kunst om de afstand toto het doel te overbruggen. Gewend zijnde aan een boog met carbontechnologie is dit een hele opgave. Oftewel ik bak er niets van. De begeleider uit het dorp gaf aan dat indien de roos geraakt wordt een beloning van 200 ₹ te winnen valt. Niet voor mij dus.

De dorp bewoonsters staan op maken hun kleding in orde en beginnen met een traditionele dans. Het is de bedoeling dat alle dames van ons gezelschap meedoen. Een aanwezige Japanse kan ook meteen hieraan deelnemen. De dans is langzaam en ook in deze situatie is het duidelijk dat deze mensen de tijd nemen om hun gasten hierin te begeleiden.

Natuurlijk nadat de dames hun dans geklaard hadden waren de heren aan de beurt.  We krijgen een Khatang omgehangen die deel uitmaakt van de dans bewegingen. Een dorpsbewoner voor op de ander als hekken sluiter. “Gracieus” bewegen wij ons door de tent aangemoedigd om de volgende worden te noemen: Jaba Jaba Jabalee een schijnbare uitdrukking dat alles goed is.

Na het dansen was het tijd om naar onze homestee door te lopen. Het is een eindje omlaag lopen over smalle paadjes die soms op een beekje lijken en heesters met lange doorns die zo nu en dan door de kleding prikken. Een kalf achter de struiken die ons schijnbaar in de gaten houdt. Nog een klein brugje, waarvan een gedeelte niet meer is dan een boomstam, over en de eindbestemming is bereikt. Erwin die reeds met Ingrid gearriveerd is, komt ons tegenmoet. Hun beiden is medegedeeld dat de festiviteiten pas in de avond plaats zullen vinden. Naar mijn opinie hebben ze iets moois gemist.

Over de mensen van Yangthang:

  • Een uitnodiging die vanuit hun hart komt.
  • Gastvrij, spontaan.
  • Hun manier van leven zonder stress, winstbejag. Iets wat de westerlingen allang vergeten zijn.
  • Levend in een groen paradijs.

Een belevenis die niet gemist had moeten worden. Voor mij persoonlijk een van de mooiste belevenissen op deze reis.

De woonstee waarin wij verblijven wordt gerund door bedreven door een oudere dame. Haar zoon is militair en vol trots hangen de foto’s van hem aan de muur. De keuken annex eetruimte is gezellig. De kast, uit 2004, is gevuld met koperen ketels, serviesgoed etc. De oven is rijkelijk versierd en de kostprijs hiervan is als een soort versiersel aangebracht.

De bedden bestaan uit een stel, harde, matrassen die op de grond liggen. De kamers zijn al voorbereidt om hiervan een woning te maken. Bij Arno en Ingrid is een begin van een keuken aanbouw. In onze kamer zijn afgesloten kasten tegen de muur gemonteerd. Op de gang van het slaapgedeelte hangt een opgezette kat, verstevigt met stokjes om de vorm te behouden. Een curieus, met volgens onze gids, alleen een decoratief doeleinde.

Alhoewel binnen een westers toilet aanwezig is, staat buiten een gebouwtje met een ecotoilet. Dit met uitleg waarom deze zo nuttig is voor natuur en omgeving. Indien de boodschap gedaan is dan gelieve een schep grond door de opening naar beneden te gooien.

In de keuken zijn onze chauffeur, Pung Tsjok (gids) en Angelina bezig met maken van Momo’s.  Over het eten en de woonstee valt niet te klagen. Mijn persoonlijke verwachting t.a.v. een homestee is overtroffen. Ondanks de relatieve eenvoud zijn de voorzieningen voldoende om een comfortabel verblijf te waarborgen. Saillant detail: In de verblijfsruimte staat een televisie. Deze staat voortdurend aan en produceert sporadisch, voor luttele seconden, beeld. Dit schijnt wel steeds de aandacht van de aanwezigen te trekken., maar het is eerder verbazing dan interesse voor de nieuwsberichten.

31 juli

De volgende dag  gaat de wandeltocht naar Hemis Shukpachan. Wederom over smalle paadjes en een gedeelte van de route is vermoeiend stijl omhoog. Naast het pad is een schedel van een ram geplaatst. Een fotogeniek beeld waarbij bij nader bekijken van het geheel, grassprietjes door de oogkassen naar buiten groeien. (klik op foto)

Achter ons zien we,  op een afstand, de Japanse dame. Indien wij stoppen doet zij hetzelfde. Dit ritueel herhaalt zich meerdere malen totdat we boven aan de bergpas, de Tsermangchan La (3850 meter) aankomen. Even een gesprekje met haar aanknopen. Ze is afkomstig uit Hokkaido, het noorden van Japan, dus wel gewend aan bergachtig condities. Ze heeft 4 maanden vakantie en maakt hiervan gebruik om rond te reizen. Zij loopt met ons mee totdat we naar Hemis Shukpachan bereiken en dan scheiden onze wegen zich.

Nog een laatste stuk door het dorp en dan arriveren we bij de Tombo homestay. Hier zwaait een oudere heer met zijn zoon en schoondochter de scepter. Het aantal gasten is meer dan dat zij verwacht hadden. Erwin en ik krijgen een ruime kamer aangeboden. Deze kamer is mi de kamer van de gastheer zelf.

’s Middags neem ik een rust pauze en val in slaap. Op het bed wat naast mij staat hoor ik een geluid. In eerste instantie denk ik dat het mijn reisgenoot is. Bij nader inspectie is het een glimlachende jonge man, die daarna meteen de kamer verlaat. Het gaat hierbij om Sonam, de verstandelijk gehandicapte (klein)zoon die op zijn manier met de nieuwe gasten kennis maakt .Het is een 24 jarige jongen die thuis leeft i.v.m. zijn handicap. Hij heeft nog een zus en een broer die beiden in een ander dorp op school zitten.

Bij het eten loopt een miauwende kat door de verblijfruimte. Het is duidelijk dat de inwoners deze niet graag bij de gasten zien lopen. De kater vindt het heerlijk om geaaid te worden. De naam is snel door de dames van ons gezelschap gevonden namelijk “Bobby”. Bij navraag aan de eigenaar noemt deze de kat “Billy”. Dat lijkt aardig op elkaar, of niet? Van Astrid krijgen we te echter weten dat billy het Hindi woord voor kat is. Het beestje heeft, in tegenstelling tot onze gewoonten, bij de inheemse bevolking geen eigen naam.

Na het eten gaan door de omgeving wandelen. Het allereerst door een zompige boomgaard met jeneverbes bomen. Deze zijn eeuwenoud en worden volgens de gids als heilig beschouwd. Dientengevolge mogen van deze bomen geen takken gesneden worden. De rook en wierook van de brandende jeneverbes vertegenwoordigen geluk en zuivering van het gebied.

We lopen verder door een nat gebied met grazend vee om vervolgens voorbij bij een stupa te gaan alwaar een koe met ons interesse  bekijkt. In de Sham vallei staat een Boeddhabeeld kijkend over de vallei. We lopen een halve cirkel, voorzien van een Kora en een oude muur bergopwaarts. We ontmoeten een Nederlands echtpaar die veel te vertellen hebben over het organiseren van de reis maar weinig over de belevenissen die ze meegemaakt hebben.

Klik 2x maal op de foto en kijk eens voor het Boeddhabeeld

Vlak voordat wij bij de Tombo homestay aankomen staat een dame in het korenveld. Deze foto kan ik niet weglaten. Deze velden zijn een onontbeerlijk onderdeel van het bestaansrecht van deze plaats en de mensen die hier wonen. Gedurende het avondmaal heb ik besloten om morgen niet de hele tocht mee te lopen. Het aansluiten zal plaats vinden na de klim en dus op de bergpas waar het parcours iets makkelijker wordt.

1 Augustus

 

Arno, Tanja en mezelf gaan het eerste gedeelte niet meelopen. We vertrekken circa 2 uur later en ontmoeten het overig gezelschap boven aan de Meptek pas (3850m). Intussen breng ik de tijd door in het hoofdverblijf van de homestay. Ik lever mijn lege waterflessen in bij de zoon des huizes. Deze gebruikt de flessen om de melk te bewaren van de koe die vlak bij de ingang van het huis staat. Deze levert iedere dag circa 4 liter melk. Het kalfje die ook in de omheining staat mag even bij moeders drinken maar wordt dan resoluut weggestuurd. De melk is voor de familie en gasten en niet voor haar. In een gesprek met de eigenaar konden we onder andere enige informatie uitwisselen overdagelijkse beslommeringen

 Een aantal items die nog aan de orde kwamen:

  • Zijn horloge in 1967 gekocht in Delhi
  • De zorgen omtrent zijn kleinzoon, Sonam
  • Gezondheid. 
  • Hun huis is 80 jaar geleden gebouwd en is altijd familie bezit geweest.
  • Kinderen 

Op de kast hangt een foto van hem en zijn familie. Deze laat zien dat ze ook hun horizon naar het zuiden van India verwijdt hebben.  Tijdens het gesprek wordt regelmatig een kop thee aangeboden. Aan gastvrijheid komt in deze regio niemand te kort.

Na het afscheid van de bewoners is het tijd om op pad te gaan. Rijdend over de hobbelige wegen kunnen wij drieën naar de kleurschakeringen in de bergen kijken.

Tijdens het rijden zien we onze reisgenoten op een behoorlijk steil gedeelte van de route lopen. Het is duidelijk dat, onder andere door de hitte, het een vermoeiende klim is.Vanuit de rijdende auto, met maximale zoom capaciteit (705 mm)  een poging wagen om een foto te maken.  In eerste instantie zijn zij alleen aan de kleuren van hun reiskleding/rugzak te herkennen.

Erwin. (klik op foto's)

Marijke, Saskia, Angelina

Boven op de Meptek pas komen wij elkaar tegen. Terwijl Arno en Tanja achterblijven loop ik naar beneden om de rest van de weg mee te lopen. Tijdens de rustpauze komen een aantal jonge dames aanlopen. Deze vonden een gids niet noodzakelijk en zijn door deze beslissing de zwaarste route gelopen. Dit is bemerken aan de fysieke toestand van de wandelaars. Een van hen heeft een blaffende hoest die me doet denken aan een begin van hoogteziekte (longoedeem).  Aan het gedrag van hen was te bemerken dat interactie met ons als onwenselijk werd ervaren. Verder ook geen poging meer ondernomen.

De verdere route ging bergafwaarts en leverde dan ook geen enkel probleem op. In het volgende dorp gaat de reis per bus verder. Onderweg een tussenstop in een etablissement met de naam “Garden restaurant”

Tijdens het eten is een vogel bezig met een nest. Het gaat om een ‘HOP’ (Upupa epops). Het is een kenmerkende kaneelkleurige vogel met zwart-witte vleugels, een lange rechtopstaande kuif, een brede witte band over een zwarte staart en een lange smalle naar beneden gebogen snavel. Zijn oproep is een zachte "oop-oop-oop". Het is inheems in Europa, Azië en de noordelijke helft van Afrika. Het trekt in het noordelijke deel van zijn verspreidingsgebied. Het grootste deel van de tijd brengt hij op de grond door op zoek naar larven en insecten.

Na dit intermezzo wordt de reis vervolgd richting Leh en het La Ri Mo hotel. De dag is gevorderd en veel activiteiten worden niet ontplooid. Met meerdere mensen gaan wij op weg naar de Tibetan kitchen. De plaatsen worden ingenomen met mensen die niets nuttigen maar wel bezig zijn met hun telefoon of laptop. De plannen worden dus gewijzigd en op naar de volgende eetgelegenheid. Deze is, in vorm van het Dreamland restaurant,  snel gevonden.  Hier nog een gezellig uurtje, onder genot van een vegetarische pizza, doorgebracht. Nog even door de winkelstraat lopen en dan naar het hotel. Morgenvroeg gaat de reis terug naar Delhi.

2 Augustus

 

Om 6.15 uur vertrek naar de luchthaven. Eenmaal aangekomen lopen we naar de incheckbalie. Degene die onze boardingpasses moet bezorgen is enigszins gestrest doordat wij met “grote” getalen  voor zijn balie staan. Dit gaat ten koste van zijn efficiency. Maar uiteindelijk komt alles in orde en kunnen we naar de security check. Heren en dames worden van elkaar gescheiden. Dames gaan in een soort afgesloten kleedhokje alwaar ze ook door dames gecontroleerd worden. Mijns inziens een prima idee om de privacy te waarborgen.

Na enige tijd wachten worden we met de bus naar het vliegtuig, een airbus A320 gebracht. Ik zit bij de nooduitgang met de daarbij horende riante beenruimte. De stewardess geeft mij instructies hoe de deur te bedienen indien een calamiteit ontstaat. Leuk om te weten maar of het dan nog zin heeft betwijfel ik ten zeerste.

Op Srinagar Airport gaan we ervan uit omdat het alleen maar een tussenstop is dat we niet alweer door de securitycheck hoeven te lopen. Door omstandigheden gaat deze vlieger niet op zodat we weer in de rij komen te staan. Een bewaker haalt mijn tas van de lopende band zegt op onvriendelijke wijze dat ik een ticket nodig heb. Ik heb mijn vliegticket in de hand en begrijp niet wat hij wilt. Uiteindelijk komt een andere bewaker die mij een label van Indigo air geeft. Deze behoort aan mijn tas bevestigt zodat hierop een stempel aangebracht kan worden. Deze persoon kreeg van mij een dankjewel. Nu eindelijk door naar de vertrekhal.  Het vliegveld is niet groot zodat je al snel uitgekeken bent.

Als we het Indira Gandhi International Airport verlaten overvalt ons weer de zengende hitte. Lopend naar de parkeerplaats staat een grote bus op ons te wachten. Er zijn 3 personen aldaar aanwezig. Een persoon om de onze bagage in de laadruimte te leggen. De buschauffeur en iemand die toekijkt of de andere 2 hun werk naar behoren uitvoeren oftewel de management laag. De bus wordt uitstekend gekoeld zodat de inzittende zeker niet aan bederf onderhevig zijn (Brrr).

Ons verblijf zal wederom het Suncourt Yatri hotel zijn. Dit voor korte gezien het feit dat het verblijf in India tot zijn einde komt.  Via de hotelmanager kan een taxi gehuurd worden. Dit kost 2800 ₹ voor 8 uur met een maximum aantal van 80 km. Even overleggen en Arno, Ingrid Erwin en ik gaan de volgende dag gezamenlijk een aantal bezienswaardigheden bezoeken. Een lijst wordt gemaakt zodat een leidraad aanwezig is.

De rest van de middag is ter eigen invulling. Astrid geeft als tip om het Central Cottage Industries Emporium te bezoeken. Volgens haar een winkel die het waard is om te bezoeken. Voor het hotel nemen we een Tuktuk als vervoersmiddel. We gaan niet onderhandelen en nemen de prijs van 100 ₹ voor lief. We laten hem een papiertje zien met de volledige naam van de winkel. Uiteindelijk staan we dan toch voor de verkeerde plaats en na enig over en weer gepraat komen we op de plaats van bestemming. We spreken met hem af dat hij ons om 19 uur, op deze plek, weer kan ophalen.

De winkel is inderdaad groot, met kunstwerken, juwelen, schilderijen, beelden etc. voorzien. Dit is ook merkbaar aan de prijzen die gevraagd worden. In de winkel komen we nog enkele bekenden tegen. Ik heb hen echter nooit gevraagd of iets, binnen de prijsranche, van hun gading aanwezig was.

Na het verlaten van de winkel lopen Erwin en ik nog door de winkelstraten. Hij wil nog 3 boeddha beeldjes kopen van het type “horen, zien, zwijgen”. De welbekende aapjes zijn in overvloed te krijgen. Het beoogde echter niet.

Het is etenstijd en uit gemakzucht gaan we naar de wereldbekende culinaire grootmacht namelijk:  

Erwin heeft een dieet zonder koolhydraten en daarbij een legio aan voedselallergieën. Dat is de hele reis al een uitdaging geweest.  De bestelling: 2 x cola zero,  1 McKrocket meal, 1 broodje McKrocket, 2x broodje McChicken. Dit voor een omgerekend bedrag van circa 7 euro.

Na dit avontuur lopen we naar de afgesproken ontmoetingsplaats. Voordat de tuktuk arriveert heeft een concurrent zeker 5 maal ons gepasseerd met de vraag of hij niet de meest geschikte persoon is om ons te transporteren. Onze afspraak arriveert.

Op de terugweg  stopt de chauffeur ongevraagd bij een winkel. We gaan deze bekijken maar de prijzen zijn exorbitant hoog. Dus dit bezoekje duurde maar kort. De ervaring om in dit transportmiddel te rijden is interessant. De kleine driewielers rijden kriskras door het wegverkeer. Het claxonneren van alle verkeersdeelnemers is een  continue proces die tot in de vroege uren duurt.

De personenauto’s zijn voorzichtiger. Bang om beschadigt te worden is defensief verkeersgedrag verstandiger. Een kolonne auto’s met zwaailichten en sirenes passeren ons. Het ziet er naar uit dat de “bigshots” hun eigen privileges hebben. Zo eindigt onze 1ste dag in Delhi. Morgen om 8:30 uur gaan we met de taxi op stap.

3 Augustus

 

Om half negen vertrekken met zijn vieren om nog een aantal bezienswaardigheden te bezoeken. Arno in verband met zijn lengte voorin. Wij met drieën op de achterbank. Wanneer onze taxi bij een verkeerslicht stopt nadert een travestiet de auto. Hij tikt op de ruit maar voordat wij van verbazing bekomen zijn rijden we alweer verder. Achter ons herhaalt dit ritueel zich. Het autoraampje gaat open, de man krijgt geld toegestopt waarna hij degene, als een zege, een kus op het voorhoofd geeft. Na enig speurwerk ben ik erachter gekomen deze mensen Hijra’s zijn. De Hijra’s zijn trans personen die al eeuwenlang ingebed zit in de Indische samenleving.Het bestaan van deze personen gaat even ver als de wortels van het hindoeïsme. Trans personen zijn in dat opzicht in India altijd al een deel van de maatschappij geweest. Zij voeren een aantal religieuze taken uit, zoals het zegenen van huwelijken en eerstgeborenen. Hun sociale positie was altijd gelinkt aan het geloof dat zij over bovennatuurlijke krachten beschikken om te zegenen, maar ook om te vervloeken. Dat zorgt ervoor dat ze een dubbele positie hebben bekleed: ze werden enerzijds als halfgoden vereerd, anderzijds werden ze ook gevreesd. Door de snel toenemende modernisering verdwijnen er vandaag ook vele eeuwenoude tradities. Veel Indische trans personen belanden in de prostitutie omdat ze geen andere perspectieven hebben op de arbeidsmarkt. Beleidsmatig zijn er zeker al belangrijke stappen gezet, maar tot op vandaag blijven trans personen er veelvuldig slachtoffer van misbruik en geweld.

 

Als eerste staat “Humayun ’s Tomb” op het programma. Humayuns tombe is een grootschalig grafmonument in Delhi dat tussen 1562 en 1571 werd gebouwd als laatste rustplaats voor de tweede heerser van het Mogolrijk, Humayun († 1556). De in rood zandsteen opgetrokken tombe ligt in het midden van een tuin, aangelegd volgens het Perzische chahar bagh-patroon. Het complex werd in 1993 door UNESCO op de Werelderfgoedlijst geplaatst. Opdrachtgever voor de bouw van het complex was Humayuns zoon en opvolger Akbar.

Het hoofdmonument is een vierkant gebouw met drie verdiepingen en bestaat uit 17 Khilans (gebogen weg) aan elke kant. Elk van de vier hoeken bevat één khilan. Deze Khilans werden gebruikt om de kamers op de begane grond binnen te gaan. Elk van de gecentraliseerde Khilan bevat een trap naar de eerste verdieping. De structuur met drie verdiepingen is vanuit elke hoek geometrisch identiek.

De islamitische Mogols waren afkomstig uit Centraal-Azië en de invloed van vooral de Perzische cultuur op hun architectuur was groot. Humayuns tombe werd ontworpen en gebouwd door de Perzische architect Mirak Mirza Ghiyath (ook wel Mirak Sayid Ghiyath genoemd) en zijn zoon Sayyid Muhammed. Zij hadden eerder in Herat en Boechara tuinen in Timoeridische stijl aangelegd. Deze chahar bagh-tuinen werden in een symmetrisch patroon aangelegd, waarbij kanalen en looppaden de scheiding vormden tussen de perken. Dit type tuinen werd in de islamitische traditie geassocieerd met het paradijs. Volgens de Koran (en ook de Bijbel) ontsprongen vier rivieren uit het paradijs. Bij de tuinen rond Humayuns tombe werd dit beeld expliciet gemaakt doordat de vier hoofdkanalen onder het fundament van het mausoleum verdwijnen.

                                                           Het graf van Humayun

Het Monument bevat ook de kist van zijn twee vrouwen – Begum Hamida Banu en Begum Haji Saheba. Het onthoofde lichaam van de ongelukkige prins Dara Shiko werd hier begraven. De latere Mughal-keizers, waaronder Jahandar Shah, Farukkhsiyar en Alamgir II, werden hier ook begraven.

                                     Toegangspoort tot Isa Khan’s Tombe

In een van de tomberuimten ontmoet ik een man en zijn zoon waarmee ik een paar woorden wissel. Hij is afkomstig uit een plaatsje met de naam “Sami”. Hij is moslim en nieuwsgierig naar onze herkomst. Na dit gesprekje loopt hij verder door de tombe. Hier zijn verschillende islamitische teksten op de deurposten en inhammen aangebracht. Hij filmt deze en het lijkt alsof hij meteen met derden in verbinding staat en dan ook zijn uitleg aan deze mensen geeft.

Het graf van  Isa Khan Niazi bevindt zich in het Humayun's Tomb- complex in Delhi , India. Het mausoleum, achthoekig van vorm en voornamelijk gebouwd van rode zandsteen , werd gebouwd in 1547-1548

 

Begrafeniskamer in het graf van Isa Khan gebouwd in 1547 A.D.

De volgende halte wordt  Akshardham (Gujarati: દિલ્હી અક્ષરધામ ; Devanagari: दिल्ली आक्षरधाम ).

'Akshardham' betekent de goddelijke verblijfplaats van God. Het wordt geprezen als een eeuwige plaats van toewijding, zuiverheid en vrede. Swaminarayan Akshardham in New Delhi is een Mandir – een verblijfplaats van God, een hindoeïstisch huis van aanbidding en een spirituele en culturele campus gewijd aan toewijding, leren en harmonie. Tijdloze spirituele hindoeïstische boodschappen, levendige devotionele tradities en eeuwenoude architectuur worden allemaal weerspiegeld in de kunst en architectuur. De mandir is een bescheiden eerbetoon aan Bhagwan Swaminarayan (1781-1830), de avatars, deva's en grote wijzen van het hindoeïsme. Het traditioneel vormgegeven complex werd op 6 november 2005 ingehuldigd met de zegeningen van ZH Pramukh Swami Maharaj en dankzij de toegewijde inspanningen van bekwame ambachtslieden en vrijwilligers.

Deze informatie is afkomstig van https://akshardham.com/

Voordat het tempelterrein betreden kan worden moeten we eerst door allerlei veiligheid controles.

Al op de parkeerplaats wil een dame onze paspoorten zien. Daarna moet onze tassen, telefoons, camera’s  bij een balie ingeleverd worden. Dit gaat zorgvuldig en goed georganiseerd. De tassen worden m.b.v. een tiewrap aan elkaar verbonden en vervolgens op een rek gedeponeerd. Van te voren worden van alle ingeleverde voorwerpen foto’s en een lijst gemaakt.

Volgende etappe is de security check. Alles van metaal op de loopband en dan zelf gecontroleerd worden door een persoon met een metaaldetector. Het is dus duidelijk dat van zelf fotograferen niet veel terecht gaat komen. Dit ergo de “plaatjes” hieronder getoond zijn van de bovengenoemde website gedownload.

Als eerste lopen we over het plein van de Tien poorten.

De Tien Poorten', die de tien hoofdrichtingen in de Indiase cultuur vertegenwoordigen, reflecteren de Vedische gedachte om vanuit alle richtingen het goede te presenteren aan alle bezoekers. 

Bhaktidwar.

De 'Poort van Devotie' symboliseert de Vedische traditie van tweevoudige verering. Devotie tot God en zijn uitverkoren Discipel is de zuiverste vorm van aanbidding. Als eerbetoon aan deze traditie zijn in de prachtige poort 208 van deze figuren gebeeldhouwd.

Abhishek Mandap

In de hal die hierop volgt zijn een aantal dames aanwezig die folders en informatie verstrekken. Deze  folders zijn in een groot aantal talen aanwezig dus ook in het Nederlandse. Deze teksten gebruik ik dan ook om verdere uitleg te geven. Abhishek is het rituele baden van een godheid voor de vervulling van iemands gebeden. De aanbidder giet water over de godheid te midden van het zingen van gebeden en mantra's.

Mayur Dwar.

De pauw, de nationale vogel van India, is het symbool van schoonheid en zuiverheid. De twee 'Pauwenpoorten zijn een hulde aan de extra dimensie die de kleurrijke pauwen aan het leven geven. Elk van deze mooi versierde poorten telt 869 gebeeldhouwde pauwen.  Nadat we door deze poort gelopen zijn komen we op op het centrale plein. De gevoelshitte is niet te harden. Arno blijft in de schaduw wachten terwijl de rest eerst naar de heilige voetafdrukken gaan kijken.

Voetafdrukken

Tussen de twee Pauwen Poorten zijn de heilige voetafdrukken van Bhagwan Swaminarayan te zien, ter herinnering aan zijn incarnatie op aarde. Ze zijn gebeeldhouwd uit wit marmer, waarop de 16 goddelijke tekens zichtbaar zijn gemaakt. Uit vier geluk brengende schelpen stroomt constant water over de voetafdrukken om eer te bewijzen aan zijn inspirerende leven en werk.

Vervolgens naar de Culturele tuin. De hitte is dusdanig dat ik na een half uur het gezelschap van Arno ben gaan opzoeken. Deze staat , in de schaduw, op een redelijk koele plaats te wachten. Erwin en Ingrid hebben minder moeite met deze omstandigheden.

Culturele tuin

Tegenover het monument ligt de Bharat Van met zijn prachtig gecultiveerde en artistiek ontworpen grasvelden, bomen, planten en struiken. Verspreid in deze 9 ha grote tuin staan 65 bronzen beelden van beroemde Indiase mannen, vrouwen en kinderen, wier levens anderen tot nobeler hoogte inspireren. Hiervandaan heeft men een indrukwekkend uitzicht op het Akshardham Monument .Bezienswaardigheden: de zonnewagen de maanwagen voortgetrokken door 16 herten Indiase kinderhelden,Indiase patriotten, beroemde historische figuren uit India Indiase heldinnen .

Op het plein wordt, door een Indische vrouw in de Engelse taal,  gevraagd waar wij vandaan komen. Na ons antwoordt komt een jongen, van een jaar of twaalf, naar voren en vervolgt het gesprek  in de Nederlandse taal. Hij woont in de provincie Noord-Holland en is hier op familie bezoek. Hij hoorde ons gesprek en had al het vermoeden van onze herkomst.

Voor het betreden van het volgende gedeelte gaan we de schoenen inleveren in de hiervoor bestemde “shoe-houses”. De schoenmaat van Arno is voor de man achter de toonbank wel iets aparts. Het lopen over de tegels is vanwege de hitte nogal een uitdaging. Uiteidelijk vinden we de minst verhitte route.

Akshardham monument.

Het middelpunt van het hele complex is het grootse Akshardham Monument in roze steen en wit marmer. Het is 43 m hoog, 96 m breed en 108 m lang, en wordt gedragen door 234 kunstig gebeeldhouwde pilaren. Het dak bestaat uit 9 overweldigende koepels en 20 siertorens, terwijl het hele gebouw meer dan 20.000 gebeeldhouwde figuren telt. Er is geen enkel metaal in verwerkt, precies zoals de oude, traditionele Indiase architectuur voorschrijft.

Murti

Het meer dan 3 m hoge, met bladgoud bedekte beeld (murti) van Bhagwan Swaminarayan staat prominent in het centrum van het monument. Ook zijn er de gewijde, elegante murti's te zien van Shri Radha-Krishna, Shri Sita-Ram, Shri Lakshmi- Narayan en Shri Parvati-Shiv.

Te bezichtigen:

  • De 24 Keshav-vormen van het Goddelijke, gebaseerd op de Panchratra-geschriften gebeeldhouwde murti's van sadhoes en volgelingen
  • Murti's van 500 paramhansa's bovenaan de pilaren
  • Adembenemend beeldhouwwerk in de 18 m hoge Lila Mandapam, de Bhakta Mandapam, de Smruti Mandapam en de Paramhansa Mandapam onovertroffen marmeren beeldhouwwerk met afbeeldingen uit het leven van Bhagwan Swaminarayan in de Ghanshyam Mandapam, de Neelkanth Mandapam, de Sahajanand Mandapam en de Swaminarayan Mandapam de grote koepels en de 20 vierkante plafondpanelen (samvarans), beide voorbeelden van oude, Indiase architectuurtechnieken

 

Het is tijd om de schoenen op te halen  en te eten. De hiervoor bestemde ruimte is de “foodcourt” met zowel een binnen als buitengelegenheid om de maaltijd te bestellen en te nuttigen. We kiezen vvor de 1ste optie zodat we door de aircondtion wat verkoeling kunnen krijgen.

Als eerste wordt aan een loket het eten en drinken uitgezocht. Na het betalen krijg je het betalingsbewijs en een nummer van de toonbank alwaar de producten te verkrijgen zijn.

In mijn geval is dat een vegetarische piza (of zoiets). Na het eten en afkoelen vervolgen wij onze bezichtiging. Lopend door de galerijen rondom het Akshardham Monument zien wij de vele sculpturen die aangebracht zijn. Met name olifanten zijn in overvloed aanwezig.

Yogi Hriday Kamal

Deze achtbladige lotus creatie, omgeven door prachtig onderhouden grasperken, is een inspiratiebron voor geloof in God en de mens d.m.v. het woord van heilige geschriften, sadhoes en andere groten der aarde. 

Via de Yogi Hriday Kamal lopen we richting uitgang. Even een giftshop binnenlopen om eens rond te neuzen. Een pakketje ansichtkaarten is mijn “buit” gezien het gebrek aan de mogelijkheid om foto’s te maken. Aleer je het winkelpand mag verlaten behoor je de aankoop bon aan een bewaker te tonen. Nadat onze eigendommen ingeruild tegen een metalen munt, voorheen bij het inleveren verkregen, lopen we via de parkeerplaats naar de taxi.

De chauffeur ligt ontspannen op de voorzitting spelend met zijn telefoon in de koelte van de airco. Wij daarentegen zijn badend in het zweet door de vochtige hitte van die dag.

Als volgende staat de Vrijdagmoskee van Delhi of de Masjid-i-Jahan Numa (مسجد جھان نمہ) op het programma. Door de overvloedige regenval en de daar uit voortkomende overstroming halen een streep door de rekening.

Het alternatief is een bezoek aan het India Gate. India Gate (officieel: All India War Memorial) is een triomfboog in de Indiase hoofdstad New Delhi. De 42 meter hoge boog werd in 1921 door Edwin Lutyens ontworpen, naar het voorbeeld van de Arc de Triomphe in Parijs. Het monument herinnert aan de soldaten uit Brits-Indië die in de Eerste Wereldoorlog voor het Britse Rijk zijn gestorven. Ingegraveerd zijn de 90.000 namen van deze overledenen en de namen van de 3000 soldaten die in de derde Anglo-Afghaanse Oorlog zijn gesneuveld. Tevens worden de soldaten uit de Bengaalse onafhankelijkheidsstrijd geëerd.

Achter de triomfboog staat het standbeeld van Subhas Chandra Bose, ook wel bekend als het Netaji-standbeeld, is een monolithisch beeld gemaakt van zwart graniet, opgedragen aan Netaji Subhas Chandra Bose, Indiase vrijheidsstrijder en opperbevelhebber van het Indiase nationale leger. Het wordt onder de luifel achter de India Gate in Delhi geplaatst. De onthulling vond plaats op 21 januari 2022.

Alvorens richting het monument te lopen koopt ieder van ons een fles water i.v.m. de hitte. De gevoelstemperatuur benadert de 50 graden Celsius. Hierna via een tunnel onder het drukke verkeer naar het India Gate. De drukte valt reuze mee.  

Er lopen verschillende groepen leerlingen gekleed in witte broeken en rose shirts. Hun aantal schat ik toch wel op 150 a 200 personen en hun begeleiders.

Amar Jawan Jyoti, of de vlam van de onsterfelijke soldaat, is een structuur bestaande uit een zwartmarmeren sokkel, met een omgekeerd geweer, afgedekt door een oorlogshelm, gebonden door vier urnen, elk met het permanente licht (jyoti) van samengeperste aardgasvlammen, opgericht onder de India-poort ter herdenking van Indiase soldaten die zijn omgekomen in de bevrijdingsoorlog van Bangladesh in december 1971. 

Sinds de installatie van de Amar Jawan Jyoti heeft het gediend als India's graf van de onbekende soldaat. Het wordt 24 uur per dag bemand door de Indiase strijdkrachten. In elke republiek worden kransen geplaatst bij de Amar Jawan Jyoti. Day, Vijay Diwas en Infanteriedag door de premier en de hoofden van de strijdkrachten.

Op 21 januari 2022 werd de Amar Jawan Jyoti bij India Gate samengevoegd met de Amar Jawan Jyoti bij het National War Memorial.

Na dit bezoek zijn wij vieren enigszins moe en door de hitte, medium rare, gebakken en besluiten naar het hotel terug te gaan. Heerlijk onder douche en dan afkoelen.

’s Avonds nemen we gezamenlijk bij Suruchi afscheid. Dit vegetarisch restaurant is als eens eerder door ons bezocht. Hierbij mijn gerecht van de avond. Tijdens het afscheid krijgt Astrid een presentje voor de inspanning  die ze tijdens de reis  heeft geleverd.

Gezien Erwin en ik een landen arrangement geboekt hebben is het ook vanzelfsprekend dat wij ons vervoer naar het vliegveld regelen.

Ons geluk is dat onze vliegtuigen bijna gelijktijdig vertrekken. Zonder veel moeite krijgen wij dus een lift met de rest van ons gezelschap

Om 22 uur vertrekken we naar het vliegveld. Vlug van enkele mensen afscheid nemen en ieder gaat zijn eigen weg.  Aangezien ons vliegtuig later vertrekt hebben we nog tijd om iets te eten. Gezien het tijdstip zijn de meeste gelegenheden al gesloten zodat de keus enigszins beperkt is.

Aan boord van het vliegtuig blijkt dat wij de enige passagiers zijn met een niet Indiase achtergrond. Ons reisdoel is Frankfurt, maar dit gaat wel via een tussenstop op Heathrow Airport (London). Het is nog de vraag of de aansluiting naar de volgende vlucht haalbaar is.

Op het vliegveld aangekomen staan 2 heren van Air India met een naambordje op ons te wachten. We worden in een karretje “geladen” en rijden volle vaart over het vliegveld naar de securitycheck. We krijgen nog een aanwijzing in welke departure hal  we onze volgende vlucht krijgen. Na enig wachten kunnen we in een Lufthansa toestel stijgen. De first officer begroet iedereen in het Engels. Na mijn hallo krijg ik als  lachend  antwoord “Ich kann auch in dieser Sprache antworten”

Na een relatief korte vlucht landen we in Frankfurt en volgens afspraak belt Erwin de valet parkeerservice. We wachten al een tijdje maar de auto is nog steeds niet in zicht. Na een telefoontje van de firma blijkt ook de reden hiervoor. De wagen is al een tijdje aanwezig maar is voor ons niet zichtbaar i.v.m. een busje dat het uitzicht verspert. Nog enige plichtplegingen en we zijn op weg naar huis.

Om een korte beschrijving van de Duitse Autobahn te geven. Je rijdt > 170 km per uur en dan “Baustelle” dus 80 km/u. Dit repeteert zich totdat we bij voorbij Aken de Nederlandse grens oversteken.

Bovenste rij:  Arno D.

2de rij: Marcel B, Carlos G, Kathleen M, Hein B

3de rij: Marijke H, Erwin M, Clementine van M

4de rij: Bert C, Dirk R

5de rij: Ingrid M, Astrid, Saskia P, Angelina S, Katrien C

De enige ongenoemde persoon is de monnik die ons een rondleiding gaf. Zijn naam is mij niet bekend.

Tips en tricks:

 

  • Wissel op het vliegveld alleen het hoognodige om in Indiase roepia's In het hotel is vaak een mogelijkheid om dit tegen een betere koers te doen
  • Neem een lakenslaapzak mee. Of je moet al liefhebber zijn van allerlei insecten (bed wantsen) die je bed delen. Beoordeel ter plekke of je hiervan gebruik maakt.
  • Indien je in Ladakh deel neemt aan een trekking, vergeet de wandelstokken niet. Vooral bij afdalingen zijn losliggende stenen een gevaar. (Dit uit eigen ervaring)
  • Een fooi is een bedrag van circa 30 roepia (bijv. koffers naar de hotelkamer brengen)
  • In een land met grote aantallen honden is het raadzaam om je uit voorzorg te vaccineren tegen rabiës.
  • Je zult lezen dat Engels de 2de  officiële taal van India is. Houdt rekening met het feit dat het spraak niveau van deze taal sterk varieert.
  • Opmerking van een boeddhistische  monnik: Al heeft een bezoeker één regel uit hun leer/levenswijze  onthouden heeft dan was hij tevreden en heeft dit bezoek  zin gehad.
  • Hoogteziekte!: Het is raadzaam om enige kennis omtrent dit onderwerp te vergaren. zeker als je hoogten boven de 3000 meter gaat verkennen. Zie onderstaande buttons om info te verkrijgen.

Maak jouw eigen website met JouwWeb